De voor- en nadelen van co-ouderschap

Wie gaat scheiden, staat voor een moeilijke beslissing: bij wie gaan de kinderen wonen? Blijven ze op één adres, waarbij ze regelmatig naar de andere ouder gaan, of verdient co-ouderschap na de scheiding de voorkeur? Wat houdt dat laatste precies in en wat zijn de voor- en nadelen?

Bij co-ouderschap wonen de kinderen de ene helft van de week bij de ene ouder en de andere helft bij de andere. Of ze verhuizen om de week. Beide ouders delen de zorg en de opvoeding.

Maar er kan ook worden gekozen voor een ruime omgangsregeling waarbij de kinderen bijvoorbeeld om de andere week de woensdagmiddag en van vrijdagmiddag na school tot maandagmorgen bij de andere ouder zijn, en de helft van de schoolvakanties.

De ene regeling is niet beter dan de andere; de beste oplossing hangt af van de omstandigheden. Als beide ouders vóór de scheiding al ongeveer evenveel voor de kinderen zorgden, ligt een co-ouderschap meer voor de hand. Als de vader minder met de kinderen bezig was dan de moeder, gebeurt het wel dat hij toch een co-ouderschap wil. Omdat hij zijn leven wil beteren, of omdat hij bang is het contact met zijn kinderen te verliezen. Moeders willen dan nog weleens boos worden: 'Hij keek weinig naar het gezin om, dat was een van de redenen om te scheiden, en nu moet hij opeens zo nodig.'

Toch is het de moeite waard er samen over te praten. Want als de vader echt de zorg wil delen, inclusief alle akkevietjes die daarbij horen, zoals dokters- en tandartsbezoek, halen en brengen naar clubjes en het regelen van oppas bij ziekte, en hij is bereid daarvoor minder te gaan werken, kunnen alle partijen daar baat bij hebben. Ook de moeder, die meer tijd krijgt voor andere activiteiten.

Maar dan moet alles wel goed geregeld worden. Om een co-ouderschap te doen slagen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo is het noodzakelijk dat de ouders tijdens en na de scheiding kunnen blijven praten over hun ouderschap. Ze moeten met respect over elkaar spreken. En ze moeten het aankunnen om nog veel met elkaar te maken te hebben omdat er voortdurend dingen geregeld moeten worden en er veel informatie uitgewisseld moet worden.

Het co-ouderschap is gedoemd te mislukken als de ouders de situatie gebruiken om greep en invloed op de ander te kunnen houden.

Verder moeten de ouders dicht bij elkaar in de buurt wonen. En ze moeten ongeveer dezelfde opvattingen hebben over wat wel en niet mag. Daarnaast moeten de verschillen in inkomen niet al te groot zijn. Als het kind bij de ene ouder vaak uit eten gaat en op dure sporten mag terwijl bij de andere ouder op elk dubbeltje beknibbeld moet worden, geeft dat problemen. En geen van beide ouders moet er tegenop zien een paar keer in de week dingen te halen of te brengen: de gymtas, de knuffel die is blijven liggen, een huiswerkschrift, de regenkleding.

Telkens onrust

Maar het allerbelangrijkste is of de kinderen het aankunnen. Een scheiding vinden ze allemaal heel erg. Dan is het wel fijn dat ze bij allebei hun ouders even welkom zijn, maar toch valt het niet altijd mee twee huizen te hebben en telkens te moeten verkassen. Telkens weer wennen aan het konijn en afscheid nemen van de poes, telkens weer onrust. Of de kinderen daar tegen kunnen, merk je pas in de praktijk. Kinderen die veel structuur nodig hebben, kunnen waarschijnlijk beter op één plaats blijven wonen.

Bij een co-ouderschap is het belangrijk dat de kinderen niet zelf mogen beslissen wanneer ze bij welke ouder willen zijn. Ze kunnen zich dan verantwoordelijk gaan voelen voor het geluk van beide ouders. Die last is veel te zwaar voor ze, ze moeten niet met die verantwoordelijkheid opgezadeld worden. Bijvoorbeeld: op een dag dat ze bij hun vader zijn, is hij jarig. Hun moeder komt ook op bezoek. Als zij weggaat, willen ze met haar mee, want het is gezellig op het feestje en hun moeder zit straks alleen thuis en dat willen ze haar niet aandoen. Beide ouders kunnen er beter op wijzen dat de kinderen volgens de regeling nu bij hun vader zijn en dat ze best plezier mogen hebben. Het verjaarsfeestje van hun moeder wordt straks vast ook heel leuk.

