Lauren Siemerink
Lauren Siemerink Persoonlijke verhalen Vandaag
Leestijd: 8 minuten

‘Was je maar nooit geboren’: de impact op een kind met een psychisch kwetsbare ouder

De toon aan tafel. De spanning in huis. Het voortdurend aftasten van stemmingen. Voor kinderen die opgroeien met een psychisch kwetsbare ouder gaat onveiligheid zelden over één uitzonderlijke gebeurtenis. Veel vaker gaat het om een dagelijkse onderstroom van onvoorspelbaarheid en emotionele onbeschikbaarheid. Een onveilig, instabiel klimaat waarin een kind zich langere tijd voortdurend moet aanpassen. En dat laat diepe sporen na, vaak tot ver in de volwassenheid.

Als een ouder mentaal worstelt, wankelt het hele gezin

In Nederland groeit naar schatting één op de vier kinderen op met een ouder met psychische of verslavingsproblemen. Dat zijn 900.000 kinderen. Jozef Overeem (1992) is een van hen. Hij groeit op zonder een gevoel van veiligheid of fundament, met een moeder met ernstige psychische problemen en een afwezige vader. In zijn boek ‘Was je maar nooit geboren’, dat eind januari verschijnt, pleit hij voor meer bewustwording over de impact van opgroeien met een psychisch kwetsbare ouder. Zijn boodschap is helder: zie óók de kinderen als een ouder mentaal worstelt.

“Ik wist nooit waar ik aan toe was”

De moeder van Jozef kampt met depressies en waanbeelden, is emotioneel vaak niet beschikbaar en wordt arbeidsongeschikt verklaard. Zijn ouders gaan al tijdens de zwangerschap uit elkaar, met zijn vader heeft hij nauwelijks contact. Jozef herinnert zich vooral de onvoorspelbaarheid thuis: de gespannen sfeer, woede-uitbarstingen en het uiten van suïcidale gedachten in het bijzijn van hem en zijn broertje. “Ik stond altijd op scherp,” vertelt hij aan J/M Ouders. “Je wist nooit wat je zou aantreffen als je thuiskwam. Welke versie van mijn moeder er zou zijn.” Voor gezelligheid of zorgeloos kind-zijn was nauwelijks ruimte, alles draaide om zijn moeder.

Steven Pont over opgroeien als kind met een psychisch kwetsbare ouder
Ontwikkelingspsycholoog en systeemtherapeut Steven Pont Eigen beeld

Emotionele onveiligheid: trauma zonder begin en einde

Volgens ontwikkelingspsycholoog en systeemtherapeut Steven Pont is dat typerend voor kinderen in dit soort gezinnen. “We denken bij trauma vaak aan één heftige gebeurtenis,” zegt hij. “Maar dit is chronische emotionele onveiligheid. Het gaat niet om wat er één keer gebeurt, maar om wat er structureel ontbreekt: voorspelbaarheid, emotionele beschikbaarheid, bescherming. Voor een kind is dat alsof je opgroeit zonder bedding. En omdat het geen duidelijk begin of einde heeft, is het later zo moeilijk te herkennen.”

“Was je maar nooit geboren”

Jozef en zijn jongere broertje worden meerdere keren uit huis geplaatst, vaak gescheiden van elkaar. Zonder duidelijke uitleg of begeleiding, ondanks betrokkenheid van de vele instanties. “Ik dacht daardoor lange tijd dat het aan mij lag. Dat ík het probleem was.” Veel herinneringen uit die tijd heeft hij niet meer. Deels verdrongen, deels omdat zijn moeder veel informatie verzweeg of verdraaide. “Mijn moeder liet ons vaak weten hoe we haar tot last waren. Ze sprak dan de woorden: ‘was je maar nooit geboren’. Dat soort uitspraken gaan onder je huid zitten. Letterlijk. Ook als je rationeel weet dat het niet waar is, gaat je lijf het geloven – the body keeps the score.”

‘Moeilijk’ gedrag als overlevingsstrategie

Van buitenaf werd Jozef gezien als een ‘lastige puber’. De link met thuis werd niet gelegd. Pont: “Gedrag wordt vaak geïndividualiseerd, terwijl het systemische signalen zijn. Om zich staande te houden, passen kinderen zich aan, legt Pont uit. De één wordt extreem zorgzaam of een ster in pleasen, de ander juist boos en opstandig of teruggetrokken.” Jozef leerde zijn onzekerheid verbergen, omdat kwetsbaarheid tonen voelde als een risico. Op de middelbare school gaat het mis: spijbelen, hangen op straat, alcohol- en drugsgebruik. Jozef: “Soms ging het even wat beter, maar dan brak ik wat ik had opgebouwd onbewust weer af. Alsof het niet goed mócht gaan.” Pont benadrukt dat dit soort gedragingen vaak ten onrechte worden gezien als een individueel probleem. Het zijn echter geen karaktertrekken, maar overlevingsstrategieën.

Loyaliteit

Praten over zijn thuissituatie met zijn omgeving deed Jozef niet. Pont: “Kinderen denken vaak dat de situatie thuis, hoe ingewikkeld ook, normaal is, omdat ze geen ander referentiekader hebben. Ze realiseren zich pas later dat er iets aan de hand is. Bovendien speelt er ‘zijnsloyaliteit’: een diepgewortelde loyaliteit aan de ouder. Kinderen verraden hun ouders niet, zelfs als het onveilig is. Zwijgen is onderdeel van de loyaliteit. De echte oorzaak van problemen blijft daardoor vaak onder de radar.”

