‘Als single moeder ben je aangeschoten wild’

Jeugdzorg functioneert niet goed. Alleenstaande moeders zijn daar dubbel de dupe van. Niet alleen krijgen zij vaker met Jeugdzorg te maken, maar ze moeten ook nog eens in hun eentje opboksen tegen hardnekkige vooroordelen en procedurefouten.

‘Toen werden ze bij me weggehaald.’ Voor het eerst breekt Shirley Cress (39) tijdens het vertellen van haar verhaal. ‘Ze schreeuwden ‘‘Mama! Mama! Mama!’’ Ik zie nog de beelden van mijn zoons die over de parkeerplaats renden. Ze werden helemaal gek toen ze de politiebus in moesten. Zonder mij. Zelfs de agenten stonden te huilen. Op dat moment kwam er zo’n oerkracht in mij naar boven! Hier gaan jullie heel veel spijt van krijgen, dacht ik. Was ik nou aan de drugs of alcohol geweest, of had ik ze mishandeld, dan had Jeugdzorg alle recht gehad de kinderen van mij af te pakken. Maar ik was een heel gewone moeder, die toevallig in een klotesituatie met haar ex was terechtgekomen.’

Hoe diep het nog steeds zit, blijkt wel uit de gejaagdheid waarmee Shirley de ene na de andere ellendige ervaring opdist. ‘Ik spring wel erg van de hak op de tak, hè?’ Ze heeft dan ook een jaar of zes te verslaan. Van de allereerste beschuldiging door haar ex dat ze vanwege allerlei psychiatrische stoornissen niet voor de kinderen kon zorgen, tot aan het moment dat ze uiteindelijk de volledige zorg kreeg over haar viertal. Met in de hoofdrollen Shirley en haar vier zoons van 12, 10, 9 en 7 aan de ene kant en haar ex en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), het Bureau Jeugdzorg (BJZ) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) aan de andere kant. Dolgraag wil Shirley haar verhaal vertellen. Ze is helemaal klaar met Jeugdzorg. Laat de hele wereld maar weten wat er gebeurd is. En nee, dat hoeft niet onder een andere naam.

Shirley is een van de ruim dertig alleenstaande moeders die reageerden op een vraag van J/M naar hun confrontaties met Jeugdzorg. Allemaal alleenstaand, allemaal met een schrijnend verhaal en allemaal bereid dat uit de doeken te doen. Zoals Arda Jansen (48), die met lede ogen moest toezien hoe zaken escaleerden toen zij na een hartinfarct tijdelijk niet voor haar zoontje Ben (10) kon zorgen. Of Sandra Baars (36), die te horen kreeg dat het aan haar inconsequente opvoeding lag dat haar zoontje Jamari (11) zich zo onaangepast gedroeg, en die nergens gehoor kreeg toen ze keer op keer zei dat er echt iets met haar kind aan de hand was. En Kim Sieter (41), die volgens haar zwaar gelovige buren haar kinderen ’s avonds laat buiten liet rondlopen terwijl zij zelf mannen voor geld ontving.

Natuurlijk doet Jeugdzorg veel goed werk. Maar het gaat ook regelmatig (gruwelijk) mis. Meestal zien we dan beelden voor ons van Julian, Ruben of andere slachtoffers van gezinsdrama's. Of we denken aan al die vaders in Supermanpakken die na een scheiding hun kroost niet meer mogen zien en strijden tegen de onterechte, haast vanzelfsprekende praktijk om kinderen aan de moeder toe te wijzen. Toch gaat het in dit artikel om de moeders. Het is geen kwestie van erger of minder erg, van wel of niet onrechtvaardig. Het is een kwestie van ‘meer’: alleenstaande moeders hebben simpelweg vaker met Jeugdzorg te maken. Reken maar mee: meer dan 87 procent van de alleenstaande ouders is vrouw (CBS) en kinderen uit eenoudergezinnen maken meer gebruik van de Jeugdzorghulpverlening en worden vaker onder toezicht gesteld of uit huis geplaatst dan kinderen uit volledige gezinnen (Sociaal en Cultureel Planbureau). Exacte cijfers zijn er volgens een woordvoerder van de brancheorganisatie MO-Groep niet. Volgens KOG, een stichting voor ‘gewone ouders en grootouders in contact met Jeugdzorg’, is de helft van alle telefoontjes die zij krijgen afkomstig van single moeders.

