Jannekes dochter wilde niet meer leven: ‘Niemand vroeg ooit aan mij: hoe houd jij dit vol?’
Toen Janneke van Bockel (60) merkte dat haar dochter niet zomaar aan het puberen was, maar ernstig depressief bleek, veranderde alles. Als ouder wilde ze maar één ding: haar kind veilig houden. Maar ondertussen voelde ze zich machteloos en alleen. “Het wachten, er zijn én blijven, dat is veel dapperder en moeilijker.” Tijdens Wereld Suïcide Preventieweek vertelt Janneke openhartig aan J/M Ouders over wat het met een gezin doet als een kind niet meer wil leven, en waarom ook ouders gezien en gesteund moeten worden.
“Het begon niet met één duidelijk moment. Geen dag waarop ik wakker werd en wist: het gaat écht niet goed met mijn kind. Het sloop er langzaam in. Achteraf kan ik terugkijken en zeggen dat het rond de zestiende verjaardag van mijn dochter begon. Maar op dat moment leek het nog op wat zoveel ouders herkennen: een puber die zich afsluit, nukkig is, zich terugtrekt en nergens zin in lijkt te hebben. Een kind dat steeds meer haar eigen weg gaat. Wij dachten dat het bij groot worden hoorde. En er waren ook periodes waarin het allemaal wel meeviel. Dachten wij.”
Juist dat maakte het zo moeilijk om te duiden. Want wanneer is afstand nemen onderdeel van opgroeien en wanneer is er iets anders aan de hand? “Voor mij werd het draadje met mijn dochter steeds dunner. Met mijn hoofd, en vanuit mijn vak, wist ik dat ouder zijn van een volwassen wordend kind een transformatie is, met zijn eigen hobbels en moeilijkheden. Maar dat het draadje met haar zó dun zou worden, daar was ik niet op bedacht. Totdat duidelijk werd dat ze niet simpelweg bezig was zich los te maken. Ze was ernstig depressief.”
Veiligheid bieden
Het moment waarop de ernst echt tot Janneke doordrong, kwam toen de psychiater vroeg om samen een veiligheidsplan te maken. “Mijn dochter had verteld dat ze niet meer wist hoe ze moest leven. Ik weet niet goed hoe ik moet beschrijven wat er toen met mij gebeurde. Gek genoeg was ik blij dat we betrokken werden. Eindelijk. Tegelijk wist ik niet waar ik het zoeken moest van ellende. Want wat doe je als ouder wanneer je kind niet meer wil leven? Je primaire opdracht als ouder is toch om je kind veiligheid te bieden, om het in leven te houden. En ik had geen idee hoe ik dat in deze situatie kon waarmaken.”
Daarmee begon een periode die Janneke achteraf misschien nog wel het beste kan omschrijven als wachten. Wachten op een volgende afspraak, op verbetering en tot een moeilijke dag voorbij was. Maar ook wachten en ondertussen voortdurend alert zijn. Dat bleek veel zwaarder dan de momenten waarop er daadwerkelijk iets gebeurde. “De actiemomenten zijn spectaculairder en laten zich gemakkelijker vertellen. Dan is er adrenaline, dan kun je iets doen, en het loopt meestal goed af. Het wachten, er zijn én blijven, dat is veel dapperder en moeilijker. Ik ben een schrijver, maar ik wist het alleen te vangen met poëzie.”
Hoe houd jij dit vol?
“Wat ik in die periode nodig had, was niet ingewikkeld. Ik had gewild dat de professionals die mijn dochter zagen, ook oog hadden gehad voor mij als ouder. En dat ze nieuwsgierig waren geweest naar hoe wij ernaar keken. Omdat we haar al langer kennen. We herkennen patronen, we kunnen dingen in een bredere context plaatsen. Maar omdat mijn dochter zestienplus was, werden we als ouders geregeld op afstand gehouden.” ‘Hoeft niet’ wordt in de praktijk al te vaak ingevuld als ‘mag niet’. En dat klopt niet.
Want ook wanneer een kind ouder wordt, verdwijnt de ouder niet. Ze zijn natuurlijk wel altijd betrokken. Zij vangen de klappen op, ruimen de scherven, zoeken de oplossingen. Als ouders niet bij gesprekken worden betrokken, zou er op zijn minst aandacht moeten zijn voor wat de situatie met hen doet. “Niemand heeft ooit aan míj gevraagd: hoe houd jij dit vol? Meer had ik soms niet nodig gehad. Dat was genoeg geweest. Ik hoefde geen therapie. Gewoon die ene vraag.
Vrienden en familie waren lief en betrokken. Maar wanneer een situatie jarenlang duurt, wordt het steeds moeilijker om uit te leggen wat er eigenlijk aan de hand is. Hoe leg je uit dat het vooral uit wachten bestaat? Dat wachten het ene moment vol vertrouwen kan zijn en dan weer vol vrees. En ook hoe machteloos het voelt en hoe moedig je moet zijn.”
