Voor welke sport heeft jouw kind talent?

redactie 19 jun 2018 Beweging

Het is een vertederend gezicht: jonge pupillen van een jaar of 6 die achter een bal aanrennen. Jammer alleen dat zes jaar later van zo'n elftal nog maar een enkeling op sport zit. Om dit afvalpercentage te verkleinen, is een wetenschappelijke sporttest ontwikkeld. 'Want als je ergens goed in bent, blijf je een sport langer doen.'

Waar heeft mijn kind talent voor? Welke sport past bij hem? Ouders kunnen met deze vragen terecht bij het Kind en Ouder Sport Advies Centrum (Kosac), een initiatief van het sportcentrum van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam.

'Wat vind je het allerleukst?' vraagt Leanne Schmidt, inspanningsfysioloog van het sportcentrum van de VU aan Lois (10). 'Ik doe nu atletiek. Ik heb nog niet zoveel uitgeprobeerd… paardrijden, denk ik,' zegt ze. 'En wat vind je een belangrijke reden om aan sport te doen?' Lois: 'Fitter worden en omdat het leuk is.' Haar broer Eric (11) antwoordt: 'Beter in iets worden en winnen.' 'Speel je graag een partijtje?' vervolgt Leanne, 'of vind je het leuk om je lang in te spannen?' En: 'Welke sport vind je níet leuk?' 'Zwemmen!' roepen de testkids, getraumatiseerd door de verplichte zwemles.

Na de interviews komen de fysieke testen. 'Ben je er klaar voor? Ja? Drie, twee, één: go!' roept Leanne in de sportzaal. Eric moet zo snel mogelijk met zijn hand twee witte rondjes aantikken. 'Met deze test kijken we naar je coördinatie en je handelingssnelheid.'

Vervolgens komen lenigheid, kracht en uithoudingsvermogen aan bod, en natuurlijk ontbreekt de piepjes-test niet die de reactiesnelheid meet.

'Aan het eind maken we jullie sportprofiel en sportadvies,' legt Leanne de kinderen uit. 'Daarin staat welke grond-motorische eigenschappen je nog kunt verbeteren. Je zult zien dat je op het ene onderdeel minder scoort dan het andere. Bij volleybal is het bijvoorbeeld handig als je lang bent, bij turnen komt het beter uit als je klein bent, maar je moet wel lenig en sterk zijn. Je kunt dan ook ermee beginnen om die punten te verbeteren.

Het doel is dat wij een sport adviseren die fysiek gezien goed bij je past. Als je namelijk een beetje goed ergens in bent, blijf je een sport langer doen.'

Meer aandacht voor talent

Kosac bestaat ruim anderhalf jaar, vertelt initiatiefnemer en oud-schermleraar Jan Snellen. 'Er zijn veel maatschappelijke onderzoeken gedaan naar bewegingsarmoede en obesitas. Voor de GGD en de gemeente Amsterdam coördineert mijn vrouw op zeventig scholen in Amsterdam het Jump-in project dat kinderen tot bewegen moet aanzetten. Voor die groep is dus veel aandacht. Maar wij vinden dat er ook aandacht moet zijn voor kinderen die misschien wel talent hebben. Daarbij speelt ook een beetje de gedachte: als je onze Olympische ambitie in 2028 wilt waarmaken, dan moet je nu beginnen kinderen te scouten.' Soms krijgt Snellen te horen dat het wel een Oost-Duitse selectieprocedure lijkt. Wat is daar mis mee? Als je wilt scoren, moet je eerst talenten opzoeken.'

Er komen bij Kosac zowel vragen over talentvolle kinderen als over kinderen die niet weten wat ze willen. In eerste instantie kijken de onderzoekers dan vaak naar de ouders. 'Aanleg is in veel gevallen genetisch bepaald,' weet Snellen, 'daaraan kun je weinig veranderen.' Vervolgens is motivatie een belangrijk gegeven. 'Als een kind zegt dat-ie niet van balspelen houdt, hoeven we het niet in die hoek te zoeken. Als het wel van individuele sporten houdt en het leuk vindt om hard te trainen, kun je bijvoorbeeld aan schermen of hardlopen denken. Als een kind talent heeft, meten we de goede eigenschappen en kijken waar meer aandacht aan kan worden gegeven of we kijken bijvoorbeeld of het kind wel bij de goede vereniging zit. We meten en testen hier topsporters en bieden speciale trajecten op het gebied van -fundamenteel bewegen aan. Het jongste talent dat we hier hebben is een turner van 8 jaar. We hopen -mensen sterker en bewuster te maken, zodat ze kunnen voorkomen dat ze geblesseerd raken, door -bijvoorbeeld eenzijdig bewegen.'

