Column Maria #6: mijn kleuter is ondervoed en we gaan naar de kinderarts

Maria Lee is de trotse moeder van de vierjarige tweeling Tom en Fien. Het leven met haar twee kinderen gaat niet altijd over rozen, vooral nu niet, want Tom is gestopt met eten en daardoor ondervoed. Haar verhaal kun je de komende weken volgen op J/M Ouders.

Naar de kinderarts

De kraanwagen van Tom racet over het bureau van de kinderarts. Tom maakt er een overtuigend geluid bij. ‘braw, uuuh, ieee’. klinkt het. Ondertussen proberen de kinderarts en ik een gesprek te voeren over het volgens haar zorgwekkende gewicht van mijn zoontje. Ze vindt dat hij maar minimaal is aangekomen sinds de laatste keer dat wij haar zagen.

Ik breng daar tegenin dat hij eerst aangekomen is, toen ziek werd en daardoor weer is afgevallen. Maar dat het nu weer een beetje bijtrekt doordat hij kleine beetjes eet. Daarbij weeg ik hem en zijn zus elke week en is er volgens ons, een stijgende lijn te zien. Toch blijft de kinderarts erbij dat Tom ’s gewicht zorgwekkend is en dat de eetstoornissen poli de beste optie is. ‘Het lijkt me een goed idee om jullie een traject in te laten gaan bij de poli voor eetstoornissen.’ Zegt ze met fronsende wenkbrauwen. ‘Daarbij vind ik zijn gedrag verontrustend, hij is erg aanwezig’, gaat ze verder.

Verontrustend gedrag

Verontrustend gedrag? Hoe komt ze daar nou bij? Vanbinnen kook ik. Tom voelt het aan denk ik, want ondertussen rijdt de kraanwagen van Tom over haar toetsenbord heen en belandt op de grond. Tom kijkt me verschrikt aan.

De arts vervolgt haar bevindingen. ‘Dit gedrag, druk en grensverleggend’, zegt ze met een gebaar naar Tom. Tom kijkt op, vragend kijkt hij van de arts naar mij. Ik geef hem een aai en trek hem op schoot. Tom weet dat dit gesprek over hem gaat en hij begrijpt heel goed wat er gezegd wordt.

‘Ik ga er voor zorgen dat jullie een afspraak krijgen bij de poli voor eetstoornissen.’ Zegt ze terwijl ze naar haar computer kijkt en driftig op het toetsenbord typt. Tom probeert in mij weg te kruipen.  ‘Toch voelt het niet goed.’ Hoor ik mezelf zeggen. ‘Ik zit zelf te denken aan hulp door een kinderpsycholoog.’ De kinderarts haalt diep adem, ‘Ik wil hem toch nog even bekijken.’ Zegt ze terwijl ze opstaat en naar de onderzoekstafel loopt.

Grenzen

Samen met Tom neem ik plaats op de onderzoekstafel. ‘Alles ziet er prima uit, hij is wel mager’. Zonder iets te zeggen trekt ze met haar vinger aan zijn broek. ‘Ah, ja zijn piemeltje ziet er goed uit’. Nu breekt er iets in mij. Maar ook bij Tom. ‘Stop hou op!’ Roept hij. En ik ben trots. Ik complimenteer Tom voor het aangeven van zijn grenzen en zeg hem dat hij gelijk heeft. ‘De dokter had dat eerst moeten vragen voor ze dat deed.’

De kinderarts kijkt me niet aan en loopt naar haar computer. Steeds meer krijg ik het gevoel dat ik Tom  tegen haar moet beschermen, het voelt alsof hij wordt afgewezen. En ergens weet ik dat Tom het ook zo voelt. Op dat moment realiseer ik me, dat Tom alle prikkels als een spons opneemt. Hij voelt haar, mij en heeft ook zijn eigen gevoelens. En dan is daar opeens het antwoord op mijn vraag, waarom Tom niet wil eten. Hij zit vol van alle indrukken, eten geeft hem fysiek ook nog eens een vol gevoel. Dat maakt dat hij zich niet prettig voelt.

De juiste hulp

‘Het zou weleens een zintuigelijke stoornis kunnen zijn. Dat hij alles tegelijk binnen krijgt maar het niet goed kan verwerken. Zou dat kunnen?’ vraag ik de kinderarts. ‘Ja, dat kan, je mag hem weer aankleden’. zegt de kinderarts terwijl ze weer achter haar bureau plaats neemt.

‘Goed, dan ga ik de aanvraag in orde maken voor de poli eetstoornissen. En dan gaan zij een traject uitzetten zodat Tom weer gaat eten. Is het zo duidelijk?’ Zegt de kinderarts. ‘Nou, ik wil toch even tijd hebben om hier over na te denken. Zeg ik. Via deze we wordt de druk van het eten nog meer opgevoerd en denk ik dat hij zijn hakken in het zand zal zetten. Dat brengt veel stress met zich mee, stress die hij niet kan gebruiken.

‘We willen graag hulp maar wel de juiste hulp die past bij zijn problematiek.’ zeg ik vol overtuiging. Ik voel dat ik een punt heb en ik zie aan haar dat ze mijn punt begrijpt. ‘Laten we vrijdag nog even bellen, dan heb ik tijd om dit thuis met mijn man te bespreken en hier over na te denken.’ Zeg ik terwijl ik Tom’s hand pak.

Bij deur geef ik de kinderarts een hand, Tom wil haar geen handje geven. Als we even later in het restaurantje van het ziekenhuis zitten zegt Tom dat hij de dokter niet zo lief vindt en dat hij graag een ijsje wil.

Lees ook:

Reageer op artikel:
Column Maria #6: mijn kleuter is ondervoed en we gaan naar de kinderarts
Sluiten