Tweetalig opvoeden: ‘Mama, mag ik een candy?’

redactie 19 jun 2018 Opvoeden

Maxima spreekt Spaans, Willem-Alexander Nederlands: zo groeit prinses Amalia tweetalig op. Er zijn in Nederland steeds meer gezinnen waar de kinderen naast het Nederlands ook nog een andere taal spreken. Soms spreken ze zelfs drie talen. Hoe gaat dat in zijn werk, meertalig opvoeden?

Een kind dat zich normaal ontwikkelt, kan moeiteloos twee of zelfs drie talen tegelijk leren. Vooral jonge kinderen zijn heel gevoelig voor taal. Niet voor niets overweegt het basisonderwijs om op nog jongere leeftijd te beginnen met het vak Engels. Vanaf het zevende jaar neemt die taalgevoeligheid namelijk af. ‘Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ouders dan niet meer moeten beginnen aan een tweede taal,’ zegt Jeroen Aarssen, taaladviseur en turkoloog. ‘Je moet alleen de lat minder hoog leggen.’ Sowieso is het verstandig, aldus Aarssen, dat ouders van tevoren bedenken wat ze willen met een meertalige opvoeding. En wat zijn de omstandigheden waarin het gezin verkeert? Het taalaanbod is namelijk het fundament voor meertalig opvoeden. Als ouders veel zingen, voorlezen en praten met de kinderen, leren ze gemakkelijker een andere taal dan wanneer er in het gezin geen woordcultuur is. Is een van de ouders door de week bijna niet thuis, dan zullen de kinderen zijn taal minder vloeiend leren spreken. Zeker als dat niet de taal is die ze dagelijks in hun omgeving horen.

Ouders die hun kinderen tweetalig willen opvoeden, gebruiken vaak het OPOL-systeem. Dat staat voor ‘One Parent One Language’. De ene ouder spreekt bijvoorbeeld uitsluitend Spaans, de andere ouder uitsluitend Nederlands tegen het kind. Ook als ze met z’n allen aan tafel zitten. En ook als ze allebei het Nederlands goed beheersen. Op deze manier is het voor het kind duidelijk welk woord, klank of zinsbouw tot de ene taal en welke tot de andere taal behoort. Want hoe weet je als klein kind anders welk woord Nederlands is en welk woord Spaans?

Het is ook mogelijk dat het gezin een andere taal spreekt dan de omgeving. Dat schept voor kinderen ook duidelijkheid. Mama en papa spreken Turks, de juf op school Nederlands. Deze methode heet ‘Minority language at home’ (ml@h).

Sarah Hammond en haar man Jort Kiewiet de Jonge kozen voor de OPOL-methode. Op het schoolplein spreekt Sarah met andere ouders Nederlands, maar ze schakelt over op Engels als ze tegen haar kinderen praat. Tiddo (7), Sil (5) en Phoebe (3,5) zijn niet anders gewend. ‘Maar het Nederlands wint bij ons wel steeds meer terrein, nu ze ouder worden,’ zegt Sarah. ‘Onderling spreken de kinderen Nederlands en als er vriendjes op bezoek zijn, doe ik dat ook. Vroeger deed ik dat niet, maar je raakt nogal eens in verwarring en dan eindig je in de verkeerde taal tegen het verkeerde kind.’

Het OPOL-systeem is gemakkelijker vol te houden als de kinderen klein zijn en als alle gezinsleden de twee talen verstaan. De Braziliaanse Júlia dos Santos Baptista spreekt met haar kinderen Portugees, maar als het gezin samen is, bijna altijd Nederlands.

Júlia: ‘Anders wordt het te ingewikkeld. Ik moet dan te veel vertalen voor mijn man Allard. Je bent er ook niet altijd bewust mee bezig. Vaak zeg je de dingen even snel: opletten met oversteken, bijvoorbeeld.’

Spelenderwijs leren

Voor woorden die met school te maken hebben, kiezen meertalige kinderen vaak het Nederlands. In een volledig Engelse zin duikt bij Sarahs kinderen dan opeens het woord ‘overblijf’ op. Ook taaladviseur Jeroen Aarssen herkent dat. ‘Bij schoolse onderwerpen horen Nederlandse woorden. Dat de invloed van het Nederlands groter wordt, is niet tegen te houden. Het is ook handig voor hun schoolcarrière. Toch zie je vaak dat als de ouder consequent zijn of haar eigen taal blijft spreken, de kinderen na school langzaam weer overgaan op die taal. Maar het is lastig om ze te dwingen. Dat werkt niet. Het moet spelenderwijs gaan, met taal- en vertaalspelletjes, rijmwoordenspelletjes. Een kind is op die leeftijd allergisch voor ‘lesjes’ van ouders. Les is voor school, niet voor thuis.’ Een kind moet het dus zelf willen en de animo ervoor kan in elke leeftijdsfase anders liggen.

