‘Zwaar zijn dit soort momenten hè?’

redactie 22 jun 2018 Blogs

'O, ik ruik het al. Ze heeft gepoept.'
Yaël ligt al een halfuur in bed voor haar middagslaapje. Ze slaapt nog niet en ik heb net besloten even te gaan kijken waarom ze niet slaapt. Al in de gang weet ik wat er aan de hand is. In haar slaapkamer doe ik het licht aan. Yaël zit op handen en knieën te wiegen. De achterkant van haar slaapzak is geel-bruin. Op de dekens zitten bruine vlekken, op het kussen, de lakens, overal. De stank is om plakjes van te snijden. Yaël heeft diarree. Dit vraagt om een planmatige aanpak.

'Mmmm, ik denk dat je moet komen helpen,' roep ik Hanno.
'Moet ik even een potage brengen?' roept hij terug. Een potage is een bakje warm water om haar billen te wassen. Dat water doen we altijd in een soepkom waarop 'potage du jour' staat. Vandaar.

'Nee, je moet echt even komen.'
Hanno komt eraan. Ik hoor hem zuchten. Hij zat net lekker de krant te lezen. 'Wat is hier gebeurd!' roept hij uit.
'Diarree,' zeg ik kortaf. 'Oké, even denken. Jij neemt haar met slaapzak en al mee naar de badkamer en zet haar onder de douche. Gooi de vieze kleren maar in de wasbak. Ik kom eraan met een zakje voor haar luier en schone kleren. Ik regel het hier.'

Yaël maakt blije geluidjes. Ze vindt het altijd leuk als we met zijn tweeën met haar in de weer zijn. Even later hoor ik de douche stromen. En ik hoor nog meer uitbundige geluiden van Yaël. Ze is gek op douchen en volgens mij is ze ook opgelucht dat ze uit die vieze derrie gehaald wordt.

Ik haal het bed af en gooi het beddengoed meteen in de wasmachine. O, het onderlaken is ook aangetast. En de knuffels en doekjes in haar bed. In de gang maak ik hoopjes was. Uit de badkamer haal ik de rest van de was.

Waar ben ik in beland, denk ik zuchtend. In wat voor leven ben ik beland? Van een bohémiennerige vrijbuiter ben ik veranderd in een praktisch beest. Terwijl ik helemaal niet hou van praktisch gedoe. Zo heb ik nooit iets begrepen van mensen die een groot gezin willen. Of mensen die van kamperen houden. Of, nog erger, mensen die gaan kamperen met hun grote gezin. Je hebt mensen die een natuurlijke liefde hebben voor het praktische. Die van klussen houden, of van schoonmaken. Ik ben nu eenmaal op mijn best met een glas wijn en een boek op de bank. En nu heb ik dus een kind dat mij dwingt in een praktische mal. Want met een gehandicapt kind is er altijd iets te regelen, altijd iets te doen en vooral heel veel te verzorgen.

Als ik de kamer binnenkom, zit Yaël lekker te spelen op het kleed in haar pyjama. En Hanno zit alweer op de bank met zijn krant. De wasmachine draait, de droger loeit. Ik kijk naar Hanno en Yaël. 'Zwaar zijn dit soort momenten hè?' zeg ik tegen Hanno.
'Ja, zwaar,' zegt hij vanachter zijn krant. En ineens kom ik tot een heel suf inzicht: voor hem is het precies hetzelfde. Voor hem is het net zo zwaar. Het jammere van zelfbeklag is namelijk dat het weinig ruimte laat voor anderen. Zelfbeklag is per definitie egocentrisch. Ik heb het zwaar, zwaarder dan anderen, wat zeg ik, het allerzwaarst van iedereen!

Ik ga naast Hanno zitten en zwaai mijn benen op zijn schoot. En ik weet weer dat we het heus wel redden met z'n tweeën. 

Reageer op artikel:
‘Zwaar zijn dit soort momenten hè?’
Sluiten