Redactie
Redactie Vrije Tijd 19 jun 2018
Leestijd: 6 minuten

15 spannende spelletjes


Drie tikspelletjes

  1. Ongelukstikkertje
    Een kind is de tikker. Als hij iemand tikt, moet die zijn hand op de plaats houden waar de tikker hem aantikte. Vervolgens moet de getikte proberen om op die manier weer een ander te tikken.
  2. Tikkertje met onbekende ‘verlosser’
    Wijs een ‘verlosser’ aan, de tikkers mogen niet weten wie de verlosser is. Wie getikt wordt, moet blijven staan. Je kunt alleen bevrijd worden als de verlosser je aantikt. De tikkers moeten ontdekken wie de verlosser is.
  3. Wasknijpertikkertje
    De tikker probeert wasknijpers aan de kleding van de kinderen vast te maken. Wie de meeste wasknijpers aan zijn kleren heeft, is de volgende tikker.

Twee spelletjes met water

Waterrace
Dit spel wordt met twee teams gespeeld (of met minstens twee spelers). Er zijn vier emmers en twee handdoeken nodig. Voor ieder team wordt een emmer met water neergezet. Tien meter verderop komt er een lege emmer te staan. Zet op beide lege emmers met viltstift een streep boven het midden. Dan begint de wedstrijd. Iedere speler maakt de handdoek nat in de emmer, rent met de handdoek in zijn nek naar de lege emmer en wringt daar de handdoek uit. De speler rent terug naar zijn team, waarna de volgende speler de handdoek in de emmer onderdompelt. Winnaar is het team dat het eerst de emmer tot de streep weet te vullen. In plaats van rennend kunnen de kinderen bijvoorbeeld ook springend of hinkelend de andere emmer bereiken.

Waterpaaltjesvoetbal
Voor dit spel zijn er net zoveel plastic flessen nodig als er spelers zijn en een (voet)bal. Iedereen kiest een plaats uit waar hij of zij gaat staan, bij de fles die met water is gevuld. Nu moet geprobeerd worden al voetballend de flessen van de anderen omver te trappen, maar de eigen fles moet natuurlijk ook worden verdedigd. Een fles die omvalt, moet zo snel mogelijk weer overeind worden gezet. Fles leeg? Dan ben je af.

Twee stoere spellen

Basketbal anders
Er zijn minstens vier spelers nodig en iemand die de tijd opneemt. Verder zijn er (basket)ballen nodig, een basketbalveldje met twee baskets en een stopwatch. Er worden twee teams gevormd. Eén team gaat op de middellijn staan, het andere team onder de basket. De leden van het eerste team dribbelen met hun eigen bal naar de basket, het andere team probeert de ballen te onderscheppen. Dat mag alleen één op één en je mag ook niet van de ene naar de andere speler gaan. De aanvallers mogen vanaf iedere plaats op het veld proberen hun bal in de basket te gooien. Wie scoort heeft een punt en begint weer vanaf de middellijn te dribbelen. Wie mist verliest een punt en moet de bal aan de tegenstander geven. Die loopt vervolgens naar de middellijn en dribbelt naar de basket aan de andere kant. De tegenstander moet nu proberen zijn bal af te pakken. Speel bijvoorbeeld vijf minuten, houd de stand bij en kijk daarna welk team gewonnen heeft.

Fietsvoetbal
Hiervoor zijn er minstens zes spelers nodig. Iedere speler moet een fiets hebben, liefst een met dikke, stevige banden, zoals een mountainbike of een crossfiets. Het zadel van de fiets wordt in de laagste stand gezet. Vorm twee teams. De spelregels van fietsvoetbal zijn hetzelfde als die van voetbal, alleen moeten de spelers nu al fietsend de bal in het doel van de tegenpartij zien te krijgen en zijn er geen keepers. Dus degene die in de buurt van de bal is, remt even en geeft de bal een trap. Wie opzettelijk tegen een ander aanfietst, krijgt een rode kaart.

Twee spelletjes op het strand

Schelpenrace
Er moeten twee groepen spelers zijn. Iedere groep verzamelt honderd schelpen. Daarna wordt een baan van dertig passen lang gemaakt. Iedere groep legt zijn schelpen aan het begin van de baan. Alle schelpen moeten naar de overkant van de baan worden gebracht, maar iedere speler mag maar één schelp per keer meenemen. Aan het einde van de baan woren de schelpen neergelegd in de vorm van een woord dat van tevoren is afgesproken.