Júlia dos Santos oefent met haar kinderen regelmatig bij Albert Heijn. Dan wijst ze de worstjes aan en dan vertalen João Maurits (5) en Sophia (4) dat in het Portugees. Maar soms antwoorden ze: ‘Ander keertje’. Ze hebben er niet altijd zin in. Echtgenoot Allard van de Ven: ‘Maar als ze iets van je gedaan willen hebben – nog even opblijven bijvoorbeeld – dan spreken ze plotseling heel goed Portugees. Ze weten dat jij daar gevoelig voor bent.

Binnenkort gaan we naar Brazilië. Het weerzien met neefjes en nichtjes is ook een belangrijke stimulans. Daar willen ze klaar voor zijn. Na een paar dagen omschakelen, gaat dat ook heel goed. We vinden het jammer dat we niet vaker in Brazilië zijn.’

Meer talen spreken, betekent ook in meer culturen leven. De Engelse cultuur is bij Sarah Hammond aanwezig in de vele boeken die ze in het Engels voorleest en in de boeken die Tiddo nu zelf leest, en natuurlijk door Harry Potter en Engelstalige films op tv. Sarahs moeder, die de helft van het jaar om de hoek woont, heeft ook grote invloed. Sarah: ‘Zij heeft satelliet-tv en bij haar kijken ze naar de kinderprogramma’s op BBC 4. Bovendien begrijpt zij zogenaamd geen Nederlands.’

Veel moeilijker is het voor Júlia dos Santos om het Portugees levend te houden. Toen João Maurits voor het eerst iemand anders dan zijn moeder Portugees hoorde spreken, was hij hooglijk verbaasd. Dat was toch de taal van zijn moeder? Dat is ook precies de reden waarom Júlia haar eigen taal wil spreken met haar kinderen. ‘Natuurlijk is het een mooie kans om je kinderen een tweede taal te leren. Maar dat is het rationele argument. Je wilt intiem contact met je kinderen en dat is in je eigen taal veel natuurlijker.’

Júlia en Allard van de Ven brengen Brazilië naar Nederland door na familiebezoeken nieuwe boeken en films mee terug te nemen.

Weinig Berberse kinderboeken

Daarmee hebben ze het gemakkelijker dan taalkundige Abderrahman El Aissati. Zijn moedertaal is Berbers. Bijna de helft van de Marokkanen spreekt Berbers, maar het is niet de officiële landstaal. De Berberse cultuur is bovendien vooral een orale cultuur. En het uitgeven van kinderboeken staat in Marokko nog letterlijk in de kinderschoenen. Dus het is heel moeilijk om aan materiaal voor kinderen te komen. Het Berbers is wel aan een opmars bezig: in Marokko, maar ook hier in Nederland. Abderrahman El Aissati is gespecialiseerd in tweetaligheid en expert op het gebied van Marokkaanse talen. De namen van zijn kinderen Camille Ayur (8), Madeline Azri (2) en Eamonn Izli (1) symboliseren dat zij een multiculturele achtergrond hebben. Moeder Rosy is namelijk Amerikaanse. Thuis is de voertaal Engels en Nederlands. Maar heel weinig Berbers. Abderrahman: ‘Ik spreek nog wel Berbers met ze, en mijn oudste dochter verstaat dat best goed. Maar ik doe het niet systematisch en minder dan in het begin. Het is moeilijk als je weinig ondersteuning hebt van boeken of tv of van contacten met andere kinderen. Het is ook een heel andere taal dan het Nederlands en dat vraagt om een andere aanpak. Twee woorden Berbers kosten even veel energie als tweehonderd woorden Nederlands. Dat komt omdat je met één woord een hele zin kunt zeggen. Maar ik laat de kinderen wel regelmatig merken dat er nog een andere taal in deze familie is.’

De familie in Marokko stimuleert de taalontwikkeling ook. Na een bezoek aan oma bespeurt Abderrahman bij zijn oudste dochter meer interesse voor het Berbers.

‘De belangstelling is er. Ik ga voor een minimum, voor het functionele, namelijk oma begrijpen.’