Ouders zien vaak eerder dat er iets niet klopt
Als ouders voel je vaak al vroeg dat er iets niet klopt. Toch worden zij niet altijd serieus genomen. “Ik hoor regelmatig van ouders dat ze gerustgesteld werden. Of dat ze als veeleisend, lastig of overbezorgd werden gezien. Het is heel moeilijk om je intuïtieve niet-pluisgevoel te verwoorden als de mensen die ervoor doorgeleerd hebben zeggen dat ze het probleem niet zien.” Daar komt nog iets bij: als ouder wil je de relatie tussen je kind en de school of hulpverlening niet op het spel zetten. Je kind is afhankelijk van diezelfde mensen. Dus je wilt die relatie graag goedhouden.
Pas wanneer de situatie escaleert, wordt voor iedereen zichtbaar hoe ernstig het is. En dan verandert de rol van de ouder soms opnieuw. Dan mag je komen opdraven en krijg je het probleem vaker wel dan niet op je eigen bord geschoven. “Volgens mij zit daar een belangrijke blinde vlek. Professionals zien een kind misschien een uur per week, of gedurende een bepaalde periode. Ouders kennen hun kind al jaren. Niet dat ouders voor alles de wijsheid in pacht hebben. Maar ze kennen hun kind wel het langst en het breedst. En ze hebben het beste met hun kind voor.”
Samen optrekken kost in het begin misschien tijd. Maar die investering betaalt zich juist terug wanneer het moeilijk wordt. “Je moet elkaar leren kennen om te weten wat je aan elkaar hebt in tijden van nood. Die grote boog lijkt niet altijd in beeld.”
Niet alleen een school valt weg
Wanneer een kind vastloopt in het onderwijs, gaat er veel meer verloren dan alleen school. Ook vrienden kunnen verdwijnen. Structuur. Zelfvertrouwen. Het gevoel ergens bij te horen. En uiteindelijk zelfs het perspectief op een toekomst. Als Janneke hardop mag dromen, dan zoeken we altijd naar hoe we iedereen erbij kunnen houden. Wanneer school tijdelijk niet lukt, zou de vraag niet alleen moeten zijn wat niet kan, maar vooral: wat kan er wél? Waar zit iets wat zingeving geeft, en waar kan iemand bij horen? En ook: waar kan iemand succeservaringen opdoen? “Ik pleit voor meer ruimte om samen te zoeken naar mogelijkheden, ook buiten de gebaande paden.”
Er zijn meer wegen die naar Rome leiden. “Samen hardop brainstormen over mogelijkheden brengt je verder dan strikt de regels volgen. En binnen de regels kan er vaak veel meer dan mensen denken.” Want de energie van gezinnen als die van Janneke lekt gemakkelijk weg in strijd. Tegen systemen, regels, wachtlijsten en verwachtingen. Terwijl haar dochter niet expres zo diep zonk.
Steeds opnieuw geconfronteerd worden met wat ze niet kon, niet deed of niet wilde, hielp haar volgens Janneke niet verder. “En ons ook niet. De gevolgen raakten ons hele gezin. Mijn andere dochter werkte bij 112 en was voortdurend bang voor een telefoontje over haar zus. We waren continu alert. We zorgden dat we in de buurt waren om er meteen in te kunnen springen. Ook tijdens werk, feestjes en uitjes. Dat vraagt niet een tijdje om compassie, maar jarenlang.”
Niet de enige
Uit die ervaring ontstond MijnKindWilDood.nl. Een plek die er nadrukkelijk ook voor de ouder wil zijn. “Dat is misschien wel een van de pijnlijkste kanten van een kind dat niet meer wil leven: hoe alleen je je kunt voelen. Ik heb me zo verschrikkelijk machteloos en eenzaam gevoeld. Ondanks lieve mensen om me heen, ondanks een goed huwelijk, ondanks mijn professionele kennis. Daarom hoop ik dat een ouder die vandaag voor het eerst op de website terechtkomt, vooral herkenning vindt. Dat de website ouders een hart onder de riem steekt, maar ook dat de ervaringsverhalen en de oudervriendelijke toon van alle teksten ouders bemoedigen.”
Janneke hoopt vooral dat ze voelen dat ze niet alleen zijn. Want er zijn veel meer ouders die dit meemaken. “Ouders die zich afvragen of ze het goed doen. Die bang zijn om het verkeerde te zeggen en zich afvragen hoe ze hun kind kunnen beschermen. Ouders die ’s nachts wakker liggen, maar ondertussen gewoon naar hun werk gaan, voor andere kinderen zorgen en proberen het gewone leven draaiende te houden.”
Ze wil ook meegeven dat praten over suïcidegedachten niet het risico vergroot, maar juist beschermend kan werken. Dat het niet altijd slecht afloopt. En dat het normaal is om soms niet te weten wat je moet doen. “Uithouden is topsport. En zelfzorg is goed ouderschap. Het is misschien een schrale troost”, zegt ze. “Maar herkenning doet ertoe. Want soms hoef je niet meteen een oplossing te hebben. Soms is het belangrijkste wat je iemand kunt laten weten: je bent niet de enige, en je hoeft dit niet alleen uit te houden.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F09%2FJanneke-van-Bockel-portret-fotograaf-Paolo-Bouman-e1788949366456.jpeg)