Op zich is dat best begrijpelijk. In je eentje opvoeden is geen peulenschil. Al was het alleen maar omdat je nooit eens even pontificaal zuchtend onderuit kunt zakken op de bank, om je partner duidelijk te laten merken hoe hard jij de hele dag hebt gezorgd en grootgebracht. Dus laat hij nou maar eens die rottige wiskundesommen uitleggen. Een beetje opvoedstress is geen enkele moeder vreemd, maar single moeders hebben daar volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau aanzienlijk meer last van. Het ontbreken van een handyman in huis is namelijk niks vergeleken bij het gebrek aan een partner in de opvoeding. Eentje die zegt ‘en nu doe je het gewoon!’ als jij je zoon voor de tiende keer vraagt zijn troep op te ruimen. Of met wie je kunt sparren over schoolkeuzes, pedagogische aanpak of de oplossing van huis-, tuin- en keukenkinderprobleempjes.

Bovendien moeten single moeders vaak opboksen tegen het negatieve stigma dat nog steeds aan hen kleeft. Van de Nederlanders keurt 63 procent vrijwillig alleenstaand moederschap af. En masse (74 procent) vinden wij dat kinderen beter af zijn met een vader en een moeder. Alleenstaande moeders hebben de statistieken ook niet mee. Ze krijgen vaak te maken met een opeenstapeling van ellende: werkloosheid, armoede, slechte behuizing, sociaal isolement, falende gezondheid. Hun kinderen vertonen gemiddeld vaker probleemgedrag, kampen meer met sociale en emotionele problemen en doen het doorgaans slechter op school. Sinds kort weten we ook dat alleenstaande moeders vaker dan andere ouders slachtoffer worden van mishandelende puberzonen.

Niet gek dus dat Jeugdzorg extra alert reageert als ze gewaarschuwd worden dat er binnen zo’n eenoudergezin iets niet goed gaat. Maar niet elke alleenstaande moeder is per definitie een gevaar voor haar kinderen. Eén melding en je belandt direct in het verdachtenbankje, weten Shirley, Kim, Sandra en Arda inmiddels. ‘Pas door Jeugdzorg kwam ik erachter dat ik tot een risicogroep behoor. Je bent kwetsbaarder. Andere mensen zijn bereid rekening te houden met je omstandigheden en beperkte mogelijkheden, maar Jeugdzorg niet. Die zet dubbel op je in, lijkt het wel. Je moet aantonen dat je het minstens twee keer beter kunt dan een doorsnee-stel,’ zegt Arda.

Alice Jansen en Truus Barendse knikken herkennend als ze de verhalen horen. Ze kunnen het verloop vrijwel tot op de komma’s en punten correct voorspellen. Zo vaak hebben ze het al gehoord bij KOG. ‘Alleenstaand ouderschap staat bij Jeugdzorg boven aan het lijstje met risicofactoren. Moeilijk kind, laag inkomen, depressieve ouder, ruzies of geweld tussen (ex-)echtelieden zijn er nog zo’n paar. Heb je vier keer bingo, dan slaat Jeugdzorg een haak in je gezin. En dan laten ze niet gauw meer los. Zélfs als je vrijwillig contact hebt opgenomen, omdat je wel wat hulp kunt gebruiken. Die krijg je wel – of niet – maar je komt onherroepelijk onder strenge controle. In het allerergste geval kun je je kinderen kwijtraken. ‘Denk je dat je met je kat bij de dierenarts komt, ben je bij de slager terechtgekomen!’ aldus voorzitter Jansen.

Secretaris Barendse zou bij elk Nederlands gezin een folder in de bus willen gooien: ga nooit, nooit, nooit uit jezelf naar Bureau Jeugdzorg! Haal het niet over je heen. Ontkom je er niet aan, vertel ze dan niet alles. ‘Vooral vrouwen denken vaak dat problemen in het gezin hun schuld zijn. Die schetsen al snel een negatief beeld van zichzelf. Ze zijn te eerlijk over hun twijfels, hun onmacht hun kinderen voldoende te geven. Dan zit je al gauw aan die vier risicopunten.’

Dat haar ex Shirley betichtte van borderline en een bipolaire stoornis, verbaast de KOG-dames niet: dat doen wraakzuchtige ex-mannen vaak. Dat de ingeroepen Jeugdzorg-medewerkers niet geloofden dat er met Shirley en haar opvoeding niks aan de hand was ook niet: hulpverleners weten dat kinderen in de knel niet altijd worden gesignaleerd en zijn als de dood voor een gezinsdrama. Daardoor zetten ze hun reddingswerk soms veel te zwaar in. Dat de beschuldigingen van Shirley’s ex als feiten werden gepresenteerd in het ene na het andere rapport, zonder dat er ooit een psychiater naar Shirley had gekeken, is ook niet nieuw.