Lange ouders

De ambitie van een kind is vaak terug te zien bij de ouders, zegt Snellen. 'Dan luidt de vraag: mijn kind is goed in hockey en tennis; welke keuze moeten we maken? Ook dan kijken we vooral naar de motivatie van het kind. Wij durven niet te zeggen: “Gezien je mogelijkheden kun je beter daarvoor kiezen.” Het is link om te zeggen: “Bij tennis haal je de top.” We geven een algemene indicatie over de mogelijkheden van een kind en zeggen niet concreet wat hij moet doen. Met meten en testen proberen we een duwtje in de goede richting te geven.' Snellen bedoelt: als een kind topbasketballer wil worden en zijn vader langer is dan 1.90 m en zijn moeder groter dan 1.80 m, maakt hij een grotere kans dan een speler met kleine ouders. 'Maar als een kind klein is en plezier heeft in basketbal, moet-ie het vooral blijven doen. Hij zal alleen geen topsporter worden. Als een kind heel lang dreigt te worden, kun je het zoeken in balsporten, zwemmen of roeien. Dan nog moet het kind er zelf iets voor voelen. Een kind moet een sport vooral leuk vinden. Ik word een beetje angstig van al die ouders van wie hun kind iets moet.'

Plezier en zelfvertrouwen

De goedkoopste test bij Kosac kost 49 euro. Om toch alle mogelijke talenten te kunnen bereiken, pleit -Snellen ervoor dat het Jump-in project wordt uit-gebreid en dat de talentscan bijvoorbeeld ook via scholen aangeboden gaat worden. In Amstelveen wordt hiervoor een eerste proefproject gehouden. 'Bij basisscholen moet je beginnen met talenten scouten. Dat zou breed moeten worden opgezet.'

En hoe herken je talent? Snellen: 'Kinderen weten in een klas ook wie beter is en wie slechter. Je kijkt naar snelheid van handelen, spelinzicht, scoren en leiderscapaciteiten. Het is goed om te laten zien dat je door inzet en training op een ander niveau kunt komen. De positieve boodschap moet zijn: je kunt iets halen, iets bereiken. Trainen helpt, je krijgt er meer zelfvertrouwen door en andere kinderen zien dat.' Kinderen die boven komen drijven en beter scoren in de gymles, hebben volgens Snellen een voorbeeldfunctie. 'Die kinderen zijn ambassadeurs voor een gezonder leven.'

Bij kinderen die te zwaar zijn of een bewegingsachterstand hebben, meten de onderzoekers in welke aspecten ze goed zijn en adviseren een bepaalde sport. 'Dan hoop je dat een kind de lol in het sporten ontdekt. Het gaat niet alleen om het ontdekken van een topsporter. Kinderen moeten plezier krijgen in bewegen en wij stimuleren dat. Ik ben ervan overtuigd dat kinderen door meer beweging meer zelfvertrouwen krijgen en ook eerder overstappen op een sport.'

En dan de uitslagen. Lois scoort wat uithoudingsvermogen, sprintsnelheid en coördinatie betreft ruim boven het gemiddelde.|Het advies luidt: atletiek, wielrennen, hockey, kanoën of honkbal. 'Wielrennen!' roept ze uit, 'zal ik dat proberen?' Eric scoort bovengemiddeld op uithoudingsvermogen en coördinatie. Het advies: zwemmen, hockey, waterpolo, voetbal of honkbal. Eric: 'Zwemmen, nee! Honkbal!'

Mhina (13)

'Ik zou best professioneel willen spelen'
Mhina speelt softbal. 'We zijn kampioen geworden in de zomer van 2010. Dat was echt een hoogtepunt.'

Ze traint één keer per week. 'Ik speel nu bij de aspiranten, maar soms speel ik ook wel wedstrijden mee met andere teams, als zij leden tekort komen.'

