‘Mijn zoon wil niet meer knuffelen’: waarom dit volgens vadercoach geen afwijzing is
Iedere vader kent het gevoel van onmacht, het gevoel dat je geen grip hebt in het vaderschap, maar niet iedere vader praat erover. In deze rubriek deelt vadercoach Marloes Craenen elke week een casus uit haar eigen praktijk en geeft zij haar advies. Deze week het dilemma van Job (41): “Sinds kort wil mijn zoon van acht niet meer knuffelen en ook geen kus. Dat raakt me.”
Job (41): “Sinds kort wil mijn zoon van acht niet meer knuffelen en ook geen kus. Zelfs een hand op z’n schouder is te veel. Als ik ’s ochtends bij het weggaan mijn armen open, kijkt hij me aan alsof ik iets heel geks doe. Alsof hij zegt: ‘Doe normaal, pap.’ Of hij draait zich om en loopt weg. Waar hij vroeger tegen me aan kroop op de bank, zit hij nu het liefst zo veel mogelijk op zichzelf. En ik merk dat het me meer raakt dan ik wil toegeven.
Ik probeer luchtig te doen. Zeg tegen mezelf: dit hoort erbij, hij wordt groter en stoerder, Sander! Maar eerlijk? Het voelt als afwijzing. Alsof ik ineens niet meer nodig ben. Of iets verkeerd heb gedaan. Ik voel zelfs irritatie. Dan denk ik: prima, dan niet. En dan hou ik ook afstand. Maar dat is niet wat ik wil. Ik mis dat fysieke contact.
En het dubbele is: waar klaag ik over? Over een kind dat zelfstandig wordt? Dat niet meer wil knuffelen? Het lijkt klein en logisch, maar van binnen voelt het groot en pijnlijk. En dus vraag ik me af: trek ik me dit te persoonlijk aan? Is dit normaal op deze leeftijd? Of is dit een teken dat hij zich van mij losmaakt en hoort dit gewoon bij de fase?“
Advies van vadercoach Marloes Craenen
“Ik snap je punt, Job. Je kind laat gedrag zien dat je verwart. Want ondanks jouw logisch denken over het zelfstandigheidsproces van je zoon, realiseer jij je ook: hij is nog maar acht, wat gebeurt hier?
Als ik het kort mag samenvatten: ja, het gedrag van je zoon is tot op zekere hoogte normaal. En afhankelijk hoe jij reageert op het gedrag van je kind, zal dit gedrag worden versterkt of juist weer afzwakken. Jouw reactie zegt me dat dit je dieper raakt dan jezelf zou willen. Sterker nog: het drijft jullie alleen maar verder uit elkaar. Omdat je geraakt bent.
Dus de sleutel tot jullie verbinding, die ligt dus bij jou. Laat ik je stap voor stap meenemen in wat er gebeurt bij je zoon en hoe jij er voor zorgt dat jullie verbinding onvoorwaardelijk liefdevol en ijzersterk zal blijven.
1. Je kind wijst je niet af, maar maakt zicht los
Ieder kind maakt sprongen in zelfstandigheid. Stap voor stap hebben kinderen hun ouders minder nodig. Toen je kind rond de 2 jaar oud was, begon dat met uitspraken als “nee”, “ikke doen” en “zelluf doen”, weet je nog? Voor die tijd zijn kinderen nog volledig afhankelijk van papa en mama. Vanaf een jaar of acht zien kinderen in dat het leven meer omvat dan de veilige thuishaven.
Plus: rond een jaar of acht verdwijnt ook nog eens het magische denken van het kind. Sinterklaas bestaat niet, Paw Patrol is voor kleuters en wat vriendjes doen is niet alleen veel interessanter maar vooral ook ‘waarheid’. Dit alles maakt je kind minder afhankelijk (“Doe normaal!”) en ook minder symbiotisch (“Ik ben ik en jij bent jij”).
Het is een pittige fase voor je kind, die zelfstandigheidsfase. En iedereen gaat anders om met verandering, ook jouw kind. Meestal heeft een kind papa en/of mama eerst harder nodig, zoals fijn knuffelen op de bank. Om vervolgens een grote sprong vooruit te maken. Voor je kind is dit groei. Echter, voor ouders die knuffelen en zorgen voor heerlijk vinden, voelt dit als verlies.
