Mama is gek maar wel goed

redactie 19 jun 2018 Depressie

Als een van de ouders psychisch ziek is, is dat zwaar voor het gezin. Maar niet onoverkomelijk. Want daar zijn de deskundigen het over eens: ook met een psychische ziekte kun je een goede vader of moeder zijn.

Wie een psychisch zieke partner heeft en het moet stellen zonder steun, heeft het zwaar. Ook de kinderen in het gezin lijden eronder. Lara de Groot groeide op met een vader die depressief en psychotisch werd toen ze 8 jaar was. Hij werd twee jaar opgenomen en behandeld en daarmee was voor de rest van de familie de kous af. Maar voor Lara was haar vader nooit meer dezelfde, vertelt ze in Leven met een psychisch zieke ouder van Sandra van Gameren. ‘Als je 8 bent, staat je vader op een voetstuk. Je bent trots op hem. Van dat voetstuk is hij heel hard afgevallen. Veel weet ik niet meer van die periode, maar ik herinner me wel de angst. Omdat hij suïcidaal was, was er angst als hij bijvoorbeeld een weekend naar huis kwam. Dan was ik bang dat hij van de flat zou springen. Dus kennelijk heb je dat gevaar wel door, ook al ben je nog zo jong.’

Zelf zegt ze dat de ziekte van haar vader haar kindertijd wel erg heeft beïnvloed. ‘Nu niet zo veel meer, ook omdat ik vrij weinig contact met hem heb.’ Verder lijkt Lara, die inmiddels 32 is, er zonder al te veel kleerscheuren vanaf te zijn gekomen. Ze geeft toe wel eens psychologische hulp te hebben gezocht – voor iets heel anders – en het toen uitgebreid over haar vader te hebben gehad. Maar van chronische ontwrichting van haar eigen volwassen leven lijkt geen sprake.

Beschermende omgeving helpt

Uit onderzoek blijkt dat een derde van de kinderen met een psychisch zieke ouder zelf géén problemen krijgt. Dat is volgens Sandra van Gameren dan ook het goede nieuws. Helaas komt de rest wel in de knel: een derde krijgt tijdelijke (aanpassings)problemen en een derde ontwikkelt ernstige psychische klachten. Over de factoren die dat risico vergroten of juist verkleinen raakt steeds meer bekend.

Als gezondheidspsycholoog ziet Sandra van Gameren het absolute belang van preventie. Haar eigen moeder werd opgenomen toen ze 3 was. Ze groeide op bij haar opa en oma, ‘in een veilig en liefdevol thuis in een dorp waar ze naar elkaar omkeken.’ Oma was nogal religieus en zag het als taak goed voor haar kleinkind te zorgen. Sandra voelde dat haar omgeving veel van haar hield en hoewel de bezoeken aan de inrichting stressvol waren, zegt ze zich bewust te zijn geweest van haar zegeningen. ‘In de preventiewereld noem je dit beschermende factoren.’

Waterdichte garanties zijn er niet, zeggen de deskundigen. Maar aan de hand van deze beschermende factoren valt wel beter te voorspellen welk kind het meeste risico loopt. Zo speelt erfelijkheid een rol, maar ook de leeftijd van het kind als zijn vader of moeder ziek wordt. De eerste jaren kunnen cruciaal zijn. Algemeen geldt: hoe jonger het kind, hoe slechter de problemen thuis voor hem zijn. Verder hangt veel af van de duur en de ernst van de psychische ziekte. Ook van de draagkracht van de andere ouder: is die in het gezin aanwezig, kan die de situatie met de zieke partner aan en heeft die een goede band met de kinderen? Steun is voor alle betrokkenen belangrijk en kinderen moeten ter afleiding leuke dingen kunnen blijven doen. Het helpt aanzienlijk als een kind een heldere kijk heeft op zijn situatie. Dat bereik je als hij goed is ingelicht, niet het gevoel heeft dat de ziekte van de ouder zíjn schuld is en als hij de kans krijgt zijn zorgen te uiten. Een kind dat gehoord wordt, zal ook minder snel het gevoel hebben een familiegeheim te moeten bewaken, zichzelf wegcijferen of, als hij wat groter is, veel de deur uitvluchten om zijn ouders niet tot last te zijn of de problemen te ontlopen.

Veel erover praten

Openheid is van groot belang, zegt ook Erwin van Meekeren, als psychiater gespecialiseerd in de persoonlijkheidsstoornis borderline, waaraan 150.000 tot 200.000 Nederlanders lijden. ‘Openheid, over belangrijke zaken praten, is vrijwel altijd het beste, dus ook over problemen. Liefst met beide ouders samen en waar nodig met een professional. Met een kind kan dat al vroeg, zo vanaf zijn zesde jaar. In taal die hij begrijpt. Juist het onuitgesprokene is niet goed, het moet gezégd worden, het probleem moet op tafel.’

