Margretha: ‘Ik wil dat hoogbegaafde kinderen evenveel hulp krijgen als zwakbegaafde kinderen’

De dochter van Margretha, Noa, is hoogbegaafd. In haar zoektocht naar de juiste hulp voor haar dochter loopt ze tegen veel dichte deuren aan. Hulp en begeleiding is er eigenlijk niet, en dat is een probleem. ‘Hoogbegaafde kinderen zijn óók toekomstig talent, daar moeten we in investeren’.

‘Wat je niet kent herken je niet’, zo begint Margretha ons gesprek. Het onderwerp hoogbegaafdheid is erg belangrijk voor haar, en dat is niet gek als je er zelf van zo dichtbij mee te maken hebt. Margretha klopt op deuren en trekt aan bellen in de hoop zo meer aandacht en vooral hulp te krijgen voor hoogbegaafde kinderen.

Tellen tot honderd

Margretha weet als geen ander hoe lastig het is om de juiste hulp te krijgen. Op de leeftijd van twee jaar kon haar dochter Noa tot honderd tellen in het Nederlands en Engels. Ook kon ze het hele alfabet in beide talen opzeggen. Zo’n tien maanden later schreef ze haar eerste woordje: “Hoi”, en begon ze te leren lezen.

‘Ondanks dat wij zagen dat dit best bijzonder was herkenden de peuterspeelzaal juffen het niet’, zegt Margretha. ‘Want op de peuterspeelzaal deed ze blijkbaar exact de andere kinderen na en kon ze al deze dingen, die ze thuis deed, zogenaamd niet. Wij hebben toen alles gefilmd wat ze thuis kon, en daarna gingen er pas deuren open. Uiteindelijk mocht ze met 3,5 naar groep 2’.

Later blijkt dat Noa op de peuterspeelzaal aanpas gedrag vertoonde, net als veel andere hoogbegaafde kinderen. Ze laten dan nagenoeg hetzelfde gedrag zien als hun leeftijdsgenoten omdat ze niet op willen vallen. Hierdoor wordt hoogbegaafdheid vaak niet herkent.

Op jonge leeftijd hulp voor een hoogbegaafd kind

En dat is een probleem vindt Margretha, want ze is van mening dat het van belang is dat hoogbegaafde kinderen op jonge leeftijd al de juiste hulp krijgen. Voornamelijk omdat executieve vaardigheden van deze kinderen anders niet goed tot ontwikkeling komen.

‘Executieve functies horen bij het denkvermogen. Het zijn hogere denkprocessen die nodig zijn om activiteiten te plannen en aan te sturen. Je kunt ze zien als een dirigent’, zegt Margretha. ‘Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich vaak asynchroon. Wat betekent dat ze op het ene vlak meer ontwikkeld zijn dan op het andere. Dat maakt deze executieve functies nog belangrijker.

Nu worden de kenmerken van slecht ontwikkelde executieve functies regelmatig aangezien voor onwil in plaats van onmacht. De oorzaak wordt niet aangepakt en het kind krijgt een gevoel van: ik kan het niet, ik ben lui, ik ben dom en ik doe het toch nooit goed. Deze kinderen gaan zich aanpassen of afzetten en vallen heel vaak uit in het (middelbaar)onderwijs.

Andere manier van leren

Daarnaast hebben hoogbegaafde kinderen een andere manier van leren. Wanneer ze iets proberen en het lukt niet, dan proberen ze het niet, zoals andere kinderen, nog heel vaak opnieuw. In plaats daarvan denken ze: het lukt niet, dus ik wacht tot het wel lukt. Daardoor kennen ze minder faalmomenten en hebben ze meer kans op het ontwikkelen van faalangst.

Ook zijn er veel hoogbegaafde kinderen die niet “schoolslim” zijn. Ze zijn bijvoorbeeld creatief slim en passen vaak niet in het reguliere schoolsysteem. Daarom is het zo belangrijk dat alle hoogbegaafde kinderen (of kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong) al op jonge leeftijd een goede basis ontwikkelen om te kunnen leren. Dan kunnen zij later op school veel beter meekomen’.

Naast VVE een VVPlus

Margretha pleit dan ook voor extra voorschoolse educatie voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. ‘Voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand bestaat deze extra begeleiding al. Dit wordt VVE genoemd. Kinderen die risico lopen op bijvoorbeeld een taalachterstand krijgen gratis extra peuterspeelzaal uren aangeboden.

Voor hoogbegaafde kinderen of kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong (want zo heet het officieel tot ze zes jaar zijn) is er niets. Wij moesten zelf opzoek naar hulp. Er is wel her en der een plusklasje maar we moesten alles zelf betalen. Er is vanuit de overheid helemaal niets voor deze kinderen. Ik wil daar verandering in brengen, ik wil dat hoogbegaafde kinderen evenveel hulp krijgen als zwakbegaafde kinderen’.

Margretha zet zich daarom in voor het concept: VVPlus. Ze ziet het als een noodzaak. ‘Want als je bij deze kinderen al vroeg begint met een goede basis voor die executieve vaardigheden en het leren leren, maak je het leven voor hen op lange termijn veel makkelijker en mooier. 

Bovendien heb je zo minder kans dat ze op latere leeftijd op school uitvallen en hebben ze veel meer kans om hun volle potentie te bereiken. Deze kinderen zijn de talenten voor de toekomst en verdienen een gelijkwaardige ondersteuning om tot hun ware potentieel te kunnen uitgroeien en om gewoon gelukkig te zijn. Daarnaast kunnen ze een enorme bijdrage leveren aan de economie. Maar dan moeten ze wel de juiste hulp en begeleiding krijgen. Het is een gemiste kans en ik vind daarom dat we óók in deze kinderen moeten investeren’.

5x dingen die je nóóit meer moet zeggen tegen de ouders van een hoogbegaafd kind

Reageer op artikel:
Margretha: ‘Ik wil dat hoogbegaafde kinderen evenveel hulp krijgen als zwakbegaafde kinderen’
Sluiten