Waarom jongeren steeds minder weerbaar lijken: ‘Ouders kijken verbaasd als hun kind vastloopt’
Eén op de vier Nederlanders krijgt in zijn leven te maken met een psychische aandoening. Vooral de mentale gezondheid van jongeren staat onder druk. Psychische klachten als angst, burn-out en somberheid nemen toe. Volgens psychiater Esther van Fenema komt dat niet alleen door prestatiedruk, maar ook doordat jongeren steeds minder weerbaar zijn: ze zijn niet meer gewend aan falen, frustratie en ongemak.
Ongeveer een kwart van de Nederlanders voldoet aan de criteria voor een psychische stoornis. Uit andere onderzoeken blijkt zelfs dat de helft psychische klachten ervaart. Dat juist jongeren die zijn opgegroeid met kansen, comfort en bescherming vastlopen en niet weerbaar blijken, noemt Esther van Fenema „vreemd, maar bij nader inzien logisch”. In haar praktijk ziet ze deze ontwikkeling al jaren.
„Veel ouders kijken oprecht verbaasd als hun kind rond het twintigste levensjaar vastloopt. Ze denken: ik heb mijn kind alles gegeven, een veilige jeugd, alle mogelijkheden. En toch gaat het mis. Dat voelt onrechtvaardig, maar het zegt iets over wat we zijn vergeten te oefenen.”
De paradox van comfort
Volgens Van Fenema ligt de verklaring deels in de manier waarop ons brein zich ontwikkelt. „Het brein is er om ons te beschermen. Het moet risico’s leren inschatten. Dat kan het alleen als het in de jeugd heeft ervaren wat spanning, teleurstelling en pijn zijn, en vooral: dat die gevoelens draaglijk zijn en weer verdwijnen.”
Daarom vergelijkt zij mentale weerbaarheid met het immuunsysteem. „Als je kinderen laat opgroeien in een extreem steriele omgeving, zie je later meer allergieën. Het lichaam heeft nooit geleerd wat ongevaarlijk is. Mentaal gebeurt iets vergelijkbaars: zonder blootstelling aan tegenslag gaat het brein normale stress zien als een bedreiging.”
Wat betekent weerbaar zijn precies? „Het gaat om iets heel concreets: leren dat je een onvoldoende kunt halen, afgewezen kunt worden of verdrietig kunt zijn, en dat je daar niet aan kapotgaat. Als die ervaringen ontbreken, kan de eerste echte tegenslag voelen als een overstroming.”
‘Curling’ opvoeding
Een paar jaar geleden werd de term ‘curling parents’ populair, mede door de NPO-serie De Luizenmoeder. Het gaat om ouders die zo veel mogelijk obstakels voor hun kind wegnemen. Van Fenema is kritisch op deze opvoedcultuur. „Ik zie ouders die bij de eerste onvoldoende naar school gaan om verhaal te halen bij de leraar, of die elke vorm van boosheid en verdriet meteen willen oplossen. Dat is begrijpelijk, want je wilt je kind beschermen. Maar je haalt daarmee precies de oefensituaties weg die nodig zijn om weerbaar te worden.”
Volgens Van Fenema leert een kind zich hierdoor afhankelijk op te stellen, wat niet bevorderlijk is voor de ontwikkeling. „Het kind leert: dit gevoel is te groot, dit kan ik niet aan, iemand anders moet het voor mij oplossen. Terwijl het veel helpender is om te ervaren: dit is naar, maar het lukt me hier doorheen te komen.”
Een beschermende opvoeding betekent niet automatisch dat jongeren niet met tegenslagen kunnen omgaan. „Het is geen natuurwet. Maar ik zie opvallend veel jongeren die extreem comfortabel zijn opgegroeid. Ze zijn te weinig blootgesteld aan frustratie en hebben daardoor te weinig mentale weerstand. Dan kan een relatiebreuk of een afwijzing ineens voelen als een existentiële crisis.”
Taboesfeer bij psychische aandoeningen
In de media is veel aandacht voor psychische problemen, met name onder jongvolwassenen. De stijging van psychische klachten onder jongeren moet volgens Van Fenema met nuance worden bekeken. Psychische problemen zijn deels uit de taboesfeer gehaald, legt ze uit. „Er is meer aandacht en meer taal voor mentale problemen, dus we zien ze vaker. Maar dat betekent niet dat er niets aan de hand is.”
