Pleegzorg in de praktijk: Je krijgt méér dan een kind

Frans Lomans, hoofdredacteur van Panorama, zorgt sinds tweeënhalf jaar voor één van de 24.150 pleegkinderen in Nederland. hoe gaat dat, pleegouder worden? Waar moet je rekening mee houden? 'Je wordt onderdeel van een uit de kluiten gewassen circus.'

Mijn vrouw en ik noemden het zelf een cursus. Maar nadat we acht maandagavonden op rij naar Pleegzorg waren geweest, hoefden we geen examen te doen. Wij vermoedden dat het voornaamste doel van deze bijeenkomsten was om de potentiële pleegouders erachter te laten komen of ze wel echt een pleegkind wilden. Steeds weer werden we erop gewezen dat het hier om een enorme ingreep in ons leven ging. Het was waarlijk geen kattenpis. Je kreeg geen modelkind over de vloer, maar – om het heel bot te zeggen – 'beschadigde waar'. Of je dat aan dacht te kunnen, daar moest je goed over nadenken.

Je kreeg dus meer dan een kind. Want de jongen of het meisje dat jouw pleegkind werd, had waarschijnlijk een lange, traumatische historie. Dat kind had een vader en/of een moeder, die kreeg je er ook een beetje bij. Net als eventuele broertjes en zusjes. Je kreeg er bureau Jeugdzorg bij, en Pleegzorg. Eigenlijk werd je onderdeel van een uit de kluiten gewassen circus.

Soms valt het mee

Ik kan me nog herinneren dat ze ons serieus waarschuwden voor hechtingsproblemen. Je aan iemand hechten – dat waren de meeste kinderen, vanwege alle shit die ze al meegemaakt hadden, verleerd. Ze hadden alle reden om volwassenen te wantrouwen, omdat ze door dat soort mensen net één keer te veel waren verneukt. Het staat me nog zo goed bij, omdat dit in onze praktijk geen enkel probleem was. Integendeel, onze pleegzoon kon zich hechten als de beste. Ook wij bleken fikse hechters.

Wat me bij een ander probleem brengt. Een pleegkind is geen adoptiekind. Een pleegkind heb je tijdelijk. Het is de bedoeling dat het na verloop van tijd teruggaat naar zijn oorspronkelijke gezin, als daar tenminste niet de meest vreselijke dingen gebeurd zijn. Dat is iets waar mijn vrouw en ik onszelf nog wel eens op moeten wijzen: het verblijf van onze pleegzoon kan tijdelijk zijn. Ga niet denken dat het je eigen kind is, want dat is het niet. Hij is en blijft de zoon van zijn moeder. Tegelijkertijd maakt het gegeven dat het kind een passant is, het verdomd moeilijk om hem de opvang te geven die hij verdient. Geborgenheid en zekerheid zijn de basis voor een succesvol verblijf. En voor een succesvolle behandeling, indien nodig. Als er onzekerheid is over de lengte van zijn verblijf, dan zal die vast en zeker overslaan op het kind.

Soms valt het tegen

Wij dachten dat hij in therapie moest. Eigenlijk dacht iedereen dat. Ook de psycholoog na een -intakegesprek. Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Hiervoor hadden we namelijk toestemming nodig van Bureau Jeugdzorg en van zijn moeder. Ik weet niet meer hoe lang dat geduurd heeft, maar wij waren soms de wanhoop nabij.

'Willen ze nu dat we hem helpen of niet?', verzuchtten we menigmaal. Uiteindelijk komt alles goed, maar geduld is niet zozeer een schone zaak alswel een noodzakelijke eigenschap waarover je moet beschikken als pleegouder.

