Hierom worden kinderen ‘lastig’ aan tafel op de opvang
Drukte aan tafel, kinderen die wiebelen, eten weigeren of gaan “klieren”. Op veel kinderdagverblijven hoort het er simpelweg bij. Toch is dit volgens pedagogisch specialist Esther Steinebach geen normaal gedrag, maar een signaal. “We kijken massaal naar het verkeerde moment,” zegt ze. “Het eetmoment is een enorme blinde vlek in de kinderopvang.”
Esther wordt vaak gevraagd om mee te kijken bij onrust op de groep of opvallend gedrag van een kind. “Dan word ik uitgenodigd tijdens speelmomenten. Er wordt gewezen naar een kind en gezegd: zie je wel, dit is niet normaal.” Maar volgens haar maken we daarmee een collectieve denkfout. “Onrust en gedrag zijn symptomen. Geen oorzaken.”
‘Normaal’
Haar inzicht kwam toen ze toevallig ook aanwezig was tijdens eetmomenten. “Ik zag dingen waarvan ik dacht: dit vinden we blijkbaar normaal, maar dat is het niet.” Denk aan jonge kinderen die verplicht eerst een groot glas water moeten drinken, dreumesen die een uur aan tafel moeten blijven zitten terwijl hun lijf wil bewegen, of baby’s die vastgesnoerd in stoelen wachten op hun volgende hap. “Probeer het eens voor jezelf te voelen,” zegt Esther. “Stel je voor dat je enorme honger hebt, maar pas een volgende hap krijgt als iedereen aan tafel er ook één heeft gehad. Of dat je verplicht stil moet blijven zitten terwijl je lijf schreeuwt om beweging.” Wat voor volwassenen logisch of efficiënt lijkt, sluit vaak niet aan bij de ontwikkeling van jonge kinderen.
Geen simpel sociaal moment
Een belangrijke misvatting is dat eetmomenten vooral sociale momenten zijn. “Voor volwassenen wel,” legt Esther uit. “Maar voor jonge kinderen is leren eten een extreem complex proces.” Kauwen, slikken, de juiste tongbewegingen maken, een lepel vasthouden, drinken zonder te verslikken, dat vraagt concentratie en vaak één-op-één aandacht. “Wij maken het sociaal vóórdat de vaardigheden er zijn,” zegt ze. “En dat zorgt voor overprikkeling, frustratie en onrust.”
Daar komt bij dat kinderen vaak worden gedwongen om hun eten of drinken op te maken. “Daarmee leren ze één gevaarlijke boodschap: vertrouw niet op de signalen van je eigen lichaam.” Dat kan op de lange termijn leiden tot een verstoorde relatie met eten en het negeren van verzadigingsgevoelens.
Onrust, wachten en dwang
Volgens Esther heeft de manier waarop eetmomenten nu vaak zijn ingericht duidelijke gevolgen. Dwang leidt tot machtsstrijd, precies op gebieden waar je die niet wilt: eten, slapen en zindelijkheid. Onrust zorgt ervoor dat kinderen hun lichaamssignalen niet meer voelen. Wachten bouwt spanning op in het lijf, die er later alsnog uitkomt in wild of “stout” gedrag. “Niet omdat een kind dat wil,” benadrukt ze, “maar omdat het niet anders kan.”
Lagere werkdruk
Waarom krijgt dit zo weinig aandacht in opleidingen en begeleiding? “Er is een enorm kennistekort,” zegt Esther. “Niet uit onwil, maar omdat het altijd zo is gedaan.” Eetmomenten worden gezien als routine, terwijl ze juist pedagogisch ontzettend rijk kunnen zijn.
Kleiner eten, meer aandacht, kinderen van tafel laten gaan als ze klaar zijn, geen dwang, en duidelijke taakverdeling: het kind bepaalt óf en hoeveel het eet, de volwassene bepaalt wat, waar en wanneer. “Dat vraagt een andere organisatie van de dag,” zegt Esther, “maar het is echt haalbaar.” En misschien wel het belangrijkste: “Als kinderen zich gezien en gehoord voelen tijdens deze momenten, ontstaat er rust. Minder onrust betekent minder werkdruk. En meer ruimte voor liefde en verbinding. Het zijn vaak kleine veranderingen,” besluit ze. “Maar die maken een wereld van verschil, voor kinderen én voor de mensen die elke dag met zoveel hart voor hen zorgen.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F02%2FMirjamSteinebachFotografie-349.jpg)