We leven mentaal ongezond, stelt Van Fenema. „We zijn hyperindividualistisch geworden, terwijl mensen evolutionair zijn gemaakt om in hechte verbanden te leven. Daarbovenop komen sociale media, waar iedereen er leuk, succesvol en gelukkig uitziet. Dat maakt falen niet alleen pijnlijk, maar ook beschamend.”
De prestatielat ligt structureel te hoog. „We hebben idiote uitkomstmaten gecreëerd. Alles moet geweldig, succesvol en bijzonder zijn. Als dat niet lukt, denken jongeren niet: dit ging mis, maar: ík ben mislukt.”
Stress is geen vijand
Een hardnekkige misvatting is volgens Van Fenema dat stress per definitie schadelijk is. Een dosis gezonde stress kan juist helpen om goed te presteren. „Zonder oefening wordt normale spanning een alarmsignaal. Jongeren denken dan: dit voelt niet goed, dus er is iets mis met mij. Terwijl stress gewoon hoort bij leren, groeien en leven.”
Onze mindset speelt daarbij een grote rol. Hoe ga je om met tegenslagen? „We moeten af van het idee dat het leven bedoeld is om constant gelukkig te zijn”, vindt Van Fenema. „Tevredenheid is gemiddeld een zeven. Wie altijd een tien nastreeft, raakt uitgeput en onzeker.”
Ze waarschuwt ook voor het medicaliseren van normale emoties. We moeten niet te snel verdriet een depressie noemen. „Verdriet, angst en onzekerheid zijn geen stoornissen, maar menselijke ervaringen. Als we die te snel problematiseren, leren jongeren dat ze kwetsbaar zijn in plaats van veerkrachtig.”
Kun je weerbaar zijn op latere leeftijd nog leren?
Stel dat je als kind nooit een strobreed in de weg is gelegd. Als je iets vroeg, kreeg je het meteen. Maar de realiteit van het volwassen leven kan weerbarstig zijn. Waar ouders altijd lovend waren, krijg je als werknemer kritiek van een leidinggevende. Dan kan blijken dat het je aan weerbaarheid ontbreekt en dat je niet goed weet hoe je daarmee om moet gaan.
Is er dan nog hoop? Kun je mentale weerbaarheid ook op latere leeftijd ontwikkelen? Niet iedereen doet dat even makkelijk, erkent Van Fenema. „Persoonlijkheid en genetische aanleg spelen een rol. Sommige mensen zijn gevoeliger voor angst of depressie en hebben meer begeleiding nodig.”
Perfectionisme is een valkuil
In haar spreekkamer ziet Van Fenema veel jonge professionals vastlopen op perfectionisme. Ze komen thuis te zitten met een burn-out, nadat ze jarenlang over hun grenzen zijn gegaan. „Alles moet een tien zijn: carrière, relatie, lichaam, geluk. Als dat niet lukt, volgt vaak burn-out.”
De behandeling gaat dan over begrenzen en verdragen. „Mensen moeten leren dat sommige dingen een zes mogen zijn. Dat is geen falen, dat is realistisch leven. Maar dat leerproces is moeilijk en komt vaak pas op gang als het eigenlijk al te laat is. Liever zie ik dat we dit al leren in code geel, wanneer het nog schuurt, dan pas in code rood, wanneer mensen echt vastlopen.”
Zo word je weerbaar
Volgens Esther van Fenema staat één misvatting mentale weerbaarheid het meest in de weg: het idee dat mentale gezondheid betekent dat je je altijd goed moet voelen. „Het leven doet soms pijn. Weerbaarheid ontstaat niet door pijn weg te nemen, maar door te leren dat je ermee om kunt gaan.”
Welke boodschap wil ze ouders en opvoeders meegeven? „Durf ongemak toe te laten. Niet omdat je je kind iets wilt ontzeggen, maar omdat je gelooft dat het sterker is dan je denkt.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F04%2FWhatsApp-Image-2025-04-29-at-09.14.56.jpeg)