Onze begeleiders van Pleegzorg en Jeugdzorg zijn ook niet meer dezelfde als toen we startten. Overdrachten gaan moeizaam. Het contact bij tijd en wijle ook. Iedereen loopt over van goede bedoelingen, maar heeft het vaak te druk om ons met praktische problemen te helpen. De dossiers die er zouden moeten bestaan over onze pleegzoon, hebben ons nooit bereikt. Slechts in de vaagst mogelijke termen zijn we op de hoogte van de redenen waarom hij ooit uit huis geplaatst is. Even weinig weten we over de reden waarom hij midden in de nacht uit een eerder pleeggezin werd weggehaald. Eigenlijk weten we zo goed als niks over de eerste acht jaren van zijn leven.

Bijna iedereen helpt

Nu, na bijna tweeënhalf jaar, hebben we nog steeds geen verzekeringspapieren voor onze pleegzoon. We bezoeken doktoren en tandartsen en doen een beroep op hun goedheid; misschien word je hier ooit een keer voor betaald. We zijn schooiers. Maar bijna nooit worden we teleurgesteld. Bijna niemand laat een pleegkind in nood barsten. Het is één van de aangename bijeffecten van het pleegouderschap; je komt erachter dat de meeste mensen, als het erop aankomt, deugen.

Het nemen van een pleegkind heeft zonder twijfel mijn leven verrijkt. Ik probeer mensen te overdonderen met redenen waarom ze het niet moeten doen, maar alle bureaucratische rompslomp en andere ongemakken die pleegzorg met zich meebrengt, vallen in het niet bij het plezier en de voldoening. Het is, om een favoriet woord van onze inmiddels 10-jarige pleegzoon te gebruiken, 'cool' om iets te betekenen voor een kind dat buiten zijn schuld in de shit is beland. Het was voor mij op latere leeftijd een buitenkansje.

Tien overwegingen

Omdat ik van lijstjes houd, volgt hier een top 10 van zaken die je kunt overwegen bij de keuze om een pleegkind te nemen.

  1. Gevorderde leeftijd is eerder een plus dan een min. Als je, zoals mijn vrouw en ik, 50-plusser bent, hoef je niet meer iedere avond naar café, theater of film en heb je de rust om de benodigde tijd in een kind te steken.
  2. Ervaring is geen voorwaarde, wel een klein pre. Mijn vrouw vermijdt nu de fouten die ze bij de -opvoeding van haar dochter gemaakt heeft.
  3. Uit de praktijkverhalen die we tijdens onze cursus hoorden, bleken homoparen bovengemiddeld goede en geschikte pleegouders (vraag me niet waarom).
  4. Denk goed na over wat voor kind je wilt. Jongen, meisje, achtergrond. Wij hadden bijvoorbeeld heel duidelijk gemaakt dat we geen seksueel misbruikte meisjes wilden (ik dacht daar, vanwege de woede, niet mee om te kunnen gaan) en we wilden ook niet beginnen met pubers (dubbele handicap; ze zijn al lastig en dan nog met zo'n problematisch verleden).
  5. Bedenk dat je taak is het kind verder te helpen. Hij of zij hoeft je niet de hele tijd lief of aardig te vinden.
  6. Als je zelf kinderen hebt, ga dan voor kinderen in een andere leeftijdsgroep om een concurrentiestrijd te voorkomen.
  7. Minimaal één van de twee pleegouders moet een baan met flexibele werktijden hebben (of beter nog: geen werk), omdat je soms op korte termijn ergens moet opdraven en er voor een pleegkind net wat meer dingen geregeld moeten worden dan voor een eigen kind.
  8. Je hoeft er niet rijk voor te zijn, want de vergoeding is substantieel: wij krijgen voor onze 10-jarige pleegzoon € 16,35 per dag.
  9. Anderen vinden je een goed mens als je een pleegkind neemt. Een niet ter zake doende, maar wel plezierig neveneffect.
  10. In 2010 waren er officieel 24.150 fulltime en tijdelijke pleegkinderen. Als jij er niet voor ze bent, wie dan wel?

