Psychotherapeut: ‘Steeds meer ouders uiten spijt van kinderen’: dit zit er volgens hem achter
Als psychotherapeut zie ik in mijn praktijk regelmatig ouders die uitspreken dat zij spijt hebben van het ouderschap. In dit verband ben ik gefascineerd door de Facebookpagina ‘I regret having children’, die inmiddels 100.000 leden telt.
Dagelijks delen ouders daar anoniem hun ervaringen over hoe zwaar het ouderschap hen valt. De één schrijft dat er vooraf al twijfel was en dat ze vooral voor de partner instemden met het krijgen van een kind. De ander had een roze wolk verwacht, maar voelt weinig tot geen liefde voor het kind. Weer een ander beschrijft hoe ze zich emotioneel, lichamelijk en financieel ‘verwoest’ voelt.
Sommigen missen steun van hun partner, anderen worstelen met teleurstelling over het temperament of karakter van hun kind, en weer anderen verlangen terug naar de vrijheid van hun leven zonder kinderen. Er zijn ook ouders die rouwen om het leven dat ze niet hebben geleid, een alternatief pad waarin ze hun tijd, energie en geld anders hadden kunnen besteden, met meer ruimte voor persoonlijke ontwikkeling, werk, reizen of rust. Sporadisch spreken ouders zelfs haat uit over hun baby of kind.
Waarom opvoeden vroeger anders voelde
Tijdens het lezen moet ik denken aan een opmerking van kinderpsychiater Bruce Duncan Perry. Hij benadrukt dat kinderen van oorsprong niet opgroeien in kleine, geïsoleerde gezinnen, maar in grotere sociale verbanden. Vanuit evolutionair en antropologisch perspectief maakten kinderen deel uit van groepen van ongeveer 25 tot 50 mensen.
In zulke groepen hadden zij dagelijks contact met meerdere volwassenen, naast hun ouders, evenals met oudere kinderen, leeftijdsgenoten en familieleden zoals grootouders. Volgens Perry is dit cruciaal voor de ontwikkeling van het brein.
Kinderen leren zichzelf reguleren via herhaalde, veilige interacties met anderen. In een grotere groep ontstaan meer momenten van co-regulatie en krijgen kinderen de kans om verschillende manieren van omgaan met emoties en relaties te ervaren. Bovendien biedt zo’n netwerk een natuurlijke buffer tegen stress, omdat de zorg over meerdere mensen verdeeld is.
De kern van zijn gedachte is dat kinderen van nature zijn afgestemd op een relationeel rijke omgeving. In vergelijking daarmee zijn veel moderne opvoedsituaties klein en geïsoleerd, wat invloed kan hebben op hoe kinderen zich ontwikkelen, maar ook op hoe zwaar ouders het ouderschap ervaren.
Ouderschap zonder echte wens
In mijn praktijk zie ik vooral ouders uit uiteenlopende culturele contexten die aangeven dat zij, vaak onder grote sociale druk, ouder zijn geworden zonder een intrinsiek verlangen daartoe te hebben ervaren. Het ouderschap wordt dan benaderd vanuit plicht of schuld, eerder dan vanuit een gevoelde verbinding met het kind.
Opvallend is dat hun inmiddels volwassen kinderen vaak aangeven zich nooit echt emotioneel verbonden te hebben gevoeld met hun ouders. Er was praktische zorg, maar geen diepgaande emotionele afstemming op het kind. Sommige ouders zijn oprecht verbaasd hierover, ze hebben toch “alles gegeven”? Anderen zeggen: “als ik heel eerlijk ben, voel ik eigenlijk niets voor mijn kind.”
Wat er vaak onder spijt van ouderschap zit
Wanneer deze ouders zich openstellen voor langdurige psychotherapie, wordt vaak duidelijk dat er bij een deel sprake is van psychologische kwetsbaarheden. Sommige ouders hebben moeite met inlevingsvermogen of vinden het lastig om hun eigen gevoelens te herkennen en te benoemen. Anderen zijn sterk op zichzelf gericht, waardoor het kind onbewust een verlengstuk van henzelf wordt.