2. De pijn zit niet in je kind, maar in wat je kind in jou aanraakt
Wanneer dit natuurlijke proces je dieper raakt dan je zou willen, zit de oorzaak ook dieper. Het gedrag van je kind raakt aan een oude pijn. Schrik niet als ik nu te confronterend ben. Misschien heb jij toen je klein was het gevoel gekregen niet nodig te zijn, voelde jij je pas van waarde en geliefd als je de zorg voor anderen boven jezelf zette of heb je eenzaamheid ervaren rondom thema’s als afwijzing of emotionele afwezigheid.
En als kind, met een onaf zenuwstelsel die zo’n pittige emotie nog niet zelfstandig kan verwerken, bedenk je dan een strategie om dit nare gevoel nooit meer te hoeven voelen. Je gaat bijvoorbeeld heel hard werken om anderen een goed gevoel te geven, wat jou bevestigt heus wel van waarde te zijn. Of je haalt het gevoel geliefd te zijn bij een ander in plaats van bij jezelf. Net zolang tot het tegen je werkt, zoals nu.
Als een kind een jaar of acht is, stopt hij (of zij) onbewust met bevestigen dat je van waarde bent voor hem. Daar doet je kind overigens helemaal niks voor. Het gebeurt gewoon, omdat hij zijn eigen leven aan het ontdekken is. Echter, op vlakken waar het schuurt zal een kind middels gedrag om duidelijkheid vragen en net zo lang dit gedrag blijven vertonen tot de disbalans of onduidelijkheid is opgelost.
3. Het is niet aan je kind om jou gelukkig te maken
Jouw kind spiegelt dus geen afstand. Hij spiegelt autonomie.
In dit geval laat je zoon je onbewust zien: “Papa, jij leunt (onbewust) emotioneel op mij.” En dat leunen voelt vervelend voor hem. Het is immers niet zijn taak om jou gelukkig te maken. Dan gebeurt er dit: het lichaam van je kind trekt zich terug. Hij raakt, uit zelfbescherming, meer op zichzelf.
Kinderen voelen feilloos aan wanneer nabijheid iets van hén vraagt. Wanneer een knuffel niet alleen liefde is, maar ook houvast voor papa of mama. Je kan je dus afvragen: wie heeft die knusse knuffelmomentjes op de bank het meeste nodig? En ook: hoe autonoom vind jij jezelf?
4. De spiegel: dit zegt je kind eigenlijk
Je kind zegt niet: “Raak me niet aan.” Maar: “Blijf bij jezelf, papa.”
Want kinderen hebben behoefte aan vaders, en ook moeders, die zichzelf kunnen dragen in plaats van hun eigen pijn en gemis op hun kind projecteren. Ze hebben vaders nodig die aanwezig zijn zonder iets nodig te hebben. En dát vraagt om volwassen stevigheid. Maar als je brein je terugbrengt bij die oude pijn van vroeger, is het lastig om je volwassen brein te gebruiken en volwassen keuzes te maken. Hopelijk gaat dit inzicht je helpen om bewuster te handelen.
5. De diepere uitnodiging voor vaders (en moeders)
Een dilemma als deze nodigt je uit om verder te onderzoeken:
- Waarin zoek ik bevestiging?
- Wat raakt mij zo diep aan deze ‘nee’?
- Wie was er vroeger voor míj, toen ik nabijheid nodig had?
Zodra jij je eigen gemis erkent en draagt, verdwijnt de lading. En paradoxaal genoeg gebeurt dan vaak dit: je kind komt vanzelf weer dichterbij. Op zijn eigen moment en op zijn eigen manier. Niet omdat het moet. Maar omdat het veilig voelt.
Het gedrag van je kind is dus geen afwijzing. Het is een overgang van afhankelijkheid naar vrije verbinding. Probeer er met je volwassen brein naar te kijken en je kind de onvoorwaardelijke liefde en support te geven in dit zelfstandigheidsproces. Heb begrip voor de uitdagingen die je kind tegen komt in het leven. Begrip voor het willen verruilen van de veilige haven voor de grote, nieuwe en soms harde wereld om hem heen. Het hoort erbij. En ook: heb respect voor dit proces dat hij aangaat. Kinderen zijn heel veerkrachtig. Dus ook al zal het niet altijd makkelijk zijn, als je kind weet dat jij er voor hem of haar bent, zal je kind je altijd weten te vinden.”