Sam werd misbruikt door haar adoptievader: ‘Ik dacht dat het mijn eigen schuld was’
Praat erover, horen slachtoffers vaak. Helaas is er weinig aandacht voor de gevolgen. Sam van den Haak (43) werd als kind misbruikt door haar adoptievader. Ze weet als geen ander wat er kan schuilgaan achter het delen van je verhaal.
“Ik groeide op in een gezin met weinig liefde. Als kind had ik behoefte aan knuffels. Op weekendochtenden kreeg ik die in het bed van mijn adoptieouders, maar zodra mijn adoptiemoeder uit bed stapte en de kamer verliet, veranderden de knuffels in strafbare feiten. Dat ik werd misbruikt, wist ik niet. Ik was zes jaar oud. Ik leerde van mijn adoptievader dat dit is hoe je elkaar liefhebt.
Door mijn eerste vriendje realiseerde ik me dat dit helemaal geen dingen zijn die je met je adoptievader doet. Mijn beeld van de werkelijkheid klopte niet. Ik schaamde me en besloot nooit met iemand te delen wat ik had meegemaakt. Bovendien zag ik mezelf niet als slachtoffer, maar als mededader. Ik was toch zelf steeds die slaapkamer ingegaan? Het misbruik was gestopt toen ik geen knuffels meer haalde. Daarom voelde het als mijn eigen schuld.
Noodgedwongen
Toen ik ging puberen, zette mijn adoptievader me op minderjarige leeftijd het huis uit. Blijkbaar was ik niet meer nuttig. Toch probeerde ik jarenlang contact te onderhouden. Mijn adoptieouders waren mijn enige familie. Totdat alles klapte en het contact kon niet meer worden hersteld.
Wel wilden ze drie jaar later hun kleinzoon zien. Mijn inmiddels ex-partner begreep niet waarom ik dat tegenhield. Noodgedwongen moest ik vertellen over het misbruik uit mijn jeugd.
De reactie die alles veranderde
Mijn adoptieouders gingen zo ver dat ze zelfs mijn toenmalige schoonouders belden om mijn zoon te zien. Aan de telefoon kregen ze te horen dat ze niet welkom waren, vanwege het seksueel misbruik. Mijn adoptiemoeder reageerde koeltjes en zei dat ik het had verzonnen. Ze was totaal niet verbaasd of geschokt. Toen wist ik: ze heeft al die tijd geweten wat er vroeger gebeurde als ze de slaapkamer verliet.
Verstoten
Tot dat moment had ik altijd een sprankje hoop dat ze het niet wist. Dat ze bij het horen ervan zou zeggen: ‘Wat vreselijk! Ik ga nu de moeder voor je zijn die je nodig hebt.’ Maar dat gebeurde niet. Sterker nog, toen ze overleed stond mijn naam niet tussen de andere kinderen op de rouwkaart, was ik niet welkom op haar crematie én werd ik ook nog eens onterfd.
In Nederland hebben kinderen weliswaar altijd recht op hun kindsdeel, maar daar gaat het me niet om. Het gaat om het pijnlijke besef dat een moeder zelfs na haar dood nog wil laten weten dat je haar dochter niet meer bent. Eerst werd ik als kind illegaal naar Nederland gehaald. Daarna was ik niet goed genoeg en werd ik verstoten door de familie. Als klap op de vuurpijl werd ik ook nog eens onterfd. Voor mij was het de bevestiging dat ik nooit écht onderdeel ben geweest van mijn adoptiegezin.
Kantelpunt
Nadat ik uit elkaar ging met de vader van mijn zoontje zat ik op oudjaarsavond alleen in een leeg huis. Toen besefte ik: er moet iets veranderen. Een jaarprogramma hielp me om anders te kijken naar wat ik heb meegemaakt. Pas toen ik erkende dat ik slachtoffer was, kon ik uit het slachtofferschap stappen. Het lukte me toen om af te rekenen met het misbruik. Ik besefte dat ik het zelf in stand hield, omdat ik het dagelijks herbeleefde, zowel bij het opstaan als bij het naar bed gaan.
Waarom mensen wegkijken
Wie iets heftigs meemaakt, hoort al snel: ‘Praat erover.’ Maar dat helpt lang niet altijd. Zo ervaart 75 procent van de mensen die misbruik meemaakten na het vertellen victimblaming, ongeloof, ontkenning, uitstoting, afwijzing, doodzwijgen en partij kiezen voor de pleger.
Waarom? Omdat het voor naasten en omstanders vaak makkelijker is om te denken dat het niet écht is gebeurd. Wie het slachtoffer gelooft, moet zichzelf immers ook iets afvragen: waarom heb ik het niet gezien? Bovendien willen veel mensen niets horen over kindermisbruik. Zeker niet in hun eigen familie. Dan zijn ze namelijk onderdeel van het systeem waarin het gebeurt. En dat is lastig onder ogen te zien.
Praten heeft een prijs
Natuurlijk kan het helpen om misbruik te bespreken met een hulpverlener. Daar zit heling. Maar laten we niet doen alsof het ook altijd helpt om erover te praten met de omstanders van de dader. De consequenties kunnen zo zwaar zijn dat er een extra trauma bovenop komt.
Veel mensen, ook professionals en hulporganisaties, staan niet stil bij de mogelijke gevolgen. Wie bepaalt of het het waard is om verstoten te worden door je familie? Alleen een slachtoffer kan beslissen wanneer en met wie het zijn verhaal deelt.
Wat slachtoffers van misbruik wél nodig hebben
Vermoed je kindermisbruik? Geloof dan altijd wat een kind zegt. Je kunt proberen met het kind te praten, maar dat kan ook beangstigend zijn. Schakel daarom altijd een gespecialiseerde hulpverlener in.
En vertelt iemand je dat diegene is misbruikt? Dan is erkenning essentieel. Zeg bijvoorbeeld: ‘Wat goed dat je dit met me deelt. Ik geloof je en ik luister, zonder oordeel. Dit blijft tussen ons.’ Het gevoel dat iemand het niet alleen hoeft te dragen, creëert een gevoel van veiligheid. Dat kreeg ik zelf niet, maar juist dat had ik zo hard nodig.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F10%2Fruth.jpg)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F04%2FJM-Ouders-1.jpg)