Lisette Gerbrands
Lisette Gerbrands Opvoedadviezen vandaag
Leestijd: 4 minuten

Kinderpsycholoog over een driftbui in de supermarkt? ‘Dan is de emmer al overgelopen’

Je staat bij de kassa. Je kind ligt krijsend op de grond. Mensen kijken. Jij voelt de spanning in je lijf stijgen. Waarom gebeurt dit altijd hier? Volgens kinderpsycholoog Tischa Neve is een driftbui in de supermarkt zelden toeval. “Als een kind daar uit zijn dak gaat, is dat de laatste druppel die de emmer doet overlopen. Daar is altijd iets aan voorafgegaan.”

Ontwikkelingspsychologisch is een driftbui geen manipulatie of onwil, maar een teken van overbelasting. “In een supermarkt hoort een kind tachtig keer ‘nee’, ‘pas op’, ‘kijk uit’. Er zijn enorm veel prikkels: felle kleuren, geluiden, verleidingen op ooghoogte. Dat hoofd loopt vol. En dan houdt het op.”

Reptielenbrein

Vaak spelen ook vermoeidheid of honger mee. “We gaan regelmatig naar de supermarkt als kinderen al moe zijn, of als we zelf moe zijn. Dan is er minder ruimte voor geduld, minder ruimte voor verbinding.” In het brein van een kind in een driftbui staat alles op rood. “Het reptielenbrein neemt het over. Het lichaam staat in vecht- of vluchtmodus. Je kind is op dat moment niet meer voor rede vatbaar. Verwacht dus niet dat uitleg of logica binnenkomt.” Wat het kind dan nodig heeft? “Jou.”

Escaleren

Driftbuien voelen in een supermarkt vaak heftiger dan thuis. Dat komt niet alleen door de prikkels, maar ook door de sociale druk. “Je reageert anders omdat iedereen het ziet,” zegt Neve. “Je denkt: niet nu. Maar hoe meer spanning en boosheid jij in je lijf hebt, hoe sterker je kind reageert.”

Kinderen hebben juist op dat moment co-regulatie nodig: een volwassene die kalm blijft en helpt de emotie te dragen. “Als jouw kind jou het meest nodig heeft vraagt het daar vaak op de minst liefdevolle manier om.” Als ouders vooral bezig zijn met de omgeving, blikken van anderen, schaamte, raken ze uit verbinding. “Dan krijgt het kind niet wat het nodig heeft, en wordt de emotie alleen maar sterker.”

Het moment zelf

“Als het eenmaal zover is, kun je weinig meer bereiken met woorden,” zegt Neve. “De eerste stap is inchecken bij jezelf: ben ik in staat om er nu voor mijn kind te zijn?” Merk je dat je zelf onrustig bent? Adem in, adem uit. Zeg tegen jezelf: ik moet er nu voor mijn kind zijn.” Praktisch advies: laat je karretje staan en ga weg van de prikkels. Zoek een rustig hoekje of ga even naar buiten. “Geef je kind een plek waar het door de driftbui heen kan. Het gaat niet om afkoelen, maar om doorvoelen. Goed door een driftbui heen gaan, haalt de druk van de ketel.”

Wat helpt wél zeggen? “Zinnen als: ‘Ik ben er’, ‘Ik laat je niet alleen’, ‘Het is oké, ik help je.’ Verwacht niet dat het meteen binnenkomt, maar je kind voelt jouw rust. Wat de escalatie vergroot is rollende ogen, boos vastpakken, in discussie gaan. Dat is olie op het vuur.” Gedrag mag je begrenzen, emotie niet. “Je kunt zeggen: ‘Ik houd je handen vast, want ik laat je niemand pijn doen.’ Maar boosheid zelf mag bestaan.”

Consequenties

“Verbaal corrigeren heeft tijdens de driftbui weinig zin,” zegt Neve. “Dat zeg je dan eigenlijk voor de omgeving, niet voor je kind.” Het moment voor afspraken en reflectie is ná de bui, wanneer het brein weer tot rust is gekomen. Vanaf een jaar of vijf of zes kun je samen bespreken wat helpt. “Vraag: wat vind jij fijn als je boos bent? Wat kan ik beter niet doen? Wat spreken we af voor de volgende keer?”

Als driftbuien vaker voorkomen, is het belangrijk breder te kijken. “Een kind gaat niet voor de lol in een driftbui. Dan loopt het ergens vast. Zijn er te veel overgangen? Is er weinig verbinding? Wordt het vaak terechtgewezen zonder echt gezien te worden?”

Voorkomen

Preventie begint aan de voorkant. “Kijk naar vermoeidheid, honger en spanning. En kijk naar de verbinding met je kind. Als een kind zich niet gezien of gehoord voelt, komt daar gedrag uit voort.” Maak vooraf afspraken tipt Neve. Laat je kind helpen met een eigen karretje of keuzes maken. “Ga eens voor de lol op kindhoogte kijken. Overal staan verleidingen, en een kind hoort vooral ‘nee’. Dat is zwaar.”

”Misschien wel de belangrijkste vraag is: ‘Kon ik zelf co-reguleren?‘, ‘Kon ik rustig blijven?‘ Want uiteindelijk geldt: hoe rustiger jij blijft, hoe sneller het brein van je kind weer uit het rood komt. En heeft jouw kind het vaak moeilijk tijdens de boodschappen? Kijk dan of je wat vaker zonder je kind kunt gaan. Soms is de oplossing heel praktisch.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met onze mooiste verhalen.