Kleiner door topsport

redactie 19 jun 2018 Blessures

Kinderen die intensief topsport beoefenen, kunnen 4,5 tot 6 cm groeiachterstand oplopen. Door overbelasting lopen ze bovendien grote risico’s op ernstige blessures. Dit blijkt uit een opmerkelijk onderzoek van inspanningsfysioloog Raymond Verheijen.

Vooral bij WK's en EK's valt het op: de Nederlandse voetballers zijn vaak een stuk kleiner. Als beide teams staan opgesteld voor het volkslied, moet de camera na de tegenstander een flinke zwaai naar beneden maken om Hollands glorie in beeld te brengen – om zich pas bij Edwin van der Sar weer op te richten.

Hoe kan het dat het op één na grootste volk ter wereld de kleinste voetballers voortbrengt? Dat heeft alles te maken met de manier waarop Nederlandse profclubs selecteren en trainen, blijkt uit onderzoek van bewegingswetenschapper Raymond Verheijen. Gedurende een groot aantal jaren volgde hij 10.000 jonge voetbaltalenten bij de vaderlandse profclubs. Hij komt tot schokkende conclusies. Niet alleen blijven de jonge spelers relatief klein, ze lopen ook grote kans zwaar geblesseerd te raken. 'Gebroken benen, spierscheuringen, je komt echt de ergste zaken tegen,' vertelt Verheijen, die inmiddels door de Engelse topclub Manchester City is aangetrokken om de manier van trainen te begeleiden.

Waarom gaat er zoveel mis bij de opleiding van topvoetballertjes? Een belangrijke factor vormt hierbij de manier waarop clubs selecteren. Voetbalclubs hebben de elftallen naar leeftijd en vaardigheden ingedeeld. Ben je onder de 7 of 8 jaar en erg goed, dan kom je in de F1 van bijvoorbeeld Ajax, Feyenoord of PSV. Mindere jongere goden zitten in de F7 of F8 van een gewone amateurclub. De leeftijdsgrens ligt op 1 januari. En juist dit simpele feit heeft vergaande consequenties.

Voor hun F-elftallen selecteren trainers van topclubs nu uit honderden kinderen die in 2002 geboren zijn. Onder hun toeziend oog laten 7-jarige voetballertjes hun kunsten zien. Trappen, balaanname, positiespel. Wat de trainers meestal vergeten, is dat kinderen die in de eerste maanden van dat jaar geboren werden, hierbij flink in het voordeel zijn. Zij zijn net wat krachtiger, hebben meer ervaring en hun coördinatievermogen is ook wat beter dan dat van kinderen die in oktober, november of december werden geboren. Logisch, ze schelen immers ruim een half jaar in leeftijd. En dat is veel als je 7 bent.

De trainers die denken dat ze puur op talent selecteren, blijken in de praktijk vooral naar ervaring en kracht te kijken. Want januari, februari en maart zijn in de geboortedata van veel jeugdige topteams zwaar over­vertegenwoordigd. Ruim 40 procent van de toptalenten is in die eerste drie maanden geboren. Het is dus relatief makkelijk om als 'januarikind' een selectieteam te halen. Alleen de heel grote talenten uit oktober, november en december – slechts 10 procent van hen zit in selectieteams – redden het ook.

De geselecteerde topvoetballertjes trainen vaak en spelen veel wedstrijden. Hun lichamen zijn eigenlijk voortdurend overbelast en dit heeft consequenties voor de groei. Verheijen, die van alle voetballertjes regelmatig de lengte opmat: 'In de zomervakantie trekt het wel iets bij, maar niet genoeg om leeftijdsgenoten nog in te halen. Ze blijven een stuk kleiner.' Dit geldt nog eens extra voor de kinderen die aan het eind van het jaar geboren zijn. Zij moeten alles op alles zetten om de oudere kinderen bij te kunnen houden, trainen extra hard en groeien juist daardoor nog minder.

De kans is groot dat kinderen die andere sporten intensief beoefenen, ook een groeiachterstand oplopen. Bij ballet, tennis en turnen wordt eveneens veel en zwaar geoefend. Verheijen: 'Ik heb daar geen onderzoek naar gedaan, maar het zou me niet verbazen.'

Beter door minder trainen

Kan het ook anders? 'Natuurlijk,' zegt Verheijen. Hij pakt de elftalfoto van het Nederlandse team onder de 17 jaar erbij. Dit team werd deze zomer tweede op het Europees Kampioenschap. 'Kijk,' vervolgt hij. 'In dit team zitten zes jeugdspelers van Feyenoord en je herkent ze onmiddellijk: zij zijn het langst. Dat komt omdat we daar de training heel anders aanpakken.'

