redactie
redactie Gedrag 15 apr 2020

Straf geven? 6 handige tips en tricks van de orthopedagoog op een rij!

Opvoeden is niet altijd even eenvoudig, wat de leeftijd van je kind ook is. Maar ook het concept ‘straf geven’ blijft een lastige. Wat kun je beter wel doen en wat kun je beter laten?

Je kind straf geven als hij stout is geweest? Volgens orthopedagoog Mariëlle Beckers zijn time-outs op de gang of het afnemen van speelgoed niet effectief. Wat werkt dan wel?

6 handige ‘do’s en don’ts’ als het aankomt op straf geven

Mariëlle heeft voor ons een aantal speerpunten op een rij gezet die je misschien kunt gebruiken als houvast. Je kan ze ook een keer uitproberen als je echt met je handen in je haar zit!

1. Eerst denken, dan doen

Vaak is straffen het resultaat van onmacht en gebeurt het als ouders in een strijd zijn met hun kind. Iets roepen als: ‘Je mag de hele week niet meer afspreken’, floept er dan zo uit. Het resultaat is vaak dat je kind vervolgens nog meer overstuur raakt en zelf word je er ook niet blij van. Bovendien is de kans groot dat je kind het gedrag zal vermijden om de verkeerde redenen: niet omdat hij weet dat het fout is, maar omdat hij geen straf wil krijgen. Dus denk eerst na voordat je een straf uitdeelt.

2. Maak afspraken

Probeer – voor zover mogelijk – afspraken te maken met je kind over wat wel en niet mag, en verwijs naar deze regels als het niet goed gaat. Als je wel een consequentie aan ongewenst gedrag wilt verbinden, zorg dan dat het iets passends is. Bijvoorbeeld het opnieuw helpen opbouwen van een blokkentoren als je kind deze van zijn broertje heeft omgegooid. Benoem daarbij ook waarom je wilt dat je kind dit doet. Probeer daarnaast te vermijden dat je een ‘schuldige’ aan te wijzen. Gedrag heeft vaak een achterliggende oorzaak of kan (met name bij kleine kinderen) voortkomen uit impulsiviteit.

3. Gebruik heldere taal

Doet je kind iets ontoelaatbaars waarover je geen afspraken hebt gemaakt, leg dan in zeer heldere taal uit wat er niet goed was aan dit gedrag. Doe dit zonder te schreeuwen of boos te worden. Maak daarnaast afspraken voor een volgende keer.

4. Leg uit waarom je bepaald gedrag niet leuk vindt

Maak hierbij gebruik van de ‘ik-boodschap’. Bijvoorbeeld: ‘Ik vind het niet leuk als jij zo schreeuwt, dat doet pijn aan mijn oren’. Verval nooit in algemene termen als: ‘je bent stout’ of ‘je schreeuwt weer veel te hard’. Hierdoor krijgt je kind het gevoel dat je hem afkeurt in plaats van het gedrag. Grote kans dat je kind zich dan gaat identificeren met dit ‘stout zijn’ en zich ook zo gaat gedragen.

5. Wees duidelijk!

Als je je kind hebt beloofd dat jullie naar huis gaan als hij moe is, doe dit dan ook. Als je het zegt maar het vervolgens niet doet, omdat je het zelf veel te gezellig vindt, neemt je kind jou niet meer serieus. Nu niet en in de toekomst ook niet.

6. Benadruk positief gedrag

Is je kind wél een keer op tijd thuis is, zeg dan niet: ‘Zie je wel, je kunt het best. Deed je dat maar altijd’. Beter kun je zeggen: ‘Wat fijn dat je op tijd bent!’. Kortom, benoem goed gedrag en niet het gedrag dat je juist niet wilt. Werkt niet alleen beter, maar geeft bovendien een beter gevoel.

Mariëlle Beckers is orthopedagoog. Ze is samen met Sonja Borgsteede eigenaar van Buro Bloei , adviespraktijk voor kinderen en heeft vier dochters en drie zonen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar.

Meer lezen over straf geven?

Reageer op artikel:
Straf geven? 6 handige tips en tricks van de orthopedagoog op een rij!
Sluiten