Zou ze pijn hebben?

redactie 21 jun 2018 Blogs

Yaël kan niet praten. En, ik heb het hier al eerder geschreven, dat maakt voor ons contact, of de diepte van het contact, niet uit. Door Yaël weet ik: de band tussen mensen wordt niet bepaald door de woorden die ze uitspreken. Die band zit op een ander niveau.

Ik geloof, in het verlengde daarvan, trouwens ook helemaal niet dat je bijvoorbeeld heel veel moet praten om een goed huwelijk te hebben. Of een mooie vriendschap. Of hechte familiebanden. Ergens in de afgelopen eeuw is dat idee ontstaan, dat je de hele tijd maar overal over moet praten en dat dat altijd goed is.

Ik hou zelf veel van praten en van gesprekken voeren. Gelukkig houdt Hanno, mijn man, van luisteren. Maar als hij bijvoorbeeld met zijn broer in het café zit, zitten ze allebei wat voor zich uit te staren. Af en toe zegt een van hen iets. De ander hoeft dan niet per se te reageren, zo’n opmerking kan ook geïsoleerd blijven in de stilte. Ik weet dat omdat ik er een keer bij gezeten heb en moest wennen aan deze vorm van gezellig samenzijn. Ze hebben een prima band en ze vinden het allebei heel leuk om samen in een café te zitten.

Maar het verschil met Yaël is dat ze wel kunnen praten. Dat als er echt iets aan de hand is, als de situatie vraagt om woorden, ze die wel hebben. Als ze bijvoorbeeld pijn hebben of zich ziek voelen of het ergens mee oneens zijn. Want in dat soort situaties is het knap lastig dat Yaël niet kan praten.

Zondagochtend waren Hanno, Yaël en ik naar Ikea. We parkeerden de auto in G-blauw, goed onthouden, en liepen de showroom in, op zoek naar de Trofast, zo’n kast waar je van die plastic bakken in schuift. Die Trofast is weer onderdeel van een groter plan: in die bakken komt straks speelgoed en op de bakken plakken we dan foto’s met wat erin zit, zodat Yaël kan kiezen waarmee ze wil spelen. Op die manier kunnen we ‘richting geven aan haar spel’ en het gebruik van lawaaispeelgoed begrenzen. Heel verantwoord allemaal. Yaël had, als enige van ons drieën, dolle pret in de Ikea.

‘s Middags thuis besloot Hanno meteen de Trofasten in elkaar te gaan zetten. Yaël vond het allemaal razend interessant en liep over de planken op de vloer. Op een onbewaakt moment begon een van de plankjes te schuiven. Yaël gleed onderuit en begon te huilen.

Nu gebeurt het wel vaker dat ze onderuitgaat en moet huilen. Verontrustender was dat ze niet zelf opstond. En toen Hanno haar had opgetild en op de bank had gelegd, bleef ze huilen. Het huilen klonk een beetje anders dan anders, lager, iets klaaglijker. Haar gezichtsuitdrukking beviel me ook niet. Zou ze pijn hebben?

‘Wijs maar aan waar je pijn hebt,’ probeerde ik. Ze reageerde niet en bleef huilen. Ik bekeek haar knietjes en voetjes, maar zag niets raars. Ik zette haar op haar voeten en zei: ‘Zet maar een paar stapjes.’ Ze kroop snel weer op de bank. Liep ze nu moeilijker?

Na een halfuur huilde ze nog. Hanno had haar inmiddels even in haar bed gelegd met een muziekspeeltje, om tot rust te komen. Ik moest denken aan het meervoudig gehandicapte jongetje op het epilepsieforum, dat, na een week onbestemd ongenoegen, een blindedarmontsteking bleek te hebben. En aan de dochter van een van mijn vriendinnen. Bo was zo aan het mopperen en haar moeder dacht: wat is er toch met haar? Uiteindelijk bleek Bo een voetbeentje gebroken te hebben. Ik had al vaak gehoord dat verstandelijk gehandicapten meestal een hoge pijngrens hebben en dat je dus ook alert moet zijn op kleine veranderingen.

Dus ik belde zondagavond de huisartsenpost. We mochten meteen langskomen. Yaël liep zelf naar de auto. Het huilen was overgegaan in mopperen, met hier en daar een verdwaalde snik.

De dokter keek hoe ze liep, onderzocht haar en concludeerde: ‘Ik kan hier niet zoveel van maken.’

‘Fijn,’ zei ik terug. ‘Ik ben opgelucht. Bij dit soort kinderen moet je toch iets vaker uitsluiten dat er iets aan de hand is.’

‘Ja, dat begrijp ik wel,’ zei de dokter.

In de auto terug lachte Yaël weer. Net of ze ook bezorgd was geweest en of de huisarts haar zorgen had weggenomen. Of misschien voelde ze mijn opluchting wel. Thuis in bed was ze alweer aan het brabbelen. ‘Huilt ze nu?’ zei ik tegen Hanno.

‘Nee, dat is een nieuw geluidje, dat is een spelletje.’

Ook om praatjes te hebben hoef je niet te kunnen praten.

Reageer op artikel:
Zou ze pijn hebben?
Sluiten