De trek naar ‘buiten’: Nieuw geluk of desillusie?

De vlucht uit de randstad wordt het wel genoemd. Nogal wat gezinnen met kinderen hebben het ineens helemaal gehad op hun etage in de stad. Bij menig ouder komt dan ook de vraag op: waar wil ik mijn kind eigenlijk laten opgroeien? In die hectische, grote stad, waar ze meer tijd op de achterbank van de auto doorbrengen dan op hun eigen fietsje? Of in een kleinere stad of dorp, waar ze in de tuin of zelfs op straat kunnen spelen, en ook nog eens een koe of schaap in de wei kunnen zien? Sommige ouders besluiten inderdaad te verhuizen naar dat felbegeerde huis-met-tuin op een plek waar het leven nog overzichtelijk en ‘gewoon’ is. Maar soms valt de verandering toch tegen: ze aarden niet meer in de buitenwijk, het dorp of stadje van hun keuze. Missen ze die rotstad dan toch? En hoe zit het met de kinderen? Zijn die inmiddels niet te streetwise om nog aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten elders? Enkele ouders vertellen over hun nieuwe geluk of over hun desillusie.

‘Er is een heleboel stress weggevallen’

Clarisse Reitsma vindt dat zelfs voor pubers het kleinschalige grote voordelen heeft. Zij verhuisde twee jaar geleden met haar drie kinderen (een tweeling van 12 en een dochter van 14) van driehoog achter in Amsterdam naar een eengezinswoning in Harlingen.

Clarisse: ‘De kinderen hier zijn wat minder blasé, wat minder streetwise, minder hard dan in Amsterdam. Ze hebben nog een soort wolligheid, zijn wat opener en onbevangener. Mijn kinderen vonden hun leeftijdgenoten in het begin kinderachtig, maar dat is nu helemaal over. Ze hebben hun peer­group gevonden en dat is op hun leeftijd toch het belangrijkste. Het kleinschalige hier heeft zijn voordelen. Zo is er maar één school voor voortgezet onderwijs. Iedereen kent elkaar, ook van de andere schooltypen, en ze treffen elkaar gemakkelijk.

Mijn kinderen hebben eigenlijk het idee dat hen hier niets kan overkomen. Dat klopt natuurlijk ook weer niet en daarom neem ik wel wat scenario’s met ze door: ze mogen bijvoorbeeld alleen in een groepje uitgaan.

Het gaat er hier zoveel gemoedelijker en relaxter aan toe dan in Amsterdam dat ze zich een stuk vrijer voelen. Vonden ze het in het begin soms gezapig en saai, nu merken ze dat ze makkelijker hun eigen gang kunnen gaan. Dat geldt trouwens ook voor mij. Als ik in Amsterdam een avondje wegging, zorgde ik altijd voor een oppas. Contact met de buren was er nauwelijks. Maar hier kent iedereen elkaar. De kinderen kunnen makkelijker op de buren terugvallen. Op straat spelen alle leeftijden door elkaar heen. Mijn kinderen zijn hier weer heel veel buiten gaan spelen. Mijn zoon van 14 voetbalt dagelijks op straat. Dat was er in Amsterdam helemaal niet bij. Daar gingen ze pas op hun zevende voor het eerst alleen naar buiten. Ook zelf naar school fietsen kon pas vrij laat.

Sommige mensen vragen zich af of ze in zo’n veilige en gezapige omgeving wel weerbaar genoeg worden. Net alsof je weerbaar wordt van die voortdurende agressie om je heen, van dat constante lawaai waarmee je in Amsterdam overvoerd wordt. Omdat hier minder mensen zijn die elkaar in de weg zitten, is er niet zoveel spanning. In Amsterdam word je uitgesnauwd op straat, opzij geduwd in de supermarkt, onheus bejegend in de tram, gesneden door auto’s. Je draagt je beurs heel dicht op je. Pas nu ik vertrokken ben, merk ik dat die ongemakken erbij hoorden als lucht die je inademde. Zo’n omgeving maakt iemand niet weerbaar, maar gestresst. Hier is een heleboel stress weggevallen, ook voor de kinderen. Allerlei gewone dagelijkse dingen zijn gemakkelijker geworden.’

