Petra Witjes
Petra Witjes Persoonlijke verhalen vandaag
Leestijd: 7 minuten

Klokkenluider en turnster Petra Witjes: ‘Er werd geschreeuwd, vernederd, getrokken en geduwd’

Petra Witjes (35) is moeder en specialist kindermishandeling en trad naar buiten als één van de klokkenluiders in het turnschandaal. Ze zet zich al jaren in voor bewustwording rondom machtsmisbruik en veiligheid van kinderen binnen én buiten de sport.

Al op jonge leeftijd bleek Petra Witjes (34) een turntalent te zijn. Voor haar successen betaalde ze echter een grote prijs: tijdens trainingen werd ze gekleineerd, vernederd en mishandeld.

Petra: “We zaten weer massaal voor de televisie tijdens de Olympische Spelen. We juichen voor TeamNL en tellen medailles. We spreken over ‘ons’ goud en ‘onze’ kampioenen. We vieren prestaties alsof ze van ons allemaal zijn. Kinderen raken geïnspireerd: ze willen de nieuwe Jutta of één van de andere toppers worden. Als ouders moedigen we dat aan, want je kind moet sporten.

Ons wordt een duidelijke boodschap meegegeven: sporten is gezond. Sport vergroot conditie, sociale vaardigheden en zelfvertrouwen. Dus we schrijven onze kinderen in met de beste intenties. Maar hoe veilig is sport eigenlijk? En denken we voldoende na over de risico’s?

Van droom naar afhankelijkheid

Ik begon met turnen toen ik 8 jaar was. Ik had plezier, was vrij en blij. Al gauw werd ik gezien als talent. Tijdens een regionale training werd ik geselecteerd voor de selectie. Dat voelde als een kans. Een droom die uitkwam: nog meer mogen turnen! Wat ik toen niet wist, was dat de dynamiek langzaam veranderde. Van plezier naar presteren, van vrij naar controle.

Mijn trainer won vertrouwen. Ik trainde samen met zijn eigen dochters. Het voelde als familie. Hij werd een vaderfiguur. Juist dát maakte het zo ingewikkeld. Want vertrouwen is de perfecte basis om grenzen te verleggen. Vanaf elf jaar viel ik volledig onder zijn hoede. De controle nam toe. Isolatie ook. Grenzen werden opgerekt en daarna overschreden. Het begon met harde, kwetsende woorden. Met een ‘nee’ en smeekbedes die werden genegeerd.

Emoties werden afgestraft, tranen waren zwakte. De weegschaal werd een machtsmiddel: vier keer per dag wegen. Er werd geschreeuwd, vernederd, getrokken, geduwd. Ik was een rotte appel. Een T-shirt scheurde toen hij mij hardhandig over de balk trok. Ook hersenspoelde hij ons urenlang door eenzijdige preken met kwetsende dingen te zeggen, waardoor we volgzaam werden. Ik nam steeds meer afscheid van het blije kind dat ik ooit was.

Petra Witjes werd tijdens haar turntrainingen gekleineerd, vernederd en mishandeld.
Petra Witjes werd tijdens haar turntrainingen gekleineerd, vernederd en mishandeld. Bron: eigen beeld.

Eerst waren het incidenten, later structureel. Hoe meer ik mijn mond opentrok, hoe meer hij zich tot mij richtte. Ik was ook getuige van hoe hij zijn macht misbruikte richting andere meisjes. Ik zag hem een jonger meisje slaan en een trap geven. De leuke periodes verdwenen steeds meer, tot ik kapot en gebroken de sport moest verlaten. De vraag die ik vervolgens altijd krijg als ik vertel wat er achter gesloten deuren van de turnhal gebeurde: ‘maar waar waren je ouders?’

Ouders op afstand

Ouders mochten niet bij trainingen aanwezig zijn. We trainden zes uur per dag, zes dagen in de week. De turnhal was een gesloten wereld. Ouders werd verteld dat ze afleiding waren voor hun dochters. Het werd ouders gebracht als iets goeds: dat ze door niet te kijken, hun kind hielpen. Dus dat werd geaccepteerd. Bovendien is het voor geen enkele ouder haalbaar om dagelijks uren in de turnhal aanwezig te zijn. Bij grote wedstrijden gingen we op stage. Een week weg. Geen ouders, geen school. Alleen sport. Een of twee keer per jaar was er een open training. Dan was het feest.

Dat is wat ouders zagen: een vriendelijke en ontspannen trainer. En mijn goede prestaties en glimmende medailles die mij van oor tot oor lieten glimlachen, gaven niet prijs hoe het er tijdens de training aan toe ging. Thuis vertelde ik in eerste instantie niets. Sowieso niet over zijn fysieke agressie, omdat ik gewoonweg als kind de woorden er niet voor had. Ook was ik bang dat mijn trainer erachter zou komen dat ik had gepraat. Ik zei alleen dat hij vaak chagrijnig was en dat er veel werd gehuild. Toen hij door zijn agressie mijn T-shirt scheurde tijdens een training en het thuis wel moest vertellen, nam ik het voor hem op. Ik schaamde me, omdat hij had gezegd dat het mijn eigen schuld was.

