Elke maand sterft een klas vol jongeren: ‘Mijn zoon overleed door een onbekende vorm van coping’
Elke maand verliezen we een hele schoolklas aan jonge mensen. Hun verhalen gaan verloren in cijfers en statistieken. En dat terwijl het vertellen hiervan júíst zo belangrijk is, zo weet Bert Westerbeek (46). Hij verloor zijn 17-jarige zoon Manuel aan de gevolgen van coping, waarover nog weinig bekend is.
“In het nieuws en op sociale media komen vaak dingen voorbij over zelfdoding. Het raakt me, vooral omdat veel mensen denken dat zelfdoding altijd een weloverwogen besluit is. Dat iemand het van tevoren plant. Maar er zijn veel meer perspectieven.
Het kan gebeuren vanuit een opwelling. Vanuit een moment van overbelasting of een moment waarop iemand het gevaar van een actie niet overziet. Zolang we zelfdoding alleen vangen in cijfers, verdwijnen deze verhalen. En dat terwijl deze juist zó belangrijk zijn.
Liefdevol en geliefd
Manuel was een lieve, zorgzame jongen met een licht verstandelijke beperking en autisme. Thuis zocht hij graag nabijheid. Hij kwam tegen ons aanzitten en genoot zichtbaar van één-op-één momenten.
Hij was enorm gedreven in zijn hobby’s en haalde hieruit veel plezier. Korfbal was zijn lust en zijn leven. Ook moedigde hij vol enthousiasme zijn favoriete voetbalclub aan. Ondanks zijn autisme stond Manuel open voor contact. Op school, tijdens zijn stage in een verzorgingshuis en bij de korfbalvereniging sloot iedereen hem in het hart. Hij was puur, oprecht en zorgzaam aanwezig.
Hoe coping eruit kan zien
Een tijdlang werd hij bedreigd door leeftijdsgenoten. Ze zetten hem onder druk om opgedragen taken uit te voeren en daarvan filmpjes op Snapchat te zetten als bewijs. Deze bedreiging viel op een gegeven moment weg, maar de dwang en angst bleven. Het werd een coping. Niet als keuze, maar als aangeleerde manier om spanning te reguleren en rust te vinden in een hoofd dat vaak vol zat.
Manuels manier om met deze spanning om te gaan was het snuiven van deodorant. Hij spoot deo in een plastic zak en deed die over zijn hoofd, waardoor hij even zijn bewustzijn verloor. Juist dat gaf hem rust in zijn hoofd. Voor hem was het geen roekeloos gedrag, maar een manier om de spanning te stoppen, al was het maar heel even.
Wat er gebeurde was een noodlottig ongeval. Misschien wilde hij een gevoel van rust terughalen, even geen vol hoofd hebben. Het was geen besluit of intentie, maar overmacht. Eén impuls in een brein dat nog volop in ontwikkeling was. De gevolgen zijn niet meer terug te draaien.
Wat zit er achter gedrag?
De coping die Manuel gebruikte, blijft vaak onderbelicht. Er is nauwelijks iets over bekend en deodorant is verkrijgbaar bij elke supermarkt en drogist. Juist dat maakt het zo gevaarlijk. Deo en andere spuitbussen met gas zijn overal, in elk huishouden. Ze zien er onschuldig uit. Daardoor zien we het risico pas als het te laat is.
Gedrag is een signaal en het is belangrijk om verder te kijken dan dat. Als ouders en opvoeders hebben we, net als professionals, de taak om nieuwsgierig te zijn naar waaróm onze kinderen zich op een bepaalde manier gedragen. Coping is geen afwijking, maar een strategie om met nare situaties, stress of ingrijpende gebeurtenissen om te gaan. Soms is die coping belemmerd en risicovol, maar dat maakt een kind niet fout.
Machteloos
Als ouder kun je alles doen wat mogelijk is en toch machteloos staan. Dit voelde ik vooral in alles wat voorafging aan de coping. De invloeden van buitenaf, dingen waarop ik weinig tot geen grip had. Misschien vorm je samen een liefdevol en zorgzaam gezin, maar school, vrije tijd en vooral sociale media hebben een enorme impact. Die werken door, ook als je thuis alles doet wat je kunt.
Blijf daarom in gesprek met je kind. Zorg dat het zich veilig voelt om alles te zeggen. Probeer minder te fixen en meer te begrijpen, want verwijten betekent verwijdering. Het kinderbrein is nog in ontwikkeling. Wat de ene dag logisch lijkt, kan de andere dag weer vergeten zijn. De vraag is niet: waarom doet een kind zo? Maar: wat is er gebeurd dat dit kind zo reageert? Dit vraagt om openheid, nieuwsgierigheid en de durf om te vertragen. Hierdoor zien we signalen eerder, voordat het escaleert.
Woorden doen ertoe
Elk ongeval heeft een eigen verhaal. Dat laat zich niet vangen in één term of containerbegrip. De woorden die we ergens aan geven lijken iets te verklaren, maar doen vaak geen recht aan wat er werkelijk is gebeurd. Achter een woord als ‘zelfdoding’ schuilt een opeenstapeling van factoren, kwetsbaarheid, prikkels, spanning en onmacht. Dat past niet in één term.
Zolang we woorden gebruiken zonder dat verhaal te blijven zien, is een woord als ‘zelfdoding’ te simpel. En soms ook te hard. Daarom vind ik het belangrijk dat we zorgvuldig zijn met taal. Woorden bepalen of er ruimte ontstaat voor begrip of juist voor oordeel.
Wat kun je doen als ouder?
Zie je dat je kind worstelt met een vol hoofd, neem dit dan altijd serieus. Blijf vragen, zonder te pushen. Wees nieuwsgierig en verwonder je. Leef je in in de belevingswereld van je kind. Maak ruimte voor alles, ook voor wat ongemakkelijk is.
En weet: als het ondanks alles misgaat, zegt dat niets over jouw liefde of inzet. Soms is de strijd groter dan wat we als ouders kunnen zien en dragen. Dat is geen falen. Vraag bij twijfels of zorgen altijd om hulp. Maak worstelingen bespreekbaar bij de professionals rondom je kind.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F10%2Fruth.jpg)