Zorgmoeder over kind uit azc: ‘Je vangt hem op met je hart, maar moet hem weer laten gaan’
Fernande runt een zorgboerderij voor kinderen die nergens anders terechtkunnen. Rust, structuur en veiligheid staan centraal. Maar soms komt er een telefoontje dat alles op scherp zet. Over een kind uit het azc dat nú een plek nodig heeft. Met te weinig informatie, te weinig handen en een afscheid dat al in de lucht hangt.
“Een gemeente belde met een dringende vraag: of ik een woonplek had voor een kind uit het azc. De vader kon niet langer voor hem zorgen, zijn moeder zou niet meer in beeld zijn. De situatie liep uit de hand; er was nú een veilige plek nodig. Ik had een bed, maar eigenlijk te weinig personeel. Toch voelde het niet als een vraag waar je lang over nadenkt. Met extra ondersteuning kon ik ja zeggen. De volgende dag haalden we hem op.”
Afstandelijk
“Wat ik vooraf wist, was beperkt. Er was weinig informatie en vooral veel focus op wat moeilijk zou zijn. Op gedrag, op wat niet goed ging. Dat maakte de start zwaar, terwijl het jongetje dat zelf helemaal niet uitstraalde. De overdracht verliep afstandelijk. Er was zelfs het plan dat de pleegmoeder zonder afscheid zou vertrekken. Dat voelde niet kloppend. Afscheid is voor een kind essentieel.”
“Hij was ontredderd. Tranen die bleven komen. Een klein lijfje dat opnieuw moest loslaten. Ik zag een kind dat al te vaak had geleerd dat plekken niet blijven. We vonden het vanaf het begin belangrijk dat hij elke dag naar school ging. Langzaam vond hij zijn weg. Elke dag ging hij naar school: eerst de taalschool, later naar de basisschool in het dorp. Hij was zó trots. Op zijn juf, zijn schrift, zijn rapport. Hij ging op voetbal, op zwemles, leerde razendsnel Nederlands en begon grapjes te maken. Hij kreeg een stem. Het moment dat hij mijn zoontje zijn broertje noemde, staat in mijn geheugen gegrift. Dat zeg je alleen als je je veilig voelt.”
Weer weg
“In de zomervakantie logeerde hij één nacht bij mij thuis, op de kamer van mijn vierjarige zoon. Hij wilde graag de grote broer zijn. Samen naar bed, samen wakker worden. Kleine rituelen. Eén nacht, maar een herinnering voor altijd. En toen moest hij weer weg. Abrupt. Tijdens het zomerkamp kwam het bericht: zijn moeder bleek toch te leven. Er volgde verwarring, nieuwe verbindingen, maar uiteindelijk trok vader zijn verblijfsaanvraag in. In de herfstvakantie vertrok hij. Ik bracht hem zelf naar Schiphol, samen met een vaste begeleider en haar zoontje. Dat voelde als het enige juiste.”
“Ik maakte een fotoboek, schreef een lange brief met zijn ‘gebruiksaanwijzing’ en knoopte zijn knuffelbeer aan zijn tas. We wisten dat hij in Dubai zou worden overgedragen aan een organisatie, zonder contact met ons. Dat maakte het afscheid extra zwaar.”
Open hart
“Na zijn vertrek werd het stiller op de zorgboerderij. Niet leeg, maar voelbaar stiller. Er wordt vaak gezegd dat je in de jeugdzorg niet te betrokken mag raken. Ik geloof daar niet in. Echte zorg bestaat niet zonder betrokkenheid. Professioneel zijn betekent voor mij niet afstand houden, maar zorgvuldig nabij zijn. Ja, dat maakt het afscheid pijnlijker. Maar ik voel liever pijn dan dat ik een kind iets onthoud.”
“Het gemis mag er zijn. De kinderen wensten hem als cadeau met Sinterklaas, en later ook voor kerst. Onrealistisch misschien, maar eerlijk. Het laat zien hoe groot het gemis is. Door het niet weg te drukken, ontstaat er langzaam weer ruimte. Wat ik wil dat meer mensen begrijpen? Dat pleegzorg ook rouwen is. Dat liefde niet minder waardevol is omdat je elkaar niet meer ziet. En tegen ouders die twijfelen: Die angst voor afscheid is terecht. Het doet pijn. Maar wat je een kind geeft in de tijd dat het bij je is, blijft. Mijn wens is eenvoudig en groots tegelijk: dat hij veilig is, dat hij weet dat hij geliefd is geweest. En dat ik de moed blijf houden om mijn hart open te stellen voor een volgend kind dat dat nodig heeft.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)