‘Fouten in het onderzoeksproces en rapportages komen met enige regelmaat voor. Dat varieert van een te eenzijdige duiding van incidenten tot het vermengen van feiten en meningen in de rapportage,’ luidt de forse kritiek van de Kinderombudsman, die in 2013 het werk van Jeugdzorg analyseerde. Kinderrechter Sonja de Pauw Gerlings gaat nog verder. In het Algemeen Dagblad van 17 augustus 2013 zei zij dat de rapportages van zeven van de tien gezinsvoogden onder de maat zijn. Mogelijk worden daardoor kinderen ten onrechte uit huis geplaatst.

Lastig is dat er geen objectieve criteria zijn om te bepalen hoeveel gevaar kinderen lopen. Er is niet één waarheid. ‘Jeugdzorg opereert in het spanningsveld tussen weten en vermoeden,’ formuleert de Kinderombudsman het mooi. Dat maakt het werk per definitie subjectief. Het is onvermijdelijk dat eigen normen en waarden over opvoeding een rol spelen in het oordeel van de hulpverleners. Zeker als het gaat om vage aantijgingen als emotionele mishandeling of pedagogische verwaarlozing. Alleen al in de keuze van de feiten die de JZ-medewerker in zijn rapport zet, schuilt een beoordeling. Maar realiseer je dat dan ook, zouden Jansen en Barendse ze wel willen toeschreeuwen.

Helaas heerst er echter eerder een anti-oudercultuur. ‘Het uitgangspunt is dat ouders eigenlijk niet deugen. Gaat het mis, dan is het hun schuld,’ aldus Jansen. Deze houding leidt tot ‘krankzinnige arrogantie’ bij veel hulpverleners, de goeden niet te na gesproken natuurlijk. ‘Je krijgt je kind nooit meer te zien!’ Dat was ongeveer het eerste wat de 20-jarige gezinsvoogd Arda toebeet toen zij na haar hartinfarct uit het ziekenhuis kwam en haar zoontje uit huis geplaatst was. Omdat zij tijdelijk niet voor hem kon zorgen, maar vooral op grond van de valse roddels en verdachtmakingen door haar ex-vriend. ‘Ik weet je toch wel te vinden,’ siste de AMK-onderzoekster nadat Shirley met haar viertal naar een geheim adres was gevlucht omdat ze ondanks talloze verzoeken de jongens nooit meer te zien kreeg en hoopte zo een omgangsregeling te kunnen afdwingen. Jansen: ‘Jeugdzorg denkt dat ze boven de wet staat. Ze eigenen zich bevoegdheden toe die ze helemaal niet hebben.

In het belang van het kind moeten ze immers alles doen wat nodig is? Elk conflict wordt teruggevoerd op het kind. Werk je niet mee? Dan zie je je kind niet.’ Het is deze intimidatie en minachting die de moeders nog steeds boos maakt. En die macht. ‘Dat zo’n jonge meid zulke ingrijpende beslissingen mag nemen, vind ik onbegrijpelijk,’ zegt Arda. Uit het onderzoek van de Ombudsman blijkt dat lang niet alle hulpverleners zich bewust zijn van het belang van hun rapportages en hoeveel keuzes erop worden gebaseerd.

Het zou allemaal niet zo erg zijn als kinderrechters – die uiteindelijk beslissen of een kind onder toezicht wordt gesteld of uit huis wordt geplaatst – de Jeugdzorgmedewerkers niet blindelings zouden volgen. Dat zuigen de geïnterviewde moeders en de KOG-dames niet uit hun duim; meerdere rechters gaven in het Kinderombudsman-onderzoek aan dat zij erop vertrouwen dat de informatie uit de JZ- rapporten klopt en dat ze die niet meer checken. Zo kan het gebeuren dat tot aan de hoogste instantie onwaarheden, wraakzuchtige beschuldigingen, zelf geknutselde psychiatrische etiketten, meningen en waardeoordelen het lot van de alleenstaande moeder en haar kinderen bepalen. Bovendien wordt enthousiast geknipt en geplakt uit oude rapporten. Volgens Arda krijgen ouders in volgende rapportages dan ook ‘meestal een oplopende lijst van tekortkomingen gepresenteerd, waardoor hun kind uit huis geplaatst blijft’. Haar overkwam het.