'Het is hier allemaal wat gewoner'

‘We hadden behoefte aan meer rust en ruimte,’ zegt Truus Rietveld. Met groot genoegen wandelt ze sinds een jaar dagelijks met haar hond Bikkel in het bos.

Ze verhuisde een jaar geleden met haar man en twee kinderen (9 en 11) vanuit Leiden naar Malden, een dorp op de grens van Gelderland en Limburg.

Truus: ‘De kinderen zijn opvallend snel geaard. Dat komt, denk ik, omdat het in Malden toch wat overzichtelijker is. De mensen hier lijken opener en aardiger en de kinderen socialer. Hoewel we in Leiden in een leuke buurt woonden, waar we redelijk veel contacten hadden, is het hier wat meer ontspannen. In Leiden was iedereen toch erg druk, het was altijd een heel georganiseer om de dingen geregeld te krijgen. Hier is burenhulp veel vanzelfsprekender. Sowieso is het allemaal wat ‘gewoner’. In de randstad werden de kinderpartijtjes bijvoorbeeld steeds gekker en gekker, terwijl hier nog gewoon een speurtochtje in het bos wordt uitgezet. De juffen hoeven ook geen dure cadeautjes met hun verjaardag, ze willen liever dat de kinderen zelf iets maken.

Het valt me op dat de kinderen minder hoeven te presteren, zowel op school als op het sportveld. Ging het in Leiden direct om de competitie en het winnen, hier worden de wedstrijden vooral gespeeld vanuit het idee dat de kinderen er plezier in hebben. Ook trekken ze meer groepsgewijs op. Zo fietst mijn dochter elke week met een groepje van acht kinderen naar het sportveld een paar kilometer ?verderop. Ze wachten op elkaar, zodat niemand alleen hoeft te gaan. Ze ?gaat tegenwoordig ook zelf op de fiets naar het winkelcentrum om boodschappen te doen. En dat winkelcentrum ligt echt niet om de hoek. Het kan ook aan haar leeftijd liggen, maar ik heb ’t idee dat ze door de veilige ?omgeving sneller zelfstandig is ge­worden.’

‘In onze nieuwe buurt was niets te beleven’

Een kind is toch kwetsbaar, dacht Nell Westerlaken. Is het in een rustiger omgeving niet beter af? Dergelijke overwegingen deden haar en haar man besluiten met hun kind (2) van Amsterdam naar Amstelveen te verhuizen. Maar dat viel vies tegen.

Nell: ‘Op de crèche waar mijn toen tweejarige zoon zat, wisselden we regelmatig met andere ouders van gedachten over de vraag of we de stad zouden uitgaan. De binnenstad van Amsterdam, waar we woonden, is erg druk en vol. Er is veel verkeer en er lag ook wel eens een junk in onze portiek te slapen. Is dat nou wat ik voor mijn kind wil, vroeg ik me af. Zelf ben ik op het platteland opgegroeid en daar had ik goede herinneringen aan. Moest ik mijn kind dat ook niet gunnen, dat hij gras onder zijn voeten zou kunnen voelen? Toen zijn we inderdaad gaan zoeken naar een huis met tuin buiten Amsterdam. De makelaar vond iets in Amstelveen. Het huis was ideaal: groot, met een tuin voor en achter, vlakbij bos en water, met goede voorzieningen in de buurt.

Toch viel het nieuwe leven in de praktijk vies tegen. We hadden ons erop verkeken. Ons hele leven had zich in Amsterdam afgespeeld: werk, vrienden, crèche. In onze nieuwe buurt bleek niets te beleven te zijn. Alles ging er zo rustig en gezapig toe. We konden geen aansluiting krijgen bij de buren, veelal vijftigers in goede doen, die elke zaterdagmiddag om drie uur en masse hun auto gingen wassen. Als er een vriend van ons op een motor langskwam, keken onze buurtgenoten hun ogen uit. Tja, het was toch niet onze sfeer. En we hadden ook nog eens een slechte aansluiting op het openbaar vervoer. Het duurde vijftig minuten om van Amstelveen naar het centrum van Amsterdam te komen, terwijl het hemelsbreed maar vijftien kilometer is. We zaten meer in de auto dan in de tuin.