Verondersteld wordt ook dat een slechte relatie tussen ouders voor een kind een risicofactor is. Erwin van Meekeren: ‘De gezonde ouder moet proberen begripvol te zijn en de andere ouder niet af te vallen. Ouders mogen best onderling verschillen, als ze het in hoofdlijnen maar eens zijn, iets gezamenlijks uitdragen. Dat maakt allemaal dat de ziekte op zich het probleem niet is, maar hoe er thuis mee wordt omgegaan.

Echt voorspellen kun je de uitkomst nooit. Er zijn veel meningen, maar algemeen geldt dat te veel chaos en instabiliteit meestal leidt tot ellende. Maar niet altijd. Dat kan ook door te veel voorzichtigheid en overbescherming, waardoor een kind niet voorbereid wordt op het latere leven.’?

Aan de openheid over psychische ziekten ontbreekt het thuis en ook in onze samenleving helaas nogal eens. Psycho-educatie is hard nodig, zegt Carmen Verdoold, programmaleider bij een KOPP-groep, voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen. Deze groepen ondersteunen kinderen vanaf 7 jaar tot ze volwassen zijn. Verdoold: ‘Ons eigen programma bestaat een jaar of vijftien. In die tijd is er gelukkig wel meer oog gekomen voor de risico’s voor kinderen. KOPP denkt ook steeds meer richting ouders. Wij kunnen ouders met individuele gesprekken of in groepen ondersteunen. Soms komen ze bij ons omdat ze niet weten hoe ze een psychische ziekte aan hun kinderen moeten uitleggen in taal die kinderen verstaan.’

Hoe leg je het uit?

Wat KOPP biedt, is geen overbodige hulp. Want leg maar eens uit aan je kind waarom zijn vader of moeder zomaar ineens woedend de borden door de kamer smijt. Zoals de man van Anke (43): ‘Mijn man kan van het ene op het andere moment omslaan als een blad aan een boom. Zit je eerst gewoon nog gezellig met elkaar aan tafel, het volgende moment kan hij opspringen en zijn bord in de vuilnisbak smijten omdat hij verbolgen is over de in zijn ogen waardeloze maaltijd die ik hem heb durven voorzetten – honden zouden het nog niet lusten. Daar zit mijn kind van 6 jaar wél bij. Dan sta ik meestal op van tafel omdat ik dat gedrag niet neem, en zeg tegen mijn dochter: “Kom mee, hier luisteren we niet naar.” Net als ik mijn kind heb getroost en zelf ook een beetje ben bijgekomen, komt hij vrolijk fluitend de kamer binnen, alsof er niets aan de hand is. Ik word doodmoe van die grilligheid.’

Anke vermoedt borderline. Die stoornis? komt steeds vaker voor in het westen en gaat dus ook steeds meer ouders aan. Psychiater Erwin van Meekeren: ‘De snelle veranderingen in de maatschappij, met alle toenemende eisen en het wegvallen van zekerheden en houvast, zouden een rol kunnen spelen. Er zijn meer oorzaken, zoals genetische aanleg, maar het gaat om de wisselwerking tussen genen en omgeving.’?

Kappen bij gewelddadig gedrag

Toch kun je met een psychische ziekte ook een goede vader of moeder zijn, daarover zijn de veschillende deskundigen het eens. Erwin van Meekeren: ‘Kernwaarden zijn veiligheid, betrouwbaarheid en voorspelbaarheid. Kinderen kunnen het bijvoorbeeld best hebben dat vader elke vrijdag uitgeschakeld is door de drank en laveloos op de bank ligt, of dat moeder altijd een ochtendhumeur heeft. Kinderen hebben wél last van onvoorspelbaarheid: emotio­nele instabiliteit en impulsieve agressie.’ Daaronder verstaat Erwin van Meekeren gedragingen waarover achteraf geen enkele spijt en geen inzicht wordt getoond. ‘Bij oprecht berouw mag iedereen, en dus ook een ouder, van mij een herkansing hebben.’ Maar voortdurend geweld, seksueel misbruik en explosief gedrag zijn erg schadelijk. ‘Dan moet je soms wel zeggen: streep eronder, stoppen met die relatie.’