Talen mixen

‘Mama, wil je me pushen?’ vraagt Sil soms aan zijn moeder Sarah als ze van school naar huis fietsen en hij te moe is om trappen. Engels en Nederlands worden regelmatig door elkaar gebruikt. ‘Mixen’ noemen taalkundigen dat. Sarah: ‘Het is ook een soort spelletje. De kinderen hebben onderling ook vaak veel lol om Engelse woorden die in het Nederlands iets geks betekenen.’

Soms gebruiken kinderen bewust de talen door elkaar, soms onbewust. Meestal is dat laatste van voorbijgaande aard. Meertalige kinderen kunnen vaak heel goed reflecteren over taal. Taaladviseur Jeroen Aarssen: ‘Zo rond hun vijfde of zesde jaar kunnen kinderen een koppeling maken tussen de klank die uit hun mond komt en de tekens die je op papier ziet. Ze ontdekken dat er een systeem is. Bij meertalige kinderen komt dat besef vaak eerder. Zij weten bijvoorbeeld ook allang dat er verschillende woorden zijn voor hetzelfde voorwerp.’ Een eventuele taalachterstand op school wordt volgens hem dan ook niet veroorzaakt door de tweetaligheid van een kind. Veel ouders en ook leerkrachten zijn daar bang voor. De deskundigen die vragen beantwoorden over meertaligheid op de website van Ouders Online

(www.ouders.nl) moeten ouders daarin keer op keer geruststellen. Aarssen: ‘De verschillen tussen de ontwikkeling van eentalige en tweetalige kinderen zijn zó klein, dat ze nauwelijks meetbaar zijn. Taalachterstand is daarom bijna altijd een signaal dat er iets aan de hand is, een gehoorstoornis bijvoorbeeld.’ Ook taalkundige Abderrahman El Aissati is er duidelijk in: ‘Er wordt zoveel onzin verteld over meertaligheid, over kinderen die thuis geen Nederlands spreken, over hoe zwaar het is voor hen om meerdere talen te spreken. Mensen zouden er bang van worden. En stel dat ze wel een kleinere woordenschat hebben, dan zijn er in het Nederlands zoveel talige middelen om dat aan te vullen. Talen leren is niet moeilijk.’

Hij geeft toe dat hiervoor wel een goede basis moet zijn: interactie tussen ouders en kinderen, een harmonieuze familie en een goed taalaanbod.

Actieve beheersing

Kinderen die meertalig zijn opgevoed, begrijpen vaak de ‘andere’ taal, maar ze spreken hem niet altijd. Sommige kinderen weigeren die simpelweg te spreken. Dat is jammer, want wetenschappers geloven dat actief taalgebruik een belangrijk onderdeel is van de taalontwikkeling. Hun advies aan ouders: blijf je eigen taal spreken en breng de kinderen in contact met andere kinderen die jouw taal spreken. Ook een vakantie in het land waar deze taal de voertaal is, kan stimulerend werken.

Sarah Hammond: ‘Sil, onze middelste, spreekt het minst Engels. Onze oudste is veel met mij alleen geweest en Phoebe, de jongste, is veel bij oma. Sil had altijd de anderen om zich heen.’ In het algemeen is de invloed van de omgevingstaal, de taal van school en van vriendjes en vriendinnetjes, bij de jongere kinderen in het gezin veel groter dan bij de oudste. Toch krijgen alle kinderen uit een meertalig gezin hoe dan ook veel input om verder te kunnen.

Júlia dos Santos begrijpt best dat haar kinderen steeds minder Portugees spreken. ‘Nederlands spreken is voor mij ook moeilijker dan het verstaan. Daarom vind ik het zo leuk als mijn kinderen op een onverwacht moment iets in het Portugees tegen mij zeggen. Dan denk ik: dat is mijn werk, dat hebben ze van mij geleerd. En het allerschattigst is als ze een boterham met pindakaas aan me vragen in het Portugees. Dat is zo’n prachtige vermenging van twee culturen.’

Tips voor het aanleren van meer talen

  • elke ouder praat uitsluitend in zijn eigen taal met het kind
  • veel zingen en voorlezen in de eigen taal
  • kijk samen naar films en tv-programma’s in die taal
  • laat het kind spelen met kinderen die ook de andere taal spreken
  • ga op familiebezoek in het land van herkomst
  • speel (ver)taalspelletjes met het kind
Reageer op artikel:
Tweetalig opvoeden: ‘Mama, mag ik een candy?’
Sluiten