Acht maanden later zijn we gillend teruggegaan naar de stad en vonden, toeval of niet, een huis op nog geen 150 meter afstand van ons vorige huis. Dat we op stel en sprong vertrokken, kwam ook omdat we net in die tijd onze zoon op een school moesten inschrijven. Maar het was vooral de eenvormigheid waarvan we wegvluchtten.’

‘Ik merk nu hoe erg ik Amsterdam heb gemist’

Marij Sloothaak, die haar hele leven in Amsterdam had gewoond, verhuisde dertien jaar geleden met haar man en zoon (2) vanuit de randstad naar Eindhoven. Hun verhuizing was niet zozeer ingegeven door hoopvolle verwachtingen van het buitenleven. ‘Mijn man kreeg daar gewoon een baan.’

Marij: ‘Omdat we allebei freelancers waren en nu een kind hadden, wilden we wat meer vastigheid en die vonden we toevallig in Eindhoven. De verhuizing bleek een regelrechte cultuurshock. Van een leuk, jong stel op een bovenwoning in het hartje van Amsterdam werden we een mevrouw en meneer in een twee-onder-één-kapwoning in een keurige wijk. Dat was echt wennen geblazen.’ Maar al snel kreeg het echtpaar er nog een kind bij, dochter Rosa. En lange tijd woonden ze er heel prettig. Marij: ‘De kinderen vermaakten zich prima, kregen er hun vriendjes en vriendinnetjes, de scholen voldeden goed, er was niks op aan te merken. Maar zelf heb ik me die stad nooit eigen kunnen maken. Het is er toch anders dan in de randstad, waar mijn roots liggen en waar een lekker groot cultureel aanbod is. Ook bleef ik grote moeite houden met het Brabantse accent. Ik heb ervoor gewaakt dat mijn kinderen een zachte g zouden krijgen. Vooral mijn dochter, die daar geboren is, heb ik hierin eindeloos gecorrigeerd. Voor het geval we teruggingen.’

‘Na dertien jaar zijn we inderdaad teruggegaan. En nu ik terugben merk ik helemáál hoe erg ik Amsterdam heb gemist. De sfeer, de openheid, en vooral de Amsterdamse gein en humor. Een buschauffeur, die opeens z’n microfoon pakt en de bus gaat zitten vermaken. Of die oude man in de supermarkt, die ?- toen ik vroeg of ik zijn karretje mocht overnemen – met een uitgestreken gezicht zei: “U wilt mijn karretje? Dat is dan ƒ1,25.”’

‘Voor de kinderen, nu 11 en 15, was de omslag wel groot. Vooral mijn dochter had het moeilijk. Ze heeft tranen met tuiten gehuild, omdat ze al haar vriendinnen moest missen. Begrijpelijk, want voor haar was Eindhoven de stad waar ze een groot deel van haar jeugd had doorgebracht. Ze kende alles en iedereen daar. We hebben haar wel tijdig voorbereid zodat ze aan het idee kon wennen, maar dat neemt niet weg dat ze door een soort ‘rouwproces’ heen moest. Die hebben we haar ook gelaten. Toen ze laatst weer heel verdrietig werd, heeft ze bij haar vriendinnetjes in Eindhoven gelogeerd. Nu weet ze dat dat leven niet weg is, dat het gewoon doorgaat. Het gaat nu wel beter, al zegt ze nog weleens: “Ik mis ze zo.”

De kinderen hier in Amsterdam zijn streetwiser. Mijn zoon van 15 vindt dat geweldig en cool, hoewel hij in het begin merkte dat hij weer helemaal opnieuw moest beginnen met het sluiten van vriendschappen. Maar tegenwoordig moet ik opletten dat-ie niet iedere avond weg is.’

'Het was een kleine veilige wereld'

Dorien Letschert had er genoeg van om haar kinderen de hele dag naar hun clubjes te rijden. Ze vertrok met haar man en twee zoons (8 en 10) van de Amsterdamse grachtengordel naar ‘t Gooi.