Een ander nadeel van de kinderen zelf laten beslissen bij wie ze willen zijn: als ze bij de ene ouder iets niet mogen, kunnen ze naar de andere ouder gaan. Zo worden de ouders tegen elkaar uitgespeeld.

Toch moet er soms wat flexibeler met de regels worden omgegaan. Als de kinderen een belangrijk voetbaltoernooi in hun moeders buurt hebben en ze moeten net naar hun vader, is het prettig als er van weekend geruild kan worden. Kinderen die leuke dingen moeten opgeven om naar de andere ouder te gaan, kunnen een weerzin ontwikkelen tegen zulke bezoeken. Iedereen is erbij gebaat als de kinderen het oprecht leuk vinden om te gaan.

Loyaliteitsconflict

Als het kind bij een omgangsregeling per se niet naar de andere ouder toe wil, is het belangrijk om erachter te komen wat de reden is. Is er sprake van een loyaliteitsconflict? Vindt het kind het zielig als de moeder alleen thuis zit? De moeder kan dan zeggen: 'ik vind het niet erg, probeer het nou nog eens. Als het echt niet gaat, proberen we iets anders, bijvoorbeeld dat papa een poosje naar tante Hetty gaat en dat jullie hem daar zien.' De moeder kan de eerste keren dan ook naar tante Hetty gaan.

Als het kind bij zijn standpunt blijft, kunnen de ouders samen bespreken wat er aan de hand is en hoe het probleem opgelost kan worden. Daarbij moet er natuurlijk wel serieus worden ingegaan op de bezwaren van de kinderen.

Een voordeel van co-ouderschap boven een omgangsregeling is dat de kinderen evenveel aan beide ouders blijven hebben. Bovendien zien ze in de praktijk dat je ondanks onderlinge problemen toch met elkaar kunt blijven overleggen en compromissen kunt sluiten. Hun ouders vormen een voorbeeld van hoe je met conflicten kunt omgaan.

Een co-ouderschap wordt vaak voorgesteld als een ideale oplossing. Maar dat hoeft beslist niet voor iedereen te gelden. Als de ouders gelukkiger zijn met een ruime omgangsregeling is dat ook prima.

In de praktijk blijken veel co-ouderschappen ook geen jaren te duren. De ene ouder krijgt een nieuwe partner of een baan in een andere plaats. Of het kind geeft te kennen toch liever op

één plaats te wonen, bijvoorbeeld in het oude huis. Of een kind wordt ouder en brengt liever meer tijd door met een van beide ouders met wie het 'een betere band heeft'. Of de ouders hebben er op den duur toch moeite mee om zoveel met hun ex geconfronteerd te worden.

Kinderhuis-constructie

Ouders die voor co-ouderschap kiezen, moeten er in veel gevallen niet aan denken zelf om de halve week of week van het ene huis naar het andere te trekken. Een oplossing is de zogenoemde kinderhuis-constructie. De kinderen blijven dan in hun ouderlijk huis wonen en de ouders brengen om de beurt een halve of een hele week bij hen door. Het is wel duur, want er moeten drie woningen worden betaald. En het stelt nog hogere eisen aan de ouders dan een co-ouderschap. Want stel dat je arriveert en de was is niet gedaan, de koelkast is leeg en het huis is een bende? Zo word je nog voortdurend geconfronteerd met elkaars manier van huishouden – wat misschien wel een van de redenen van de scheiding was. Maar voor de kinderen is het kinderhuis heel fijn.

In samenwerking met echtscheidingsbemiddelingsbureau Consonant, tel. 020 – 4659202.

Margreet Wegelin: Halve ouders hele kinderen. Adviezen voor gescheiden ouders, 1996. Aramith Uitgevers, Bloemendaal, ISBN 90 6834 1731.
Mieke Andringa, Angeline van den Berg: Co-ouderschap, niet kiezen maar delen. Den Bosch: Stichting Ambulante Fiom, ISBN 90 72137 20 5.

Reageer op artikel:
De voor- en nadelen van co-ouderschap
Sluiten