Geen alledaags gezin #1: ‘Je weet toch dat ik autisme heb!’

Judith (39) schrijft iedere maand voor J/M ouders een column over haar, voor de buitenwereld normale, maar toch niet alledaagse gezin. Dat bestaat uit haarzelf, Vincent (43), zoon Joris (10) en dochter Lieve (2). Toen Joris vijf jaar was kregen Judith en Vincent te horen dat hij jeugdreuma heeft, op zijn achtste kwam daar de diagnose autisme bij. Judith zelf is gediagnostiseerd met ADHD. Ze vertelt over de moeilijke maar ook mooie kanten van hun gezin.

Toen er gevraagd werd of ik een column wilde schrijven over ons mooie niet alledaagse gezin, hoefde ik daar niet over na te denken. Er is niet veel bekend over volwassenen met ADHD, en als je aangeeft dat je kind autisme heeft wordt hij al snel raar gevonden. Juist om die redenen wil ik graag schrijven over wat wij zoal tegenkomen en waar wij tegenaan lopen als niet alledaags gezin. 

#1 ‘Je weet toch dat ik autisme heb!’

 ‘Het is een woensdagmorgen en Nederland is weer voorzichtig uit de lockdown aan het komen. Ik zet Joris af op het schoolplein en maak met hem de afspraak dat hij zijn rolstoel (die hij voor zijn jeugdreuma heeft) straks mee naar huis neemt. We hebben hem namelijk komend weekend nodig. Ik ga hem toch met de auto halen want hij moet direct uit school naar zwemles, dus kan de rolstoel makkelijk mee.

Nadat we Joris hebben weggebracht rijden Lieve en ik naar huis om even een boodschappenlijstje te maken. Samen koffie drinken noemen we dat, zij aan haar sapje en ik aan de koffie. Terwijl ik ondertussen uit mijn hoofd probeer te bedenken wat we aan boodschappen nodig hebben. Als de koffie op is wandelen Lieve en ik samen naar het winkelcentrum. Lieve wil graag zelf lopen, dit mag ze van mij, al gaat het niet enorm snel. Maar hebben de tijd dus waarom niet. 

Beren op de weg

Eenmaal terug van het boodschappen doen is het tijd om de zwemspullen te pakken. Maar moet weer sneller dan ik wilde want ik heb toch weer eens te lang over de boodschappen gedaan. Dan besef ik me ook ineens dat ik van de week een mail had gekregen dat de zwembroek die ik voor Joris had besteld klaarligt in de winkel. 

In die tijd zijn de winkels zijn nog niet open en kan je alleen op afspraak je bestelling komen ophalen. Probleem! Want ik heb de zwembroek nu nodig. Vincent die ondertussen Lieve voor haar middagslaapje in bed heeft gelegd komt naar beneden en zegt: ‘Bel even naar de winkel, misschien kan je er wel even langs.’ Ik stribbel tegen, ik heb daar toch geen tijd voor!

Ik zie allemaal beren op de weg, en weet even niets beters te verzinnen dan dat Joris in zijn te kleine zwembroek moet gaan zwemmen. Maar als Vincent me eraan herinnert dat we een elektrische bakfiets hebben waarmee ik snel heen en weer kan rijden, besluit ik toch maar te bellen.

Binnen 5 minuten is het geregeld, ik kan naar de winkel om Joris zijn zwembroek op te halen. En als ik dan snel fiets ben ik zelfs nog op tijd bij het schoolplein. 

‘Waarom kan het nou nooit eens normaal gaan’

Ik sta nog een beetje uit te hijgen op het schoolplein als me ineens te binnen schiet dat ik vanmorgen bij het wegbrengen tegen Joris heb gezegd dat hij zijn rolstoel mee moet nemen, maar ik ben nu met de fiets en niet met de auto. Ik weet nu al dat Joris hierdoor heel boos op mij gaat worden. 

Joris komt naar buiten, met rolstoel, precies zoals we hadden afgesproken. Hij ziet mij staan. Laat zijn stoel staan en loopt demonstratief boos naar mij toe en schreeuwt tegen mij. ‘WAAROM KAN HET NOU NOOIT EENS NORMAAL GAAN MET JOU! JE WEET TOCH  DAT IK AUTISME HEB!’ Hij stampt mij voorbij en gaat boos met zijn gezicht naar een muur staan.  

Deze buien ben ik ondertussen gewend. Ik haal diep adem en zeg zo rustig mogelijk tegen Joris dat ik heel goed kan begrijpen dat hij hier boos over is. Maar dat de rolstoel nu niet mee kan omdat die niet in de bakfiets past. Geïrriteerd zegt Joris: ‘Nu moet ik zeker weer die rolstoel terugzetten?’ ‘Ja graag’ zeg ik. Onder luid gemopper, en wat geklaag over zijn moeder tegen de juffen die hij tegenkomt op zijn terug weg, brengt hij de rolstoel weer naar binnen.

Fietsen door de natuur

Als hij terug komt stapt hij in de bakfiets. Hij krijgt zijn lunch die ik tussen al het gehaast door ook nog even snel gemaakt had en we gaan op weg naar zwemles. 

Eenmaal aan het fietsen besluit ik een klein stukje om te fietsen. Joris wordt altijd rustig van in de bakfiets zitten en door de natuur te fietsen. En het werkt. Nu Joris gekalmeerd is maken we samen de afspraak dat Vincent morgen Joris met de auto naar school brengt. Dan kan hij meteen de rolstoel mee naar huis nemen.  

Trots heeft hij daarna zijn nieuwe zwembroek aan de badmeester laten zien. Al helemaal vergeten dat hij boos was omdat het anders ging dan dat we hadden afgesproken.’

Wil je Judith blijven volgen? Lees dan volgende maand haar nieuwe column of volg haar op Instagram.

Columnist Brenda: ‘Soms ben ik even klaar met al die labels’

Reageer op artikel:
Geen alledaags gezin #1: ‘Je weet toch dat ik autisme heb!’
Sluiten