Schaamte

Je hoeft vandaag niet mee de klas in te gaan, zei mijn 5-jarige dochter onlangs bij de ingang van de school tegen mijn man.
Waarom niet? vroeg hij haar verbaasd.
˜Nou, omdat je een rare jas aan hebt.
˜Een rare jas? Wat is er mis met mijn jas? Het is een nieuwe jas. Een mooie jas!
˜Nee, antwoordde zij.˜Het is geen mooie jas. Jouw jas lijkt op een jurk.

Mijn man moet haar verbijsterd hebben aangekeken. Want zo'n opmerking verwacht je alleen van een puber, maar je dochter van 5.

Nu vraag je je misschien af wat voor man ik heb. Draagt hij inderdaad alleen maar een merkwaardige jas, of heeft hij misschien ook nog een hanekam op z'n hoofd en een bochel in z'n rug? Nee. Niets van dat alles. Sinds het voorval met de jas krijg ook ik de wind van voren. Op de fiets: ˜Mama, stop met zingen. Stop onmiddellijk. In de supermarkt: ˜Niet zo hard praten. In een lunchroom waar ik onderweg naar het toilet een paar dansbewegingen maak, omdat ze een lekker nummer draaien: ˜Stop daarmee. Niet dansen, mama! Bij dat laatste kan ik me nog wel iets voorstellen, maar al dat andere gaat toch wel wat ver. En de grote vraag is natuurlijk: hoe ga je hiermee om als ouder? In eerste instantie ben ik geneigd om tegen mijn dochter te zeggen dat ze zich niet moet aanstellen. Maar als ik terugdenk aan mijn eigen kindertijd en de momenten waarop ik me voor mijn familie schaamde, heb ik toch wel een beetje met haar te doen.

Mijn moeder was in het bijzijn van anderen altijd heel voorkomend en wist zich perfect aan te passen. Voor haar heb ik me dan ook nooit geschaamd. Mijn vader daarentegen deed precies die dingen die andere mensen niet deden. Hij was zich daar absoluut niet van bewust, wat het lastig maakte om hem ervan te overtuigen dat andere mensen hem toch echt een hele rare snuiter vonden. Zo deed hij standaard een hazenslaapje tijdens mijn toneeluitvoeringen, of de muziekmiddagen van mijn zusjes. En tijdens een pianoconcert presteerde hij het om net binnen te komen op het moment dat ik begonnen was met spelen. In plaats van buiten te wachten of aan te bellen, ging hij met een paniekerige blik in z'n ogen en wild gebarend, naar de deur staan wijzen, in de hoop dat hij zou kunnen binnenkomen, zonder aan te hoeven bellen. Maar hij was precies op een plek voor het raam gaan staan waar werkelijk iedereen in het publiek hem kon zien. Ook mijn jongere broertjes wisten mij altijd op de meest onplezierige momenten te verrassen met hun onaangepaste gedrag. Ze waren acht en tien jaar jonger, en toen mijn zusje en ik de pubertijd ingingen, maakten zij een periode door waarin ze alles uit de kast haalden om de aandacht van mijn ouders te trekken. De een maakte vreselijke scenes op straat als hij zijn zin niet kreeg, de ander liep tot zijn 4e met een dikke snottebel en een zuigelingenflesje in jurken rond. Heel aandoenlijk natuurlijk, maar op dat moment voelde het als een verschrikking.

Als Nuschka mij nu vraagt om te stoppen, dan stop ik. Dan zing ik niet meer op straat, probeer ik zachtjes te praten als we op school zijn, en niet te dansen als ik een lekker muziekje hoor. Ik doe dat omdat ze me smeekt te stoppen, en omdat ik zie hoe verlegen ze kan zijn in een gezelschap of ruimte waarin ze zich bekeken voelt. Maar er zullen waarschijnlijk ook nog heel wat momenten aanbreken waarop ik me in haar ogen anders gedraag dan andere vaders en moeders, en waarop ik niet in de gelegenheid ben om te stoppen.

De komende jaren zal ik haar vertellen dat mensen zijn zoals ze zijn, en dat ieder mens anders is. De uitdaging is om jezelf te zijn, ook al weet je dat anderen je raar kunnen vinden of niet begrijpen. Hoe lang het duurt voordat ze dit zelf ook inziet, weet ik niet. Volgens mij blijft de behoefte om net als anderen te zijn, je hele jeugd en jonge volwassenjaren duren. Deze behoefte aan bevestiging is zo diepgeworteld – en steekt kennelijk al zo vroeg de kop op – dat daar geen troostend woord van een ouder en geen dozijn aan lessen vreedzame school tegenop gewassen zijn. Of niet? We zullen het wel merken.

Reageer op artikel:
Schaamte
Sluiten