Ben je boos op je kind? Deze 9 dingen kun je dan beter niet zeggen

Wanneer je boos bent op je kind, kun je van alles roepen om je boosheid kracht bij te zetten. Maar let op met wat je zegt. Sommige dingen kunnen uiteindelijk meer impact maken dan je hoopt.

Jouw woorden hebben impact op je kind. Niet alleen op hoe hij over jou denkt, maar ook op hoe hij over zichzelf denkt. Kies daarom je woorden zorgvuldig, als je hem terecht wilt wijzen. 

9x zeg dit nooit als je boos bent op je kind:

Hoe boos je ook bent op je kind of hoe goed je het misschien ook bedoelt. Deze zinnetjes werken averechts.

1. Je bent zo’n onruststoker

Je kind telkens benoemen als onruststoker of zeggen dat hij altijd de brutale is, heeft natuurlijk een negatief effect op je kind. Het knaagt aan zijn zelfvertrouwen en kan zelfs in de hand werken dat hij zich juist ook zo gaat gedragen.

Maar ook positieve benaderingen zoals ‘jij bent zo goed in voetbal’ of ‘jij bent zo’n wiskunde wonder’ kan een negatief effect hebben, omdat je kind altijd aan die verwachtingen zal willen voldoen en je niet teleur wil stellen.

Je kunt je beter focussen op het gedrag wanneer je boos bent op je kind. Bijvoorbeeld; ‘Wat je nu doet vind ik erg vervelend.’

2. Stop met huilen

Je mag natuurlijk het gedrag van je kind bekritiseren, maar niet zijn emotie. Kinderen moeten hun emoties vrij kunnen uiten. Als je kind zich verdrietig voelt, dan mag hij huilen, omdat het zijn manier van uiten is.

Maar is hij aan het gillen en schoppen en gedraagt hij zich dus op een onacceptabele manier, spreek hem hier dan op aan en help hem in het vervolg op een betere manier te reageren.

3. Je gedraagt je als je vader

Het gedrag van je kind vergelijken met dat van een ander, helpt je kind niet op de juiste manier. Ook zoiets zeggen als: ‘Waarom kun je nu nooit eens stilzitten, zoals je zus!’. Waardeer de unieke karaktertrekken van je kind en laat hem weten en voelen dat hij zijn eigen persoon mag en kan zijn.

4. Heb je je lesje geleerd?

Je kind straf geven, heeft als doel je kind iets te leren. Je leert hem dat het bestrafte gedrag niet door de beugel kan. Door hem te vragen of hij z’n lesje geleerd heeft, lijkt het net alsof het om de straf gaat en niet zozeer om wat hij geleerd heeft.

Beter kun je vragen: ‘Wat zou je de volgende keer anders doen?’. Zo weet je meteen of hij begrepen heeft wat hij fout gedaan heeft en of hij er dus van geleerd heeft.

5. Wacht maar tot je vader/moeder thuiskomt

Deze zin suggereert dat jij de situatie niet aan kan en dat je partner degene is die echt de controle heeft. Dit is niet iets dat je graag in de hand werkt. Wanneer je boos bent op je kind wil je dat hij je serieus neemt. Ook ben je het meest effectief bezig als je direct na het ongewenste gedrag actie onderneemt en hier niet mee wacht.

6. Fijn dat je je fiets binnenzet, waarom kan je dat niet elke keer doen?

Verpak nooit kritiek in een compliment. Het is beledigend en niet effectief. Prijs je kind vooral om het goede dat hij doet. ‘Wat superfijn dat je meteen je fiets in de schuur zette toen ik het vroeg. Daar word ik blij van!’. Je zult merken dat dit op de lange termijn veel effectiever en positiever is.

7. Je maakt mij kwaad

Wat je nooit moet doen, is je kinderen de schuld geven van jouw emotie. Neem je verantwoordelijkheid over hoe jij je voelt. Je kind heeft niet de kracht je iets te laten voelen, dat kun jij alleen. Dus als jij boos ben top je kind kun je je frustratie beter uiten op deze manier: ‘Ik ben het niet eens met de keuze die je vandaag maakt’.

8. Stop met deze discussie

Er zijn twee mensen nodig voor een discussie. En elke keer als je tegen je kind zegt dat hij moet stoppen, voed je de discussie weer opnieuw. Het is beter om een waarschuwing te geven en pak daarna eventueel door met een consequentie. Of je bent ineens even Oost-Indisch doof om een eind te maken aan een eindeloze discussie.

9. Ik vertel je het niet nog een keer

Je aanwijzing herhalen is al een slechte gewoonte, maar zeggen dat je je aanwijzing niet blijft herhalen is nog erger. Het geeft bij je kind aan dat hij de eerste keer niet meteen naar je hoeft te luisteren. Als hij niet naar je luistert, herhaal je het namelijk nog een paar keer. Gebruik daarom beter een ‘als’ ‘dan’ waarschuwing, waarbij meteen duidelijk is voor je kind wat er gebeurt als hij niet luistert.

Lees ook:

Reageer op artikel:
Ben je boos op je kind? Deze 9 dingen kun je dan beter niet zeggen
Sluiten