Marloes Graat
Marloes Graat Ouderschap vandaag
Leestijd: 6 minuten

Nina Pierson ziet haar kinderen soms 3 weken niet: ‘Co-ouderschap maakt mij een betere moeder’

Nina Pierson is schrijver, podcastmaker en moeder van 4 kinderen. In haar nieuwste boek ‘Ongebonden’ schrijft ze over het loslaten van idealen die we als vrouwen meekrijgen. J/M Ouders sprak met haar over hoe het co-ouderschap haar hielp het ideaal van de ‘altijd aanwezige en beschikbare moeder’ los te laten. En waarom ze vindt dat het stigma rond scheiden wel wat nuance kan gebruiken.

In je boek ‘Ongebonden’ schrijf je dat je band met je kinderen juist is versterkt door de afstand van het co-ouderschap. Hoe is dat gekomen?

“Toen ik begon aan het co-ouderschap had ik veel angsten. Ik dacht dat ik een slechtere moeder zou worden, omdat ik mijn kinderen minder zou zien. We worden in Nederland doodgegooid met het verhaal van de aanwezige moeder; een goede moeder werkt parttime. Maar grappig genoeg heeft het me juist een betere moeder gemaakt.

Ik kwam erachter dat goed moederschap zich niet definieert aan de hand van het aantal uren dat je met ze doorbrengt. Die afstand voelt voor mij nu bijna natuurlijker dan hoe we eerst samenleefden; het geeft me ruimte om op te laden. In het begin moest iedereen wennen. Inmiddels, vier jaar verder, merk ik: als ze terugkomen na wat afstand, flowt het beter tussen ons. Minder ergernissen, minder ruzie. Ik ben emotioneel beschikbaarer voor ze, doordat ik ben opgeladen, en dat maakt mij een betere moeder. En aan het eind van onze dagen samen denk ik ook: ‘Oh, even lekker weer wat meer afstand en goed dat ze het nu ergens anders fijn gaan hebben.

Afgelopen zomer zag je je kinderen een tijd niet vanwege het co-ouderschap. Hoe was dat voor je, nu je erop terugkijkt?

“Wij verdelen de zomer half om half. Het komt vaker voor dat ik mijn kinderen een kleine drie weken niet zie. In het begin vond ik dit ondenkbaar en de eerste paar jaar vond ik het moeilijk, maar ik kwam er gaandeweg achter dat de gedachte eraan erger was dan de daadwerkelijke ervaring ervan. Nu is het voor mij normaal geworden, waardoor ik die eerste lastige fase bijna ben vergeten.

Ik kan er deze zomer van genieten, omdat ik merk dat mijn kinderen ervan genieten: ze hebben het superfijn bij hun vader.  In het eerste deel van de vakantie kon ik me goed focussen op werk, veel met vriendinnen afspreken en meer tijd doorbrengen met mijn jongste dochter. Als moeder is het wel een enorme oefening in loslaten, maar dat werkt dus ook bevrijdend. Bovendien geef ik mijn kinderen ook een belangrijke boodschap van vertrouwen mee. Ik vertrouw erop dat ze het ook goed kunnen hebben zonder mij. Misschien is het wel een beetje vals spelen, omdat ik zelf nog een dochter van bijna twee thuis heb. Als ik helemaal een empty nest had, zou ik het misschien moeilijker vinden.

Natuurlijk zijn er ook momenten dat ik ze mis. Dat ik een zelfgemaakte tekening in mijn dochters kamer zie liggen en in mijn hart voel: ‘oh, ik heb zoveel zin om haar te zien!’ Maar missen is, en dit zeg ik ook altijd tegen m’n kinderen, hoewel het misschien niet fijn voelt, toch een oké emotie en een teken dat je heel veel van iemand houdt. Ondanks het missen zie ik het onder de streep als best of both worlds.”

Je noemt in je boek het co-ouderschap ‘de verlossing van het tergende schuldgevoel dat je als moeder had als je werkte of vrije tijd had‘. Waar kwam dat schuldgevoel vandaan en wanneer merkte je dat het wegviel?