Frans Lomans (1956) is hoofdredacteur van Panorama en blogt wekelijks op het J/M blog. Over zijn ervaringen met de opvoeding van zijn pleegzoon schreef hij Koekie & ik, hoe een pleegkind mijn leven veranderde. Het boek verschijnt bij uitgeverij Bruna en kost € 14,95.

Wettelijke regelingen en voorzieningen

  • Als pleegouder ontvang je maandelijks een vergoeding voor de kosten die je moet maken. Dit bedrag wordt gezien als een gemiddelde dekking van de opvangkosten. In 2011 varieerde het bedrag, afhankelijk van de leeftijd van het kind, tussen € 16,- en € 20,- per dag. De Belastingdienst ziet deze vergoeding niet als inkomsten.
    Overige vergoedingen zijn afhankelijk van de pleegzorgvorm.
  • Je hebt verschillende rechten als pleegouder, zoals het recht op goede begeleiding van de Voorziening voor Pleegzorg Nederland en recht op het blokkaderecht. Dit laatste betekent dat de ouders van het kind niet zonder jouw toestemming het kind bij je weg kunnen halen.
  • Veel pleegzorginstellingen hebben een eigen Pleegouderraad (POR). Deze raad behartigt de belangen van pleegouders.

Zes vormen van pleegzorg

  1. justitiële pleegzorg
    Soms wordt het kind door justitie in een pleeggezin geplaatst, omdat het beter is dat het tijdelijk bij de ouders weggaat. Een kinderrechter neemt dan dit besluit.
  2. netwerkpleegzorg
    Binnen justitiële en vrijwillige pleegzorg zijn verschillende opvangvormen. Eerst kijkt de instelling of het kind opgevangen kan worden in een vertrouwde omgeving, zoals vrienden en familie. Mocht het kind niet in de vertrouwde omgeving terecht kunnen, dan kan het bij een pleeggezin verblijven.
  3. weekend- of vakantiepleegzorg
    Een kind komt dan één tot twee keer per maand of tijdens de vakantie bij de pleegouders. Deze vorm is vooral bedoeld om de ouders van het kind even te ontlasten van de opvoeding.
    Ook kinderen die in een tehuis wonen komen in aanmerking voor deze pleegzorgvorm. Zo kunnen zij zich tijdens weekenden of vakanties onderdompelen in het gezinsleven.
  4. langdurige pleegzorg
    Als er geen uitzicht is op terugplaatsing naar huis, is er sprake van langdurige pleegzorg. Het kind groeit dan op bij jou thuis. Zo'n plaatsing kan jaren duren, soms tot het kind 18 wordt. Dit is nooit zeker, omdat thuissituaties altijd kunnen veranderen.
  5. crisispleegzorg
    In situaties waarbij het kind direct uit huis geplaatst moet worden, is er sprake van crisispleegzorg. De plaatsing verloopt snel en er is vrijwel geen tijd voor kennismaking tussen het kind en de pleegouders. De tijd dat een kind bij het crisispleeggezin verblijft, varieert van enkele dagen tot maximaal vier weken.
  6. vrijwillige pleegzorg
    De ouders kunnen ook instemmen met het verblijf van hun kind bij pleegouders.

Hoe word je pleegouder?

Iedereen kan pleegouder worden. Man of vrouw, rijk of arm, homo of hetero, samen of alleenstaand. Zolang jij maar veiligheid, structuur en vooral warmte kunt bieden. Wel zijn er voorwaarden. Je moet ouder zijn dan 21, een verklaring van geen bezwaar van de Raad voor de Kinderbescherming hebben en een stabiele leefsituatie kunnen bieden. Op www.pleegzorg.nl vind je een lijst met pleegzorginstellingen. Na aanmelding doorloop je een selectie- en voorbereidingstraject. Hierna zoekt de instelling samen met jou een goede match.

Reageer op artikel:
Pleegzorg in de praktijk: Je krijgt méér dan een kind
Sluiten