Sabine van der Spoel
Sabine van der Spoel Gezondheid vandaag, 
Leestijd: 5 minuten

Orthopedagoog waarschuwt voor diagnosedrift bij kinderen: ‘Niet elk irritant gedrag is een probleem’

Druk, dromerig of snel afgeleid zijn. We lijken steeds vaker naar een diagnose te zoeken om gedrag van kinderen te verklaren. Orthopedagoog en onderwijsconsulent Tinca Valkering ziet dat ook en waarschuwt voor diagnosedrift.

Volgens orthopedagoog Tinca Valkering kan bepaald gedrag misschien wel irritant zijn, maar dat betekent nog niet dat er ook echt iets ‘aan de hand’ is met een kind. “Irritant gedrag hoeft niet per se problematisch te zijn.”
Volgens orthopedagoog Tinca Valkering kan bepaald gedrag misschien wel wat vervelend zijn, maar dat betekent nog niet dat er ook echt iets ‘aan de hand’ is met een kind. “Irritant gedrag hoeft niet per se problematisch te zijn.” Bron: eigen beeld

Diagnosedrift

Steeds meer kinderen lijken vandaag de dag een diagnose te krijgen of te worden onderzocht omdat er vermoedens zijn van bijvoorbeeld ADHD of autisme. Orthopedagoog en onderwijsconsulent bij PO-ZK Tinca Valkering ziet die ‘diagnosedrift’ ook. De term, bekend van het gelijknamige boek van Susanne Bloemink, vat die ontwikkeling samen. “We zijn het heel normaal gaan vinden om diagnoses bij kinderen te stellen.”

Een deel van de verklaring zit ’m in het aanbod zelf. Er zijn volgens Valkering steeds meer stoornissen bijgekomen. En hoewel ze ook ziet dat jeugdhulp de laatste jaren wat terughoudender is in het in werking zetten van een onderzoek naar het gedrag van een kind, vindt ze dat we nog altijd veel in diagnoses denken. “Die manier van denken is erg ingebakken. Maar ik denk dat we door die manier van denken automatisch inzoomen op alleen het gedrag van een kind. Als we dat vertalen naar een diagnose, dan bestaat het risico dat we de diagnose als verklaring voor het gedrag gaan zien. Komt het door de ADHD dat een kind verstrooid en druk is, of is ADHD een label dat we gebruiken om deze kenmerken te beschrijven?”

De illusie van het maakbare kind

Ook in het onderwijs zie je dat er vaker gedacht wordt binnen methodes en resultatenkaders. “We vragen ons continu af of een kind gemiddeld is, bovengemiddeld of ondergemiddeld. Gaandeweg is er in de maatschappij een soort illusie ontstaan dat kinderen maakbaar zijn, maar kinderen – en mensen in het algemeen – zijn ontzettend verschillend.”

Denk aan een kind dat moeite heeft om zich te focussen of een kind dat angstig is voor toetsen. Het is eigenlijk heel normaal gedrag. “We moeten ons meer gaan afvragen of iets echt problematisch is, of dat we dat alleen denken omdat het niet binnen de smalle norm van de maatschappij past.”

Gewoon een eigenschap

Kinderen die niet binnen de kaders van de maatschappij passen, hoeven niet meteen een diagnose te krijgen. Soms moeten we eigenschappen gewoon zien zoals ze zijn. “Neem iemand die heel verstrooid is, dat is heel irritant. Als je het onderzoekt, dan is het daarna nog steeds irritant, maar het hoeft niet problematisch te zijn.”

Bepaald ‘vervelend’ gedrag hangt volgens de orthopedagoog ook af van hoe de leefomgeving eruitziet. In de ene omgeving kan een eigenschap van een kind namelijk automatisch problematischer lijken dan in de andere. “Elk kind is gebaat bij een goede organisatie, een fijne structuur, aandacht en het gevoel gehoord en gezien te worden. Kinderen die van nature snel afgeleid of verstrooid zijn, hebben dit zeker nodig.” Als een omgeving goed georganiseerd is, dan hoeft een eigenschap als verstrooidheid niet per se een probleem te zijn, want in een omgeving die past bij wat het kind nodig heeft, valt zo’n eigenschap veel minder op.

Wel verder kijken

Valkering vindt het belangrijk om niet meteen een diagnose te willen stellen als een kind ergens moeite mee heeft. Toch weet ze als orthopedagoog dat een onderzoek soms nuttig kan zijn. “Als een kind in zijn ontwikkeling dermate belemmerd wordt, dan is het goed om te kijken: wat werkt er? Hoe kunnen we helpen? Als je merkt dat iets werkt, dan ga je daar meer van doen. Maar als je dat niet kunt vinden, dan kan het zeker goed zijn om professionele hulp in te schakelen.” 

En met hulp zoeken bedoelt Valkering nog steeds niet dat je op zoek moet gaan naar een diagnose. “Een onderzoek kan nuttig zijn, maar dan bedoel ik onderzoek in de breedste zin van het woord. Dus onderzoeken wat werkt voor een kind. Er zit nog een hele stap tussen dat, en het stellen van een diagnose.” 

Volgens de orthopedagoog moet je pas een ‘stoornis’ willen vaststellen als er echt een probleem is. “Bepaald gedrag kan vervelend of onhandig zijn, maar als het te verdragen is, dan hoeft het nog geen probleem te zijn.” 

Een diagnose stellen 

Valkering pleit voor terughoudendheid bij het willen stellen van een diagnose, maar de orthopedagoog weet dat er natuurlijk ook situaties zijn waarin een diagnose wel nuttig is en een positieve werking kan hebben. Zo kan het op emotioneel vlak veel betekenen. “Wat je veel terug hoort van kinderen of volwassenen die een diagnose hebben gekregen, is dat het een soort verlichting brengt. Een gevoel van acceptatie.”

Maar te snel zoeken naar een diagnose kan juist schade doen. Valkering vindt dat het echt veel beter is om naar het geheel te kijken, niet alleen naar bepaald gedrag dat al dan niet problematisch is. “Voor een kind is het heel fijn om niet onder een vergrootglas te liggen.” Bovendien richt je je dan op de plek waar de meeste invloed zit: de context. “Wat kun je als ouder doen?” 

Een label kan bovendien gevolgen hebben. “We weten natuurlijk hoe de self-fulfilling prophecy werkt: als je benaderd wordt vanuit het idee dat je iets hebt, kan dat ertoe leiden dat je daarnaar gaat handelen.” 

Voor Valkering komt het dus uiteindelijk neer op één vraag, die we ons met z’n allen mogen stellen. “Kinderen hebben zoveel prachtige eigenschappen, en sommige kwaliteiten zijn wat lastig, maar kunnen we daar mee omgaan? Want kinderen verschillen nu eenmaal van elkaar, en dat is precies wat ze zo bijzonder maakt.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Sabine van der Spoel
Geschreven door Sabine van der Spoel

Ze zeggen dat je je nooit 100 procent kunt voorbereiden op het ouderschap, maar tegen beter weten in doet Sabine toch een poging. Wat zijn de voor- en nadelen van gentle parenting? En hoe houd je het ook een beetje leuk voor jezelf? Hoewel ze zelf nog geen kinderen heeft, blijkt haar zoektocht naar antwoorden een onuitputtelijke bron van inspiratie voor de artikelen die ze schrijft voor J/M Ouders. Als ze niet achter haar laptop zit om te schrijven, gaat ze graag naar concerten en de bioscoop, maakt ze een relaxte wandeling door het bos of is ze haar volgende reis aan het plannen.

Reacties