8 dingen die je nóóit meer tegen de ouders van een kind met autisme (ASS) moet zeggen

Er zijn veel vooroordelen over kinderen – en volwassenen – met autisme. Er wordt vaak geen rekening gehouden met het feit dat autisme een spectrumstoornis is: elk geval is anders. Ieder kind met autisme is uniek, dus deze opmerkingen willen we voortaan niet meer horen…

De opmerkingen zijn misschien goedbedoeld, maar daardoor niet minder onterecht.

Dít willen we niet meer horen over kinderen met autisme (ASS)

1. ‘Je kind ziet er niet uit alsof hij of zij autisme heeft’

Of: ‘hij of zij ziet er eigenlijk best normaal uit!’ Ten eerste: hoe ziet een ‘normaal’ kind er volgens jou uit? Ten tweede: autisme bestaat uit een ontzettend breed spectrum. Dit betekent dat elk kind met autisme anders is. Er zal niemand zijn die er exact hetzelfde uitziet of zich precies hetzelfde gedraagt.

2. ‘Ik wist dat er ‘iets’ met hem of haar aan de hand was’

De diagnose autisme wordt normaalgesproken gesteld door ervaren psychologen en psychiaters. Dit wordt niet voor niets aan hen overgelaten, want zij hebben hier jarenlang voor gestudeerd. Het is daarnaast goed om te weten dat deze opmerking vrij onbeleefd en kwetsend is. Denk eens na: zou jij het leuk vinden om zoiets van een ander te horen?

3. ‘Heb je wel eens een glutenvrij dieet geprobeerd?’

‘Of een hyperbare zuurstoftherapie? Ik heb daar laatst iets over gelezen!’ En zo kun je nog eventjes doorgaan met mogelijkheden tot een wonderbaarlijke genezing. Het is belangrijk om te onthouden dat autisme geen ziekte is, maar een stoornis. Het is te behandelen, maar niet te genezen. En als het wél zo ver mocht komen, ben ik de eerste die het weet.

4. ‘Zal je kind ooit zelfstandig kunnen wonen?’

‘Of een relatie kunnen hebben?’ Nogmaals: met dit lijstje kun je ook nog eventjes doorgaan… De prognoses van kinderen met een autismespectrumstoornis verschillen enorm. In de loop van de ontwikkeling kunnen er altijd nog verschuivingen plaatsvinden. Het is om deze reden lastig om te zeggen wat de toekomst voor een kind met autisme in petto heeft.

5. ‘Wat is zijn of haar speciale talent?’

Door series zoals The Good Doctor gaan veel mensen ervan uit dat ieder kind met autisme een uitzonderlijk talent heeft. Ze zitten er zeker tussen, maar het zijn niet allemaal wonderkinderen. Ja, kinderen met een autismespectrumstoornis hebben sterke eigenschappen, maar ieder ander persoon ook.

6. ‘Ik dacht dat je kind zich ongemakkelijk zou voelen op het verjaardagsfeestje…’

Autisme komt in veel verschillende gradaties voor. Om deze reden kun je niet zomaar aannemen dat een kind met autisme niet zit te wachten op een verjaardagsfeestje. Er zijn genoeg kinderen met een autismespectrumstoornis die het hartstikke leuk vinden om met leeftijdsgenootjes op te trekken.

Een vraag die je aan jezelf moet stellen voordat je een kind uitsluit van bepaalde activiteiten: om wie zijn gemak maak je je écht zorgen? Gaat het om het kind of misschien tóch om jezelf?

7. ‘Je kind groeit wel over het autisme heen, joh’

Autisme is een levenslange diagnose. Het is niet mogelijk om over deze stoornis ‘heen te groeien’, maar je kunt er in de loop van je leven wel mee leren omgaan. Een kind met autisme kan in de toekomst zeker een succesvolle carrière of een gelukkige relatie hebben, maar de autismespectrumstoornis zal nooit verdwijnen.

Altijd alleen: 10x zo help je jouw kind om vrienden te maken

 

Reageer op artikel:
8 dingen die je nóóit meer tegen de ouders van een kind met autisme (ASS) moet zeggen
Sluiten