Burn-out bij jongeren: een arbeidspsycholoog legt uit wat ouders níet verkeerd doen
Steeds meer ouders zien hun kind vastlopen door stress, uitputting of burn-out. Dat roept onvermijdelijk vragen op: hebben we te veel beschermd? Te weinig losgelaten? Volgens arbeids- en organisatiepsycholoog Linne van Straten ligt het probleem niet bij jongeren zelf, en ook niet bij ouders, maar bij het systeem waarin Generatie Z is opgegroeid. Wat betekent dat inzicht voor ouders die hun kind willen steunen zonder alles over te nemen?
“Als we burn-out blijven zien als een persoonlijk probleem, leggen we de verantwoordelijkheid daar waar hij niet hoort,” zegt ze. “Burn-out bij Gen Z is geen teken van zwakte, maar een signaal dat de manier waarop we omgaan met druk, verwachtingen en verantwoordelijkheid uit balans is geraakt.”
Geen schuld, wel context
Wat betekent dat voor ouders? Volgens Linne vooral dit: niemand is schuldig. Ouders niet, jongeren niet. Maar opvoeding is wél onderdeel van een bredere context. “Veel ouders hebben hun kinderen opgevoed met enorme betrokkenheid. Problemen werden besproken, spanningen benoemd, oplossingen gezocht. Dat gebeurde uit liefde.”
Tegelijk ziet ze een patroon. “In veel gezinnen werd spanning snel weggenomen. Een conflict met een docent werd overgenomen, stress voor een tentamen uitgebreid begeleid, teleurstelling verzacht. Dat helpt op de korte termijn, maar het beperkt de kans om te ervaren: ik kan dit verdragen.”
Onder constante druk
Wat we volgens haar nog te weinig begrijpen, is hoe continu de druk is geweest waaronder Generatie Z is opgegroeid. “Niet in pieken, maar als een constante achtergrondruis. Altijd vergelijken via sociale media, altijd het idee dat je jezelf moet verbeteren, altijd de vraag: doe ik genoeg?”
Daarbij ontbraken vaak duidelijke grenzen. Wat is goed genoeg? Wanneer is het oké om te stoppen? “Veel jongeren kunnen hun gevoelens feilloos analyseren,” zegt Linne. “Maar zodra spanning langer aanhoudt, raken ze ontregeld. Dat is geen gebrek aan veerkracht, maar een gebrek aan oefening in frictie.”
Beschermen of loslaten
Voor ouders is dat een pijnlijk spanningsveld. Want beschermen voelt logisch. En soms ís het ook nodig. “Bescherming is helpend bij echte overbelasting of onveiligheid,” benadrukt ze. “Maar als jongeren structureel worden afgeschermd van ongemak, leren ze niet dat spanning ook weer zakt.”
Volgens haar zit de sleutel niet in óf beschermen, maar in wanneer loslaten. “Soms is het meest helpende wat je kunt doen, blijven staan naast je kind terwijl het moeilijk is, zonder het meteen op te lossen.”
Wat geef je wél mee?
Wat ouders hun Gen Z-kind vooral kunnen meegeven, is vertrouwen. Niet door te bagatelliseren, maar door te erkennen. “Zeg niet: ‘het valt wel mee’, maar: ‘dit is zwaar, en je hoeft het niet vandaag op te lossen’. Daarmee geef je ruimte én draagkracht.”
En voor ouders die zich afvragen of ze iets verkeerd hebben gedaan, is Linne helder: “Vrijwel niets. Ouders hebben gedaan wat van hen werd gevraagd in deze tijd: zorgen, begeleiden, beschermen.”
Wat nu nodig is, is geen schuldgevoel, maar bijstelling. “Deze generatie vraagt niet om andere ouders, maar om ouders die durven loslaten waar ze eerder beschermden. Burn-out bij Gen Z is geen bewijs van falend ouderschap, maar van een samenleving die spanning en grenzen lastig vindt. En daar leren we nu samen van.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)