Orthopedagoog: ‘Ik weet alles over opvoeden, maar thuis doe ik het óók niet perfect’
Wat als je precies weet hoe opvoeden ‘zou moeten’, maar thuis gewoon een ouder bent die moe is, reageert en soms te snel oordeelt? Orthopedagoog Loes Waanders herkent dat spanningsveld als geen ander. In haar werk helpt ze ouders om meer rust en realisme te vinden, maar thuis loopt ze net zo goed tegen haar eigen grenzen aan.
“Ja, ik denk dat mijn kennis opvoeden makkelijker maakt, maar soms ook ingewikkelder. Ik zie zoveel situaties in mijn werk dat ik veel realistischer ben geworden. Ik heb weinig last van het perfecte plaatje, omdat ik weet dat dat niet bestaat.”
Uitzoomen
Tegelijkertijd merkt ze dat haar professionele blik thuis soms juist kan doorschieten. “Als mijn kinderen niet lekker in hun vel zitten, schiet ik snel in de analysestand: wat heb ik gemist, wat moet ik doen? Terwijl het vaak gewoon normaal gedrag is. Mijn partner helpt me dan om uit te zoomen.”
Die spanning tussen weten en doen loopt als een rode draad door haar ouderschap. “Ik kan thuis juist te veel inzoomen. En als ik dan even mijn ‘werkbril’ opzet, denk ik: maak je niet zo druk.”
Ook het beeld van haar eigen opvoeding speelt daarin mee. “In mijn gezin werd vroeger weinig over emoties gesproken. Als ik vroeg waarom iemand boos was, kreeg ik: ‘Ik ben niet boos.’ Dat vond ik als kind heel verwarrend.” Dat doet ze nu anders met haar eigen kinderen van 4 en 7. “Ik benoem wat er in mij gebeurt. Als ik geïrriteerd raak, zeg ik: ik merk dat ik in oranje zit, ik ga even rustig ademen. Daarmee laat ik zien: emoties zijn niet eng, ze komen en gaan.”
Herstellen
Ze ziet daar ook effect van terug. “Als mijn kinderen ruzie hebben, zeggen ze nu dingen als: ‘Ik word verdrietig als jij zo tegen mij praat.’ Dat is echt iets wat ze leren. Bij ons thuis werd dat vroeger niet uitgesproken, dan ging je gewoon weer door.”
Toch gaat het niet altijd goed, en dat vindt ze belangrijk om te benoemen. “Ze zijn vier en zeven, dus natuurlijk lukt het niet altijd. En ik ook niet. Vorige week reageerde ik nog geïrriteerd aan tafel omdat ik moe was. Ik zei: ‘Dan eet je het niet, maar dan blijf je je hele leven klein.’ Dat sloeg natuurlijk nergens op. Mijn zoon zei meteen: dus jij bent dan ook niet goed gegroeid? Hij is scherp hoor. Daarna heb ik uitgelegd dat ik moe was en daardoor niet goed reageerde. Herstellen is zó belangrijk. Het stopt niet bij je reactie, het begint daar pas.”
Het niet weten
Een van de grootste misvattingen over opvoeden, vindt ze, is dat ouders alles moeten kunnen controleren. “Er ligt zo veel druk op ouders om het perfect te doen. Maar je bent maar één factor. Je kind is ook een individu met een eigen karakter en invloed van school, vrienden, slaap, alles.”
Die prestatiedruk ziet ze dagelijks terug. “Ouders gaan analyseren, googelen, twijfelen. Terwijl je juist vaak niet precies weet wat je kind nodig heeft. En dat is oké. Je mag er ook naast zitten.”
Volgens haar zit de winst juist in iets anders: herstel en verbinding. “Investeer niet in perfectie, maar in het herstellen van contact. Dat leert je kind dat fouten maken normaal is, en dat relaties weer goed kunnen komen.”
De kern
Waar Loes Waanders zelf nog in groeit? “De overgang van werk naar gezin. Als ik heel druk ben geweest, blijft mijn hoofd aan staan. Dan helpt het om even te wandelen of zelfs één liedje te luisteren voordat ik naar mijn kinderen ga. Dat maakt echt verschil.”
Uiteindelijk draait opvoeden voor haar niet om controle, maar om menselijkheid. “Je gaat fouten maken. Je gaat het niet altijd weten. Maar juist daardoor laat je je kind zien hoe het leven werkt. En misschien is dat wel de kern. Herstel is belangrijker dan perfect zijn.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)