Drie jaar geleden werd Verheijen aangesteld als inspanningsfysioloog bij de jeugdopleiding van de club op Rotterdam Zuid. 'Ik schrok me rot toen ik de lijst met ernstige blessures zag,' vertelt hij. 'En met name de grootste talenten werden het vaakst getroffen.' Op zijn voorstel werd het aantal trainingen onmiddellijk van zes keer per week naar vier keer teruggebracht. En selecties van talenten vonden niet één keer maar vier keer per jaar plaats, waardoor ook eindejaars­kinderen een goede kans kregen. Er kwamen meer elftallen, zodat iedereen met kinderen van dezelfde jaargang ging spelen. 'Voetbal is geen duursport,' legt Verheijen uit. 'Het gaat vooral om handelingssnelheid en dat moet je intensief oefenen. Je doet dat veel beter door vier keer op 100 procent te oefenen, dan zes keer op 80 procent. Want van dat laatste word je wel heel moe, maar het levert niets op.'

De praktijk lijkt het gelijk van Verheijen te bevestigen. Bijna alle jeugdteams van Feyenoord werden het afgelopen seizoen kampioen en een flink aantal 17- en 18-jarigen debuteerde in het eerste elftal. En in tegenstelling tot hun oudere teamgenoten bleven zij blessurevrij.

Goed opbouwen

'Clubs moeten veel zorgvuldiger met kinderen omgaan,' vindt Verheijen. 'We bouwen het bij nieuwkomers nu ook veel beter op. Als zo'n jongen van 16 bij een amateurclub wordt weggeplukt, laten we hem eerst gewoon twee keer in de week trainen. Na een paar maanden wordt dat drie keer en komt er ook af en toe een wedstrijdje bij. Pas na driekwart jaar draait hij volledig mee. Als je zo'n jongen onmiddellijk volledig inzet, kun je er vergif op innemen dat hij binnen een half jaar geblesseerd is. De overgang van amateur- naar profclub is gewoon heel erg groot. Dat trekt het lichaam niet.'

Voor leken lijken het voor de hand liggende maatregelen. En met de theoretische onderbouwing én sportieve successen van Verheijen moeten toch veel meer Nederlandse profclubs deze nieuwe weg inslaan? De sportfysioloog zucht. 'In het buitenland wordt het succes van Feyenoord uitgebreid bestudeerd. Zij zien ook dat onze doorstroom naar het eerste elftal erg hoog is en dat we veel spelers in het Nederlandse jeugdteam hebben. Daarom zit ik nu ook bij Manchester City. Maar Nederlandse clubs zijn toch kleine koninkrijkjes met allemaal mensen die denken dat hun manier de enige juiste is. Zij blijven dus heel veel trainen. Als ouder moet je wel heel goed nadenken of je daar je kind aan wilt uitleveren.'

Hersengymnastiek

Als veel sporten de lengte van kinderen beïnvloedt, dan zijn er ongetwijfeld ook andere gevolgen. Wat doet het bijvoorbeeld met de hersenen, blijven die ook kleiner? 'Dat ligt genuanceerd,' antwoordt Mark Mieras. Mieras is auteur van de bestseller Ben ik dat? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf. 'Sporten, ook intensief sporten, zorgt voor een hoop bouwstenen voor de hersenen. Het is dus op zich goed. Een belangrijke voorwaarde is dat je dan ook wel wat met die hersenen doet. Ze groeien alleen als je ze af en toe flink laat kraken.'

Initiatieven om opleidingen en topsport te combineren – zoals bij de Johan Cruijff Academie – zijn dus zeker toe te juichen. En op de spelcomputers in de spelersbus dus liever geen schietspelletjes, maar echte breinbrekers.

De methode Verheijen

– Minder en tegelijk intensiever trainen. Liever vier keer op 100 procent dan zes maal 80 procent.
– Nieuwe spelers heel geleidelijk laten wennen aan het intensieve trainen.
– Talenten vier keer per jaar selecteren. Dan hebben kinderen uit oktober, november en december evenveel kans als zij die eerder in het jaar geboren zijn.
– Kinderen laten spelen met leeftijdsgenoten, en niet in een team met spelers die een jaar ouder zijn.

Door

Reageer op artikel:
Kleiner door topsport
Sluiten