Waarom bleef ik stil?

Als kind wist ik al snel: spreken heeft consequenties. We kregen te horen dat ouders topsport niet begrepen. Dat zij succes in de weg stonden. Als kind internaliseer je dat. Je loyaliteit verschuift van je ouders naar je trainer. Je bent bang dat alles wat je thuis vertelt, tegen je gebruikt wordt. Dat gebeurde ook weleens als ik of een andere turnster had gepraat. Dan werd je harder aangepakt of in “de rotte appel groep” gezet. Zwijgen was veiliger.

Toen ik wat ouder was en alles steeds beter onder woorden kon brengen, liet ik meer los thuis. Mijn vader voelde dat er iets niet klopte en voerde gesprekken met de trainer om te laten inzien dat het anders moest. Hij liep ook een keer de zaal in toen ik als enige voor straf nog moest doortrainen. Mijn trainer liet zich niet stoppen, dus deed hij een melding bij de bond. De zaak kwam bij NOC*NSF (verantwoordelijke sportkoepel) terecht en er kwam een onderzoek waarin stond dat ingegrepen moest worden. Maar ingrijpen bleef uit. Het systeem bleek prestaties te beschermen, niet de kinderen.

Waarom stopte ik niet?

Turnen was mijn leven. Mijn school, mijn vrienden, mijn toekomst – alles was ingericht rondom de sport. Het voelde sektarisch. Mijn trainer praatte ook over de buitenwereld alsof die slecht was. Dus aan stoppen dacht ik niet eens. ‘Waarom haalden mijn ouders mij niet van deze sport af?’ is een vraag die vervolgens ook vaak gesteld wordt. Ik was niet het probleem, maar mijn trainer. Hij moest gestopt worden!  

Ondertussen werd ik Nederlands kampioen, mocht naar grote internationale toernooien en was in de race voor de Olympische Spelen. Het lukte mij om mijn liefde voor de sport los te koppelen van het gedrag van mijn trainer. Ik wilde niet dat hij alles waar ik zo hard voor had gewerkt kapot maakte. Tot ik besefte dat de enige manier om mezelf te beschermen, was dat ik moest stoppen. Zo’n proces tot een breekpunt duurt jaren. Ik was 17 jaar toen ik de turnhal uitstapte.

Petra Witjes werd tijdens haar turntrainingen gekleineerd, vernederd en mishandeld.
Petra Witjes tijdens het WK in 2007. Bron: Eigen beeld

Geen ver-van-mijn-bed-show

Wat mij het meest raakt, is dat veel ouders zeggen: “Dat is topsport, dat gebeurt bij ons niet.”

Maar machtsmisbruik is geen exclusief topsportprobleem. Het ontstaat overal waar sterke hiërarchie is, afhankelijkheid bestaat, talent en prestaties worden beloond en kritiek wordt weggewuifd – zeker wanneer het om kinderen gaat. Dus ook bij clubs in het plaatselijke dorp. Mensen met verkeerde bedoelingen opereren niet zichtbaar. Ze zijn vaak charmant, professioneel en strategisch. Tegen de tijd dat je als ouder voelt dat er iets niet klopt, is het meestal al te laat. Je kind is dan al ‘gevangen’. En zelfs als je de rode vlaggen ziet, is adequaat handelen niet eenvoudig. Trainers hebben status. Je voelt groepsdruk van andere ouders en ontvangt niet zo snel steun. Je kind wil vaak zelf niet stoppen. Durf jij dan als enige ouder tegen de stroom in te gaan?

Wat vraagt dit van ouders?

Ik zeg niet dat sport per definitie onveilig is. De meeste trainers deugen. De mensen die in het systeem werken ook. Sport kan karakter vormen en zelfvertrouwen laten groeien. Maar veiligheid ontstaat niet vanzelf en is zeker niet vanzelfsprekend. Zodra presteren belangrijker wordt dan plezier, zodra één volwassene te veel invloed krijgt of ouders structureel op afstand worden gezet, moet je alert zijn. Maar ook pestgedrag bij kinderen onderling is iets wat kan spelen. De sport heeft bewezen kinderen niet te beschermen, daar spelen teveel andere belangen. Dat is de rol van een ouder.

Daarom zeg ik tegen ouders: vertrouw op je onderbuikgevoel. Laat je niet wegzetten als overbezorgd. Blijf in gesprek met je kind en neem veranderingen in gedrag serieus. Maak duidelijk dat niets geheim hoeft te blijven. En wees alert wanneer ouders subtiel buitenspel worden gezet. Jij bent degene die ernaar moet handelen.

Dromen mag. Schade niet.

Kinderen mogen groot dromen. Maar geen enkele droom rechtvaardigt schade. Laat je kind sporten. Moedig het aan. Maar blijf dichtbij. Niet om te controleren, maar om te beschermen. Wees dat vangnet. Want geen enkele medaille of selectie is belangrijker dan het welzijn van je kind.”

Volg Petra Witjes op Instagram, haar boek Door de pijn heen kun je hier bestellen.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met onze mooiste verhalen.