Soms ervaren ouders nabijheid als spannend of overweldigend, waardoor ze zich emotioneel terugtrekken. Er zijn ook ouders die moeite hebben met een stabiel zelfbeeld en met het omgaan met emoties. Het kind kan dan onbewust worden gebruikt om zich beter te voelen, maar ook als bedreigend worden ervaren zodra het een eigen wil ontwikkelt.
Bij een andere groep ouders spelen meer innerlijke conflicten. Zij twijfelen over hun eigen behoeften en grenzen, worstelen met hun zelfvertrouwen, of vinden het moeilijk om patronen uit hun eigen opvoeding te doorbreken. Een deel van deze ouders heeft zelf moeilijke ervaringen in de jeugd gehad, zoals een gebrek aan warmte of veiligheid. Daardoor hebben zij nooit goed geleerd hoe een veilige, hechte band voelt, wat het lastig maakt om die later met hun eigen kind op te bouwen.
Tot slot zijn er ouders bij wie de emotionele afstand vooral te maken heeft met omstandigheden als langdurige stress, een depressie na de bevalling, relatieproblemen of de impact van migratie en het opbouwen van een nieuw bestaan. In zulke situaties kan de draagkracht te klein zijn om er ook nog emotioneel volledig voor een kind te kunnen zijn.
Het botsende ideaalbeeld van ouderschap
We koesteren het ideaalbeeld dat ouders van nature empathisch en beschikbaar zijn. Wanneer de innerlijke wereld echter gekwetst of onvoldoende ontwikkeld is, wordt het ouderschap soms geen bron van verbinding, maar een plek waar oude pijn zich herhaalt. In psychotherapie kan het vermogen tot zelfreflectie en verbinden bij een deel van de ouders groeien, als er ook ruimte is om beperkingen in empathie en intimiteit onder ogen te zien.
Ardalan Najjarkakhaki is psychotherapeut, gz-psycholoog en seksuoloog in Amsterdam.
Favoriete speelgoed van de redactie
Onze redactie is altijd op zoek naar speelgoed dat meer doet dan alleen vermaken. Wij selecteren speelgoed dat niet alleen kwalitatief en duurzaam is, maar ook bijdraagt aan de ontwikkeling en aansluit bij de principes van Montessori.
Stapelstein
Redacteur Vera: “Die kleurrijke stapelstenen kun je gebruiken om het evenwicht van je kind te trainen, ze kunnen erop zitten/tollen of ze kunnen ze op kleur sorteren.”
Magneettegels
Redacteur Lisette: “Mijn twee jongens (6 en 3) bouwen er de meest fantasierijke creaties mee, van kastelen tot metershoge knikkerbanen en autogarages. En dat maakt het, tussen alle dino’s door, misschien wel het leukste speelgoed in huis.”
Kapla
Kapla
Hoofdredacteur Sofie: “Simpeler kan het niet: blankhouten latjes, Mijn kinderen (4 en 6) zijn er gek op en maken er de mooiste bouwwerken van. Van hekjes voor de boerderij tot de Eiffeltoren. En het stimuleert ook nog hun creativiteit en bouwkundig inzicht.“
Houten regenboog
Redacteur Amarins: “Mijn zoon (2) gebruikt de bogen voor van alles: als brug, tunnel, huisje voor poppetjes of zelfs als wieg voor zijn knuffels. Het nodigt uit tot vrij spel en hij oefent er ongemerkt zijn motoriek, ruimtelijk inzicht en creativiteit mee.”
Lichtgewicht fiets
Redacteur Sofie:“Op deze lichtgewicht kinderfiets hebben mijn beide kinderen heel snel leren fietsen.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F04%2FWhatsApp-Image-2025-04-29-at-09.14.56.jpeg)