Dorien: ‘De kinderen konden in de binnenstad nauwelijks iets op eigen houtje doen, er was niets in de buurt. Ze zaten meer op de achterbank van de auto dan ergens anders. Dat hing me de keel uit. Bovendien hadden we kantoor aan huis en dat was met twee jonge kinderen te onrustig. Mijn man kwam uit ‘t Gooi, en hij wilde daar graag naar terug. Zelf zag ik er, eerlijk gezegd, nogal tegenop. Maar toen we de knoop hadden doorgehakt, genoot ik tot mijn eigen verrassing erg van de veranderingen. Het was een fantastisch huis met een grote tuin. Ik vond het heerlijk om ’s ochtends in mijn badjas de tuin in te lopen. En ik zal nooit vergeten hoe mijn zoon direct het eerste weekend in een boom klom en daar uren bleef zitten. Dat had ik hem nog nooit zien doen! De kinderen kregen opeens een ongelooflijk grote actieradius. Ze gingen zelf op de fiets naar school en naar de tennistraining. Ze werden een stuk zelfstandiger. Gek genoeg kon mijn man helemaal niet meer aarden op zijn geboortegrond. Hij miste de gezellige drukte van de binnenstad en na twee maanden keerde hij daarnaar terug. Daar zat ik dan alleen met twee kinderen. In Amsterdam is zoiets heel gewoon, maar daar niet. Als je er met je gezinnetje woont en je draait in allerlei clubjes mee, kun je er een prettig leven hebben. Maar als je daarbuiten valt, blijkt de mentaliteit toch erg kleinsteeds te zijn. Ik weet nog dat ik, tijdens een informatieavond voor ouders op een school voor voortgezet onderwijs daar, vroeg wat het beleid was ten aanzien van drank en drugs. Als door een wesp gestoken draaide iedereen zich naar me om. “Dat probleem kennen we hier niet,” was het antwoord. Maar ik wist wel beter, ik had ze in de bosjes zien blowen. Opeens trof me de uniformiteit van al die Gooise ouders.’ De benauwenis die dat gaf, deed haar na drieënhalf jaar weer de wijk nemen naar Amsterdam. ‘Al praten we nog altijd met plezier over die Gooise tijd. Het was een kleine en veilige wereld, vindt mijn zoon. En dat was het.’

Een leuk boekje is ‘Verhuizen met kinderen. Een praktische gids’ door Hannie Vink en Piet Schelling, uitg. Kok Lyra, 70 p., ISBN 90-242-7936-4

Verhuizen met kinderen

Verhuizen is altijd ingrijpend voor kinderen. Zelf kiezen ze er niet voor, ze missen hun oude, vertrouwde omgeving en overzien de nieuwe situatie nog niet. Bovendien zijn ouders rond een verhuizing vaak erg gestresst. Wat kun je als ouder doen om een verhuizing gemakkelijker te maken?

  • Betrek de kinderen zo vroeg mogelijk bij de verhuisplannen, zodat ze zich kunnen voorbereiden.
  • Veeg hun negatieve gevoelens of verdriet over alles wat ze moeten achterlaten niet van tafel. Geef ze tijd om te ‘rouwen’ (en daar hoort soms ook lastig en agressief gedrag bij).
  • Ga samen het nieuwe huis, de nieuwe buurt en de nieuwe school bekijken en benadruk daarbij de positieve veranderingen: een tuin, grotere kamer, zwembad in de buurt, plaats voor een huisdier.
  • Laat ze meedenken over de inrichting van hun eigen kamer. Soms kan de aanschaf van nieuwe meubelen voor hun kamertje de pijn verzachten; soms willen ze liever hun oude, vertrouwde bed of kast houden. Respecteer dat. Dat geldt ook voor speelgoed: het lijkt misschien waardeloze rommel, maar voor een kind heeft het emotionele waarde.
  • Besteed zorgvuldig aandacht aan het afscheid. Laat kinderen op de dag van de verhuizing meehelpen, geef ze zo mogelijk een eigen taak.
  • Loop samen voor het laatst door het lege huis. Maak er een ritueel van door bijvoorbeeld samen het naambordje weg te halen.
  • Overleg met de kinderen hoe ze contact kunnen houden met vriendjes en vriendinnetjes. Maak desnoods al een eerste logeerafspraak, dan kunnen ze daar alvast naar uit kijken.
  • Neem tijd om met elkaar de nieuwe woonomgeving te verkennen.
Reageer op artikel:
De trek naar ‘buiten’: Nieuw geluk of desillusie?
Sluiten