Ouderbetrokkenheid – deel 2

Hoe doe je dat, de ouderbetrokkenheid op school vergroten? Leerkrachten en ambtenaren doen vruchteloze pogingen, maar de huidige manieren – de koffieochtenden, de koffieochtenden in speciale ouder-ontmoetingsruimten, de koffieochtenden georganiseerd door ouder-contactfunctionarissen – leveren op de meeste scholen weinig op.

Ouders die wel reageren op dit soort initiatieven, zijn sowieso wel betrokken bij het welbevinden en de schoolprestaties van hun kind, zo klagen leerkrachten. Liever zouden ze ouders bereiken die juist geen enkele interesse tonen in wat er op school gebeurt, die school gewoon zien als veredelde opvang.

Dat scholen het tij kunnen keren, gelooft alleen Marja van Bijsterveldt. Zij heeft ouderbetrokkenheid dit jaar hoog op de agenda staan. Zelf denk ik dat ouders zich alleen 'betrokkener' kunnen opstellen als leerkrachten hun verwachtingen bijstellen en ouders op een andere manier benaderen.

Wat verwachten leerkrachten vandaag de dag van ouders? Er zijn veel leerkrachten die vinden dat ouders eigenlijk overal bij betrokken moeten zijn: bij activiteiten zoals schoolreisjes, de voorbereiding van feestdagen en spelletjesdagen, of als luizenmoeder en luizenvader, oversteekouder of meeloopouder naar zwem- en gymlessen. Aanwezigheid bij de presentaties van schoolwerk, sportdagen, musicals, en door leerkrachten georganiseerde ouderavonden zijn eigenlijk ook vereisten. De tienminutengesprekken zijn van levensbelang, net als alle andere gesprekken over de schoolprestaties van je kind. In het verlengde van deze gesprekken liggen de inspanningen die je thuis als ouder moet verrichten om een opgelopen achterstand op een gebied als taal of rekenen weg te werken, of een mogelijk toekomstig op te lopen achterstand te voorkomen.

Dat het onmogelijk is om aan al deze eisen te voldoen, zou uitgangspunt moeten zijn van Marja van Bijsterveldts missie en haar boodschap naar scholen toe. Al zouden ouders begrijpen dat dit daadwerkelijk is wat scholen van ouders verlangen, dan is het nog maar de vraag of ze voldoende kennis en vaardigheden bezitten om op al deze fronten het juiste te doen. Een ouder die het Nederlands niet machtig is, zal niet snel op het idee komen om mooie prentenboeken voor zijn kinderen aan te schaffen. En als de juf het deze ouder aanraadt, dan zal hij ze misschien aanschaffen, maar nog niet weten hoe hij deze Nederlandse prentenboeken het beste voor kan lezen. Hij zal misschien wel een poging wagen, maar is dat voor deze ouder de beste en slimste manier om zijn betrokkenheid met school te laten zien? Waarschijnlijk beschikt deze ouder over een scala aan andere kwaliteiten, waar hij noch de school zich bewust van is. Misschien kan deze ouder wel heel goed klussen, lassen, koken of borduren. En wie zegt dat je daar niets mee kan in het leven?

De missie van scholen zou kunnen zijn om ouders bewust te maken van hun talenten, net zoals ze dat – als het goed is – bij de kinderen in hun klas doen. Leerkrachten zouden ouders kunnen stimuleren om hun passie bewust met hun kinderen en met school te delen – wat deze passie ook moge zijn. Dat betekent dat ouders niet van alle markten thuis hoeven te zijn en op alle fronten bij hoeven te springen; zolang school maar weet wie wat in huis heeft, wat zijn of haar mogelijkheden zijn. Zodra je dat weet, kun je ouders vragen om elkaar hierin aan te vullen.

Om erachter te komen hoe je individuele ouders het beste kunt inzetten, moet je ouders goed leren kennen. Hoe je dat precies doet, maakt eigenlijk niet uit, zolang de overtuiging er maar is dat iedereen iets kan en iedere ouder zich in principe wil inspannen voor zijn kind. Vraag nieuwe ouders niet of ze willen luizen kammen of verkeersouder willen zijn, maar vraag ze waar hun hart naar uitgaat: ‘Wat doe je graag, waar ben je goed in, en wat gaat je minder goed af?' Of: 'Wat doe je graag met je kinderen, en wat zou je nog meer willen doen?’ Ouders moeten het gevoel krijgen dat ze ertoe doen. Niet doordat ze aan bepaalde standaarden moeten voldoen, maar doordat ze merken dat ze gewaardeerd worden als individu met individuele talenten.

Een totaal andere aanpak is om ouderbetrokkenheid gewoon te laten voor wat het is; steek de tijd in goede lessen voor de kinderen, en laat school school zijn, en thuis thuis. Maak je deze keuze, sta daar dan ook achter, en wees niet rancuneus.

Want wees eerlijk: kinderen profiteren van betrokken ouders, maar wat kinderen echt ten goede komt, is een rotsvast vertrouwen vanuit school in de ouder: jij en je kind gaan het redden in deze maatschappij, daar gaan we gewoon voor!

Reageer op artikel:
Ouderbetrokkenheid – deel 2
Sluiten