Pedagoog Esther Jongerius: zo doorbreek je de machtsstrijd met je peuter zonder strijd
‘Nee’ is voor peuters vaak het antwoord op alles: van eten tot aankleden en van tandenpoetsen tot naar bed gaan. Wat doe je bij de zoveelste machtsstrijd aan tafel? Helpt het om er gewoon niet in mee te gaan? Pedagoog Esther Jongerius geeft advies.
Het is een herkenbaar scenario voor veel ouders: een peuter die niet wil eten of op andere momenten lijnrecht tegen je ingaat. Je eerste reactie is misschien om te benadrukken dat je kind tóch moet eten. Met als resultaat? Nóg meer verzet, al hoort dat vaak bij deze fase.
Wat als je het voortaan anders aanpakt? Wat als je simpelweg ‘oké’ zegt, zelf aan tafel gaat zitten en quasi terloops benoemt hoe lekker het eten is? Zou je kind dan niet vanzelf aanschuiven?
Tips van de expert
Esther Jongerius is pedagoog met de focus op liefdevol opvoeden. Ze gelooft sterk in de kracht van voorleven: als ouder ben jij het belangrijkste voorbeeld. Wil je dat je kind vriendelijkheid, geduld en respect toont? Begin dan bij jezelf. Dan krijg je het vanzelf terug.
Waarom komen peuters in opstand?
“Opstand van peuters heeft vaak te maken met autonomie. In deze fase willen kinderen graag zélf bepalen. Op veel gebieden hebben ze die invloed niet, maar over twee dingen hebben ze wél controle: slapen en eten. Als ouder creëer je de omstandigheden, maar je kunt niet afdwingen dat een kind slaapt of eet. Juist daarom ontstaan hier vaak spanningen.
Bovendien is eten voor peuters vaak onvoorspelbaar. En dat terwijl ze juist houden van voorspelbaarheid, want dat geeft veiligheid. Natuurlijke producten zoals groenten en fruit smaken niet elke keer hetzelfde: een aardbei is soms zoet en soms zuur. Een koekje smaakt daarentegen altijd hetzelfde. Die onvoorspelbaarheid maakt eten voor peuters soms lastig of minder aantrekkelijk.
Machtsstrijd aan tafel
Als een kind weigert te eten, proberen ouders van alles: trucjes toepassen, overtuigen en zelfs pushen. Uiteindelijk belanden ze in een soort machtsstrijd die ze niet kunnen winnen.
Hoe je hiermee omgaat, heeft veel invloed. Wordt eten iets waarop spanning zit, waar strijd omheen hangt of waar beloning en druk een rol spelen, dan kan dit voor je kind iets negatiefs worden. Bepaalde opmerkingen dragen hieraan bij, zoals: ‘Eet je bord leeg, dan krijg je een toetje.’ Eten wordt dan een middel, in plaats van iets wat op zichzelf oké is. Dit zie je soms zelfs op latere leeftijd nog terug.
Wat gebeurt er als je niet meegaat in de strijd?
Sommige ouders denken dat ze een uitweg hebben gevonden. Wanneer ze vragen of hun kind aan tafel komt en ze als antwoord ‘nee’ krijgen, zeggen ze simpelweg ‘oké’ beginnen ze zelf met eten. Voorwaarde is wel dat je hier als ouder volledig achter staat. Niet alleen in gedrag, maar ook vanbinnen. Je moet het oprecht oké vinden dat je kind niet aan tafel komt en het gevolg kunnen dragen.
Deze aanpak werkt averechts als je hem inzet als trucje, terwijl je eigenlijk hoopt of verwacht dat je kind alsnog komt eten. Wanneer je kind dan niet komt, ontstaat frustratie. En die frustratie leidt er vaak toe dat je alsnog boos wordt of gaat aandringen. Je geeft dan een schijnkeuze en een gemixte boodschap. Een kind voelt dat feilloos aan.
Het belang van het goede voorbeeld
In sommige gevallen kán het helpen om te laten zien dat je zelf eet en proeft, en dat het lekker is. Benoem je ervaring, bijvoorbeeld door te zeggen dat je een nieuw recept hebt gemaakt. Dat kan kinderen op een laagdrempelige manier nieuwsgierig maken. Deze aanpak is een kwestie van het goede voorbeeld geven en druk wegnemen.
Dat een kind dan aan tafel komt, betekent echter niet dat het altijd zo werkt. Bij sommige kinderen heeft deze aanpak geen effect. Het is dus geen techniek om gedrag uit te lokken, maar een manier van omgaan met het moment, zonder druk.
Ook buiten de eettafel
Niet meegaan in de machtsstrijd werkt soms ook in andere situaties, bijvoorbeeld wanneer je kind niet wil aankleden. Maar je moet dus wel oké zijn met de uitkomst. Kun je accepteren dat je kind in pyjama de deur uitgaat? Zo niet, dan is deze aanpak niet passend.
Tegelijkertijd kan het voor kinderen verwarrend zijn als niet duidelijk is wat je van hen verwacht. Peuters hebben juist baat bij voorspelbaarheid en duidelijke kaders. Als iets eerst vrijblijvend klinkt maar later ineens toch moet, geeft dat onduidelijkheid.
Wat is de juiste aanpak?
Autonomie binnen duidelijke grenzen werkt vaak beter. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘We gaan zo aankleden. Wil je dat nu doen of na het eten?’ Je geeft dan ruimte, maar het kader blijft helder.
Het gaat dus niet om volledig loslaten, maar om het wegnemen van druk. Ga bijvoorbeeld wél samen aan tafel zitten en maak het eetmoment duidelijk, maar leg niet voortdurend de nadruk op wat en hoeveel je kind eet.
Ontspannen aan tafel
Een mooi uitgangspunt is: jij bepaalt wat er op tafel komt, je kind bepaalt hoeveel het eet. Het helpt om altijd iets op tafel te zetten wat je kind wél lust. En voor jonge kinderen kan het fijn zijn om eten niet te mengen, maar los aan te bieden. Zo kan een kind zelf kiezen en voelt het meer controle.
Je kunt je kind uitnodigen om te proeven, maar zonder druk. Geef intussen zelf het goede voorbeeld en benoem wat je ervaart. Zo blijft het eetmoment ontspannen en positief. Vanuit die veiligheid en voorspelbaarheid gaan kinderen vaak vanzelf meer proeven en ontdekken. Dat is uiteindelijk duurzamer dan proberen gedrag af te dwingen met strijd of trucjes.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F10%2Fruth.jpg)