‘Ja meester, komt goed’ Kenneth (17) werd van school gestuurd en toch haalde hij zijn diploma
Zijn mentor van het ROC belde me. Midden op z’n lesdag. Ze had hem weggestuurd. Hij was onhandelbaar in de klas. Hij luisterde niet. Hij bracht in de loods, de praktijkruimte van de opleiding, zijn medeleerlingen in gevaar met de heftruck. Zat de hele tijd te toeteren. En nu was hij weggestuurd. Ze hadden eerst nog een gesprek gehad met de opleidingsmanager. Dat zou wel indruk moeten maken, volgens haar. Daarna hadden ze hem naar huis gestuurd met een laatste waarschuwing.
Kenneth wordt volgende maand 18. Een grote jongen. Lang en slungelig. Z’n haren kunstig ingevlochten en een donkere bril op de neus. Hij zit één dag per week bij mij in de klas, één dag doet hij een mbo-opleiding op het ROC en 3 dagen per week loopt hij stage in het magazijn van een grote supermarkt. Als hij in de klas is, zijn de andere jongens ook onrustig. Hij is ongeconcentreerd. Hij leidt ze af met geluiden, draait continu op z’n stoel en zoekt contact. Kenneth is impulsief, druk, maar ook altijd heel vriendelijk. Hij begroet me ’s ochtends met “Goedemorgen meester!”, ik krijg een boks en hij vraagt hoe het met me gaat.
“Hij wil geen Ritalin meer”
In de eerste en tweede klas slikte hij Ritalin. De directeur had een doosje in de kast liggen. Maar Ritalin slikken wilde hij niet meer. Hij had me wel eens verteld, dat hij er hartkloppingen van kreeg. Vorig schooljaar had ik Kenneth ook al in mijn klas. Hij wilde eigenlijk van school. Hij zou het allemaal wel zelf gaan doen. Eerst een MBO opleiding op niveau 1. Daarna gewoon verder met niveau 2 en 3. Werken en geld verdienen. Ik wilde graag dat hij ook nog een dag per week bij mij op de praktijkschool in de klas zou blijven. Zodat ik hem nog kon begeleiden. Een beetje rust aanbrengen in zijn week met stage en opleiding; afspraken maken, contact onderhouden met het stagebedrijf en de mentor van de opleiding op het ROC.
“Dat is goed meester, omdat het van u moet.”
“Het moet niet van mij hè?”, had ik hem geantwoord. “Je moet het zelf willen. Het is jouw leven.”
Een moeder die het niet meer weet
Een paar weken geleden belde z’n moeder me al vroeg in de ochtend. Het was nog geen 8.00 uur.
“Hij kwam vanochtend binnen, hij heeft niet thuis geslapen. Ik heb hem meteen naar school gestuurd. Hij is het hele weekend weggeweest. En vorige week is hij met jongens aangehouden op een bouwplaats. Midden in de nacht. De politie heeft mij gebeld. Ze zeggen dat ik met hem moet praten. Maar ik weet het ook niet meer. Hij luistert niet naar me.”
Eenmaal in de klas zei hij dat hij zich ziek voelde. Hij had het koud. Met z’n hoofd op z’n armen lag hij even later te slapen. Een dikke winterjas aan, capuchon over z’n hoofd.
Steeds op het randje van uitval
Z’n moeder zei bij het laatste rapportgesprek dat ze niet meer op school wilde komen.
“Ik hoef dat hele gesprek niet meer. Ik trek m’n handen van hem af.”
Met een oudere broer en z’n moeder woont hij in de wijk naast de school. Een gemengde buurt. Koop- en huurhuizen door elkaar. De vader van de jongens woont in een ander gedeelte van de stad. Ik heb hem in al die jaren bij ons op school nog nooit gezien. Na afloop van een zoektocht naar een passende stageplek bracht ik Kenneth op een middag thuis. Voor de deur zette ik hem af. Alle gordijnen gesloten. Ik parkeerde de auto. Kenneths moeder moest nog een handtekening onder het stagecontract zetten.
“Ik roep m’n moeder wel even meester.”
Hij belde aan, want een huissleutel heeft hij niet. De deur werd geopend, Kenneth verdween naar binnen. Even later kwam z’n moeder aan de deur, een badjas om zich heen geslagen. Ze zette haar handtekening, bedankte me en verdween weer naar binnen. Kenneth was inmiddels ook verdwenen.