De psychische ziekte van een ouder is dus niet per definitie rampzalig voor het gezin, als de betrokkenen maar inzicht hebben en leren van de situatie. Erwin van Meekeren: ‘Als een kind door scheiding een van zijn ouders kwijtraakt of in een pleeggezin terechtkomt, heeft-ie ook een probleem. Het hangt er vooral vanaf of er veel andere léuke momenten zijn en of die zieke ouder zich toch duidelijk inzet voor de kinderen. Het gaat mijns inziens binnen een gezin dus om de ‘beweging’, de zoektocht naar oplossingen, waarbij alle betrokkenen hun inzet laten zien. Dan kan er veel.’

Laat je kind kind blijven

  • Probeer psychisch ziek gedrag los te zien van de persoon. Een kind kan van zijn zieke ouder houden, maar niet van zijn ziekte.
  • Stel je kind gerust: ‘We doen er samen alles aan om de ziekte in het gezin niet de overhand te laten krijgen.’
  • Zeg leuke dingen niet af, laat vertrouwde zaken doorgaan (clubjes, verjaardagen). Zorg voor afleiding. Het kind moet kind kunnen blijven.
  • Bevestig je kind in zijn zelfvertrouwen, bevestig hem in wat hij kan en doet.
  • Geef hem de kans zich te uiten, maar dring niet aan dat hij zijn hart uitstort. Laat gewoon merken dat je altijd bereid bent te luisteren.

Hoe hou jij het vol?

  • Twee-oudergezinnen moeten investeren in hun partnerrelatie. Zoek hulp waar nodig.
  • Zorg als gezonde(re) ouder voor jezelf: doe eigen dingen ter ontspanning om niet overbelast te raken. Bouw aan je eigen veerkracht, accepteer hulp van je omgeving, lotgenoten en professionals.
  • Accepteer geen lichamelijk of geestelijk geweld, zorg altijd voor eigen veiligheid en die van je kinderen. Weet wat je moet doen en bij wie je terecht kunt in een crisissituatie. Bescherm je kinderen tegen escalatie.

Hulp en informatie

– Leer de stoornis begrijpen. Ziekte-inzicht is belangrijk voor patiënt én omgeving, zeker ook voor de andere gezonde(re) ouder. Veel GGZ-instellingen bieden ondersteunings- en trainingsprogramma’s. Lotgenotengroepen bieden (h)erkenning en steun. Op internet: www.stichtingborderline.nl, www.stichtingpandora.nl, www.labyrint-in-perspectief.nl, www.kopstoring.nl, www.moeilijkemensen.nl, http://kopp.lotgenootje.nl.
– Professionals zoals borderline-­psychiater Erwin van Meekeren (www.scelta.net) organiseren Publieksdagen waar specialisten en ervaringsdeskundigen inzicht geven in bijvoorbeeld oorzaak, diagnose en behandeling. Naastbetrokkenen horen wat ze kunnen doen voor hun zieke partner en gezin, met speciale aandacht voor kinderen. Publieksdagen worden aangekondigd op www.stichtingborderline.nl en www.triade-borderline.nl.
– Sinds 1 maart heeft het Trimbos een speciale site voor ouders ontwikkeld die de campagne ‘Hoe vertel je het de kinderen’ ondersteunt: www.kopop­ouders.nl. Ook maakt dit instituut voor ouders en kinderen voorlichtings­brochures over ouders met psychische stoornissen. Bestellen via www.trimbos.nl of Postbus 725, 3500 Utrecht, tel. 030-2971180.
– Clé Jansen en Ingrid Ligtermoet maakten de documentaire Klein Gebaar Groot Geluk, waarin kinderen vertellen wat het voor hen betekent om een ouder te hebben met een psychische ziekte of verslavingsproblemen.

Om hoeveel gaat het?

Eén op de drie kinderen heeft te maken met een ouder die een psychiatrische stoornis heeft. In Nederland kampen namelijk 865.000 ouders met een verslaving of psychische problemen. Zij hebben met elkaar ruim anderhalf miljoen kinderen onder de 22 jaar, van wie er 500.000 tussen de 4 en 12 jaar oud zijn en 400.000 onder de 4 jaar. Bron: Trimbos-instituut

Bronnen

Leven met een psychisch zieke ouder, Sandra van Gameren, uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum , ISBN 9789031348312
Leven met een borderliner, Paul Mason en Randi Kreger, Uitgeverij Nieuwezijds, ISBN 9789057121623
Borderline de baas – Gids voor naastbetrokkenen, Koos Krook, HB Uitgevers Baarn, ISBN 9789055744558
Borderline Hulpboek, Jaap Spaans en Erwin van Meekeren, Uitgeverij Boom, ISBN 9789085063667

Reageer op artikel:
Mama is gek maar wel goed
Sluiten