Het leukste aan softbal? 'Dat je alles doet tijdens een wedstrijd. Dus je gooit én vangt. Als je ergens minder goed in bent, is dat niet zo erg. Alles komt toch aan bod, er zit altijd wel iets bij waar je wel goed in bent. Ik zou dan ook best professioneel willen spelen.'

Lichaamstype: mesomorfie

Job (10) 

'Als ik veel train, kom ik misschien in Heren 1'
'Ik ben wel goed in hockey,' zegt Job. 'Ik train twee keer per week. Op maandag krijgen we techniekoefeningen en op woensdag spelen we een partijtje. De lessen op woensdag zijn het leukst, natuurlijk.

De leraar geeft goede tips, haalt grappen met ons uit en geeft af en toe ook complimentjes. Zo zei hij laatst dat ik goed was in de bal laag over de grond spelen.'

Buiten de trainingen loopt Job ook altijd met stick en bal rond. Iedere keer als Heren 1 thuis speelt, staat hij trouw langs de lijn. En samen met broer Coen probeert hij zoveel mogelijk 's middags te oefenen. 'Als ik héél veel train, kom ik misschien wel bij Heren 1 terecht.'

Lichaamstype: ectomorfie

Dieneke (8)

'Ik doe voor de vierde keer mee aan de Zwemvierdaagse'

Dieneke haalde haar C-diploma al op haar 5e. Ze ligt tijdens de vakanties op Texel uren in het zwembad. Zelfs als het geen mooi weer is. 'Dit jaar doe ik voor de vierde keer mee aan de Zwemvierdaagse op Texel. Tien baantjes heen en weer zwemmen en daarna opdrachten in het water. Dat is soms zwaar, maar heel erg leuk. Zo moesten we bijvoorbeeld muntjes van de bodem van het zwembad opduiken. Ik had veertig keer vijf cent!'

Wordt ze professioneel zwemster? 'Nee, maar ik wil nog wel mijn zwemvaardigheid behalen. Dan leer je hoe je jezelf kunt redden in het water.'

Lichaamstype: Endomorfie

Drie lichaamstypen

Tegen de tijd dat een kind kleuter-af is en z'n natuurlijke molligheid verliest, kun je zien welke lichaamsbouw het gaat krijgen. Grofweg zijn er drie typen: tanig en gespierd, zacht en rond, lang en hoekig. Bij elk type passen bepaalde sporten extra goed, omdat je daarbij profiteert van je lichaamsbouw.

Mesomorfie (tanig en gespierd)

  • Atletisch
  • Hoekig (zandlopervorm voor vrouwen)
  • Gemakkelijke gewichtstoename- en verlies
  • Snelle spiergroei

Beste groepsactiviteiten: sporten die kracht en uithoudingsvermogen vereisen: rugby, basketbal, waterpolo en ijshockey
Beste individuele activiteiten: vechtsporten, boksen, kogelstoten, discuswerpen, schaatsen, sprinten, zwemmen en turnen

Ectomorfie (lang en hoekig)

  • Platte borst (vrouwen)
  • Teergebouwd
  • Lichtgespierd
  • Slank
  • Moeite met gewichtstoename
  • Langzame spiergroei

Dit is het slungelachtige type met een smal bekken. Kenmerken zijn het lage lichaamsgewicht en vetgehalte, en de lange, hoekige vorm. Deze kinderen hebben moeite met het kweken én behouden van spiermassa. Ook gewichtstoename is lastig.
Beste groepsactiviteiten: voetbal, rugby (vleugelspeler), basketbal, hockey en ijshockey (aanvaller)
Beste individuele activiteiten: langeafstandslopen, polsstokhoogspringen, triatlon, veldlopen, skiën en zwemmen

Endomorfie (zacht en rond)

  • Bij vrouwen: peervormig
  • Overontwikkelde spijsvertering
  • Moeite met gewichtsverlies
  • Over het algemeen gemakkelijke gewichtstoename
  • Snelle spiergroei

Bij deze groep is de verhouding tussen vet en spieren hoger. Door het zachte uiterlijk is het vaak moeilijker om er 'strakker' uit te zien door middel van sporten en lijnen.
Beste activiteiten: middellange afstanden en middelmatige inspanning: zwemmen, dansen, vechtsporten, tennis, boogschieten, zeilen, golf, hiking, watersport en sommige atletiek-onderdelen

 

Reageer op artikel:
Voor welke sport heeft jouw kind talent?
Sluiten