“Ik had een ideaalbeeld van de goede moeder: toegewijd, opofferend en zoveel mogelijk aanwezig. Mijn moeder was fulltime thuis bij mij en m’n broer. Ik werk vier dagen, dus daar had ik al een schuldgevoel over. Bovendien leven we in Nederland nog altijd in de nasleep van het kostwinnersmodel dat in de jaren vijftig hoogtij vierde, waarin de thuisblijfmoeder de norm was. Toen we begonnen met co-ouderschap, moest ik dat beeld wel doorprikken. Ik ging mijn kinderen immers nog minder zien. Maar onze band verslechterde niet en door dat besef werd het schuldgevoel langzaam minder.

Helemaal verlost ben ik niet van moederschuld. In het klein kan het nog opspelen, bijvoorbeeld als ik overwerk of iets vergeet voor school. Ik wil het namelijk nog steeds allemaal graag goed doen. Het gaat er denk ik niet om dat je dat gevoel nooit meer hebt; het gaat erom dat ik het sneller kan herkennen en rationaliseren. Dan denk ik: als ik wat later thuis ben of iets vergeet, zegt dat niets over of ik een goede of slechte moeder ben. Eerder dacht ik dat ik hoofdverantwoordelijk was voor het geluk van mijn kinderen, dat ik als moeder alles moest doen. Door het co-ouderschap heb ik dat kunnen loslaten. Dat is echt een verademing.’’

Je deelt in je boek een fragment waarin je dochter je ‘kutkind’ noemt. Wat doen dat soort openhartige momenten met de reacties die je krijgt van lezers of volgers?

“Wat ik daar zo interessant aan vind, is dat die heftige moedermaffia-reacties een soort spiegel zijn: ze dwingen me om nog beter naar mezelf te kijken. Oké, maar wat vind ik nu eigenlijk zelf? Vind ik echt dat ik een slechtere moeder ben omdat ik één keer ‘kutkind’ heb gezegd? Grappig genoeg heb ik daar juist meer zelfvertrouwen door gekregen.

Ik denk trouwens dat die hele ambivalentie in het moederschap – de woede, de verveling, de eenzaamheid die we soms ervaren – gewoon per definitie bij het moederschap hoort. Dat heeft niks te maken met dat je een slechte of minder goede moeder bent: elke vrouw heeft die gevoelens en ervaringen in meer of mindere mate.

Juist daarom vind ik het zo belangrijk om dat soort momenten te delen: het brengt meer mildheid voor onszelf met zich mee. Dan denk je als moeder: ‘Oh, ik ben niet gek, het ligt niet aan mij, dit is gewoon normaal.’ Zo kunnen we elkaar helpen om in onze kracht te gaan staan, in plaats van te blijven proberen te voldoen aan een ideaalplaatje.”

Hoe ga je om met het idee dat je kinderen misschien iets overhouden aan de scheiding of co-ouderschap?

“Allereerst weet ik niet of ze er wat aan overhouden. Er heerst zoveel stigma op scheiden, dat het sowieso schadelijk is voor kinderen. Daarbij wordt volledig voorbijgegaan aan het type scheiding dat bepalend is voor de impact op een kind. Als mensen normaal uit elkaar gaan, als twee volwassenen, blijkt ook uit onderzoek, dan is de impact op lange termijn bijna niet te meten. Het gaat er niet om dat je scheidt, maar hoe je dat doet. Ik vind het belangrijk dat daar veel meer bewustwording op komt. 

Ten tweede denk ik dat we af moeten van het idee dat kinderen helemaal niks mogen meemaken. Binnen veilige kaders natuurlijk, maar laat ze af en toe wat weerstand ervaren. Daar groeien ze alleen maar van: ze worden er sterker en interessanter van. Ik heb zelf ook genoeg meegemaakt en dat heeft mij ook tot een wijzer mens gemaakt. Bovendien maak je hoe dan ook fouten als ouder, zeker bij je eerste kind.

Maar zit daar niet juist een waardevolle les in verscholen? Dat je als mens niet perfect hoeft te zijn, dat je spijt kunt hebben en het beter wil doen. Maar goed, pas als mijn kinderen volwassen zijn, kunnen ze de eindconclusie geven. We zullen het zien, maar ik heb er vertrouwen in.”

Nina’s’s boek ‘Ongebonden’ is nu te koop in de boekhandel. Nina is te volgen via Instagram: @ninapierson.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reacties