Vliegeren
Hier is alleen een beetje wind en een vlieger voor nodig – en wie een beetje creatief is, maakt die gewoon zelf. (Zie voor bouwtekening bijvoorbeeld www.vliegerwereld.nl/kids/vliegers/sleevlieger.htm of www.knutselidee.nl/startvakantie.htm?vliegeren). Vlieger niet bij onweer of storm.
Rustiger alternatief voor op het strand: zeeschatten verzamelen. Ook geschikt om te doen als de zon niet schijnt: op het strand vind je niet alleen schelpen, maar ook zeeschuim, zeesterren, roggeneitjes, schilden van krabbetjes enzovoort. Verzamel alles wat mooi is en maak daar thuis een museum van, bijvoorbeeld door de vondsten in lucifersdoosjes (zonder deksel) tentoon te stellen.

Drie ideeën vooreen verjaarspartijtje

  1. Koe knuffelen
    Op de boerderij van Marente Hupkes kunnen kinderen in het hooi spelen, trampolinespringen en een koe melken of knuffelen. Ze krijgen een T-shirt en laarzen van de boerderij (dus ze mogen lekker vies worden) en na afloop zijn er pannenkoeken. Informatie: tel. 0575-50 13 97 of www.agrarischcultuurgoed.nl.
  2. Spelen met honden
    Het feest begint op de hondenschool met taart en limonade. Daarna mag ieder kind een van de honden van de hondenschool uitkiezen. Afhankelijk van de leeftijd van de kinderen worden er activiteiten gekozen die ze samen met de hond doen. Ze leren in ieder geval altijd op een speelse manier hoe ze veilig met honden moeten omgaan. Informatie: tel. 0343-41 43 01 of www.hondenschool-braaf.nl.
  3. Heksenfeest in het bos
    Natuurmonumenten organiseert voor kinderen van 6 en 7 jaar heksenfeestjes langs het toverpad in het bos of over de heide waar ze toveropdrachten doen die met de natuur te maken hebben. Informatie te verkrijgen bij de bezoekerscentra van Natuurmonumenten (zie www.natuurmonumenten.nl).

Alternatief dat overal kan: maak een competitie door de kinderen in groepen te verdelen en kies uit een aantal spelletjes die hier beschreven staan. De winnaars mogen het eerst uit wat kleine prijzen kiezen, daarna de spelers van het team dat de tweede plaats haalde. 

Drie ‘gouwe ouwe’ spelletjes

Annemaria koekoek
Een kind is ‘Annemaria’. De andere kinderen staan op een flinke afstand. Annemaria staat met de rug naar de andere kinderen en roept ‘Annemaria koekoek’. Tijdens het roepen lopen de andere kinderen op hem of haar af. Wanneer Annemaria zich omdraait, moeten alle kinderen blijven staan. Als iemand beweegt en Annemaria ziet dat, dan moet diegene terug naar de startlijn en opnieuw beginnen. Doel is dus om te proberen ongezien bij Annemaria te komen. Het kind dat het eerst Annemaria op de rug kan tikken, heeft gewonnen.

Buskruitje
Hierbij zijn een bal en goede verstopplaatsen nodig. De bal wordt weggeschopt, de zoeker moet de bal halen en achteruit teruglopen. De andere kinderen verstoppen zich. Als de zoeker een kind heeft gezien, rent hij terug naar de bal, raakt deze aan en noemt de naam van het desbetreffende kind. Als iemand kans ziet de bal weg te schoppen, is iedereen weer vrij en kan zich weer verstoppen.

Stoepranden
Iedere speler (aan zijn kant van de stoep) probeert de bal op de stoeprand van de ander te laten stuiteren. Als dat lukt en de bal rolt over straat terug, dan krijgt de speler een punt. Als de bal echt terugstuitert, krijgt hij vijf punten. In dat geval mag hij van de stoep af en de bal vangen. Op de plaats waar hij de bal ving, mag hij nog eens proberen de stoeprand te raken. Mist hij, dan mag de ander proberen hem af te gooien voor hij weer op de stoep is. Als de tegenstander dat lukt, is de andere speler al zijn punten kwijt. Winnaar is degene die het eerst tien punten haalt.
 

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met de mooiste verhalen van J/M Ouders.