Patronen doorbreken

“Kinderen internaliseren de problemen en ontwikkelen gezinsrollen, zoals extreem pleasen of juist agressief gedrag, om het gezin bij elkaar te houden of klappen op te vangen”, legt Pont uit. “Dit zijn diep ingesleten patronen die moeilijk te doorbreken zijn in het volwassen leven, vooral onder invloed van stress. Je kunt niet zomaar afleren wat je hele jeugd je houvast was.” De gevolgen van een emotioneel onveilige jeugd openbaren zich vaak pas later: in relaties, werk en het lichaam. In de vorm van stemmingsklachten, moeite met nabijheid, een laag zelfbeeld. Pont: “Chronische onveiligheid zorgt bovendien voor langdurige ontregeling van het zenuwstelsel”. Jozef herkent dat: “ook al begreep ik rationeel waar mijn klachten vandaan kwamen, mijn lichaam bleef gevaar signaleren.”

The body keeps the score

Overprikkeling, in zijn lijf genestelde overtuigingen, angst en paniekaanvallen – het is een greep uit de klachten die Jozef tot op de dag van vandaag ervaart. Lichaamsgerichte therapie helpt hem signalen te herkennen, grenzen te stellen en zijn zenuwstelsel te reguleren. Enkele jaren geleden verbrak hij het contact met zijn moeder. Een moeilijke, maar weloverwogen keuze, ingegeven door zelfliefde. Pas na die breuk werd voelbaar hoeveel spanning hij jarenlang had vastgehouden. Heftige paniekaanvallen en angstklachten volgden. “Alsof mijn lijf liet zien wat het al die tijd had gedragen.”

Intergenerationele overdracht

Het is een complexe uitdaging om deze patronen niet door te geven aan een volgende generatie. Mensen nemen onbewust mee wat zij zelf hebben geleerd. “Je weet vaak heel goed wat je níét wilt doorgeven,” zegt Pont, “maar niet hoe het anders moet.” Onder druk vallen mensen terug op oude patronen. Zeker als ze zelf nooit geleerd hebben hoe veiligheid voelt. “Dat maakt verandering zo ingewikkeld,” aldus Pont. Het is alsof je op volwassen leeftijd een nieuwe taal moet leren. Dat betekent niet dat het niet mogelijk is zegt Pont, maar het is hard werken.

Wat helpt: gezien worden en een steunend netwerk

Een kantelpunt komt er op zijn zeventiende, als een psycholoog hem zegt: ‘je moet hier weg.’ “Dat was voor het eerst dat iemand benoemde dat mijn thuissituatie niet normaal was,” vertelt Jozef. Een periode met destructief gedrag en depressies volgt. Dankzij steun van mensen en rolmodellen in zijn netwerk weet hij telkens toch weer op te krabbelen en in zichzelf te blijven geloven: de vader van zijn toenmalige vriendin, ouders van een klasgenootje waarbij hij wekelijks mocht eten, een stabiele vriendengroep door de voetbal. “Door hen voelde ik me gewaardeerd, ze lieten me zien hoe een veilig gezin en gezonde relaties eruit kunnen zien.” Het benadrukt het belang van een vangnet, een steunend netwerk van betrokken mensen die aandacht en warmte geven als dat thuis ontbreekt.

Liefde geven

Inmiddels heeft Jozef een koophuis, een gezonde relatie en is hij trotse vader van een zoon. Hij twijfelde lange tijd of hij vader wilde worden, uit angst instabiliteit door te geven. Die angst is er soms nog en is diepgeworteld, maar is vooral angst voor de angst. Zijn zoon is anderhalf – de focus ligt nog op verzorgen, nabij zijn, voorspelbaarheid bieden. En vooral: liefde geven. “Alles wat ik zelf heb gemist.” In zijn werk bij de sociale dienst ziet hij dagelijks hoe vaak een moeilijke jeugd doorwerkt in volwassen levens – en hoe belangrijk het is dat die keten ergens wordt doorbroken.

”Het ligt niet aan jou”

Jozef onderstreept het belang van psycho-educatie, waarbij het kind leert over de psychische gesteldheid van de ouder en begrijpt dat de symptomen over de ouder gaan en niet over het kind. En ook Pont benadrukt: “een kind moet horen: dit ligt niet aan jou. Dat voorkomt schuld en schaamte.” Lotgenotengroepen, zoals KOPP-groepen, kunnen daarbij helpen. Ze bieden (h)erkenning, verminderen eenzaamheid en schaamte. “Het is vaak een helende ervaring” zegt Pont, “Kinderen in kopgroepen kunnen hun ervaringen vaak makkelijker delen en er is wederzijds begrip, omdat ze vergelijkbare situaties hebben meegemaakt.

Zie het hele systeem

Volgens zowel Jozef als ontwikkelingspsycholoog Steven Pont begint verandering bij bewustwording. Stop met alleen naar het kind of alleen naar de ouder te kijken. Zie het hele systeem: het gezin, de context, de omgeving. Vroege ondersteuning maakt daarbij het verschil. Soms in de vorm van hulpverlening, maar minstens zo belangrijk is een steunend netwerk van betrokken volwassenen. Mensen die blijven, het kind achter het gedrag zien en die veiligheid bieden wanneer die thuis ontbreekt.

Was je maar nooit geboren verschijnt in aanloop naar de Week van Het Vergeten Kind, waarin dit jaar opnieuw aandacht wordt gevraagd voor het stoppen van doorplaatsen van kinderen in jeugdzorg. De gehele opbrengst van het boek gaat naar Stichting Petje Af en Stichting het Vergeten Kind.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met onze mooiste verhalen.