‘Iedere keer vindt Jeugdzorg weer een andere reden om het kind niet terug te plaatsen. Stond er ineens in mijn dossier dat ik een ernstige persoonlijkheidsstoornis had. Dat was nooit eerder aan de orde gekomen! En toen niets meer de terugkeer van mijn zoon Ben in de weg leek te staan, was ik opeens “pedagogisch onbekwaam”. Ik was niet streng genoeg. Nee, vind je het gek? Mijn zoontje had in anderhalf jaar tijd vijf verschillende pleeggezinnen gehad. Die ging ik niet keihard aanpakken. Je holt steeds achter de feiten aan. Dat maakt je zo machteloos.’

Dat etiketje van die ‘pedagogische onbekwaamheid’ is populair, zeker voor alleenstaande moeders. Shirley: ‘Ik kon wel zeggen dat er nooit eerder klachten waren geweest, maar dat maakte niks uit.’ Sandra: ‘Ik heb steeds gezegd dat Jamari’s storende gedrag niet aan mijn opvoeding te wijten was.’ Het erge is dat je nog aan jezelf gaat twijfelen ook.

Sandra’s zoon werd uiteindelijk in een instelling geplaatst voor jongens met zeer ernstige gedragsproblematiek. Shirley, Arda en Kim zijn – na enkele maanden of pas na jaren – van Jeugdzorg af. En alleen omdat ze daar zelf keihard voor hebben geknokt. Shirley: ‘Ik leefde in een cocon, met maar één doel voor ogen: de kinderen terugkrijgen. Zat 24/7 alleen maar te tikken en te bellen. Ik kan een wolkenkrabber bouwen van alle papieren.’ Arda: ‘Uiteindelijk heb ik alle aantijgingen kunnen weerleggen door me op eigen initiatief te laten onderzoeken door een gerenommeerde psychiater. Door een opvoedcursus te doen, vrijwilligerswerk aan te pakken, te verhuizen. Door steeds stipt alle afspraken met Jeugdzorg na te komen. En door in hoger beroep te gaan tegen rechterlijke uitspraken. Het is zo vernederend om je te moeten verweren tegen willekeurige beschuldigingen, terwijl je je uiterste best doet en naar eer en geweten zo goed mogelijk voor je kind zorgt.’ En zelfs met tegenbewijzen red je het niet altijd. Fouten in rapportages worden namelijk vaak niet verbeterd. ‘Terugkomen op eenmaal ingenomen standpunten schijnt in de Jeugdzorg heel moeilijk te zijn,’ schampert Barendse. Strijdbare types, zoals de moeders uit dit artikel, lukt het nog wel om zich aan de klauwen van hun hulpverleners te ontworstelen. ‘Ben je minder mondig, dan word je een prooi voor Jeugdzorg.’

Nawoord
De kinderen van de vier vrouwen lachen, sporten en spelen weer. Maar hun moeders lopen nog wel met stijve pootjes rond. Ze letten erop dat er niks op hun opvoeding is aan te merken. En ze hebben hun handen nog vol aan het genezen van de blauwe plekken die hun kroost door hun (Jeugdzorg)verleden heeft opgelopen. Zo wijt Arda Bens gebrek aan zelfvertrouwen en behoefte bij iedereen in de smaak te vallen aan het feit dat hij door iedereen verlaten werd. En had Jamari niet van school naar school hoeven gaan, als er direct naar Sandra was geluisterd . ‘Dan had ik nu niet zo’n schuldgevoel gehad.’

Wordt er gehoor gegeven aan de kritiek van onder andere de Kinderombudsman en komen er strengere eisen om fouten in het werk, de rapportages en de beslissingen van Jeugdzorg te voorkomen, dan is de kans groter dat toekomstige Julians en Rubens eerder worden gezien en de Sandra’s, Arda’s, Shirleys en Kims eerder kunnen rekenen op een professionele, respectvolle, onbevooroordeelde benadering. In het belang van kind en ouders.

De namen van Kim Sieter en Arda Jansen zijn om privacyredenen gefingeerd.

Meer informatie
stichtingkog.info; jeugdzorgnederland.nl, Is de zorg ongegrond, Analyse van het feitenonderzoek aan de basis van ingrijpende jeugdzorgbeslissingen, Kinderombudsman, december 2013
 

Reageer op artikel:
‘Als single moeder ben je aangeschoten wild’
Sluiten