Aan het begin van dit schooljaar wilde hij beginnen met een kappersopleiding. We hadden samen een stage geregeld bij de kapper van z’n broer, een aardige, hippe barber, die hem wel het vak wilde leren. Maar de kappersopleiding op het ROC vond Kenneth niks. Na twee keer wilde hij niet meer terug.
“Meester, ik wil geen oude vrouwtjes knippen. Of krullen maken. En die jongens op school dagen me uit. Ik wil niet vechten, maar dat gaat wel gebeuren als ik daar blijf.”
Dus hij was overgestapt, naar een logistieke opleiding want hij wil wel in een magazijn werken, of met de vrachtwagen mee om goederen af te leveren. Het ROC is een uur reizen van z’n huis. Hij is altijd te laat. Of hij is z’n OV kaart kwijt. Of z’n tegoed is al op en dan gaat hij helemaal niet meer. En nu is hij weggestuurd. Met een laatste waarschuwing. Ik wist niet eens dat hij al eerdere waarschuwingen had gekregen. Als ik hem bel pakt hij meteen z’n telefoon op. Hij stelt me gerust. Het viel allemaal wel mee volgens hem.
“Maar je wordt toch niet zomaar door je ROC mentor en je opleidingsmanager naar huis gestuurd?”
“Ja meester, natuurlijk, komt goed.”
Een week later, de dag voordat hij weer naar het ROC mag, bel ik hem en we spreken samen de dag nog even door. Op tijd in de les zijn. Concentratie. Geen gedoe met de andere jongens. Rustig met alles meedoen. En luister naar je docent in de loods. Ik hoor het me allemaal zeggen.
“Ja meester, natuurlijk, komt goed.”
Ongevraagd advies of loslaten?
Ik vraag me af of hij wel zit te wachten op al mijn adviezen. Hij weet het allemaal wel. Al die volwassenen die je vertellen wat je wel en niet moet doen. Met onze eigen zoons hebben m’n geliefde en ik afgesproken dat we ze vanaf hun 18e geen ongevraagde adviezen meer geven. Inmiddels zijn ze 26 en 22. Natuurlijk zijn we er altijd wel voor ze, staan we achter hen met raad en daad, maar alleen nog als ze er om vragen. Volgende maand wordt Kenneth 18, dan mag hij er om gaan vragen. Nu kan ik nog even ongevraagd wat raadgevingen bij hem kwijt.
“Ja meester, natuurlijk, komt goed.”
Maar het komt niet goed. Een dag later, rond een uur of 12 belt hij me.
“Dat kan toch niet meester!” Z’n stem slaat over.
“Wat bedoel je? Wat kan niet?”
“Ik ben weggestuurd!”
“Waarom? Wat is er gebeurd?”
“Ik lachte heel hard. Vanochtend was ik nog heel rustig. Oké, ik was een beetje met Omar aan het stoeien, maar we waren weer heel rustig gaan zitten.”
“En toen? Waarom ben je dan weggestuurd?”
“Toen, daarna, was ik beneden in de loods. We waren gezellig aan het praten. Alle jongens. Ik lachte heel hard. De meester van de loods komt binnen. Hij is aan de telefoon. Hij wijst naar mij en ik moest weg. Hij was nog niet eens één minuut binnen. Dat kan toch niet!”
“En wat heb je toen gedaan?”
“Toen kwam die man, die manager en die zei laatste waarschuwing was het en toen moest ik weg.”
Een week later hebben we samen een gesprek met de opleidingsmanager en zijn ROC mentor. Kenneth vertelt z’n verhaal. Rustig en beleefd. Dat hij weet dat hij ongeconcentreerd is, maar dat hij er ook niks aan kan doen dat de andere jongens daar onrustig van worden. Dat hij graag z’n opleiding wil afmaken. En of hij nog een laatste kans heeft. Hij regelt dat hij z’n examen kan doen, maar de klas mag hij niet meer in.
Een paar weken later belt hij me: “Meester! Ik zei toch komt goed!”
Hij is geslaagd en mag z’n diploma gaan ophalen.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F04%2FWhatsApp-Image-2025-04-29-at-09.14.56.jpeg)