‘Ik haat jou!’ of ‘Ik wil dood!’: waarom jonge kinderen dit zeggen (en wat het écht betekent)
“Ik haat jou!” of “Ik wil dood!” Als je peuter of kleuter dit ineens zegt, schrik je. Begrijpelijk. Zulke woorden zijn zwaar, beladen en doen iets met je als ouder. Toch zeggen deze uitspraken volgens ontwikkelingspsycholoog Mique van Gorp meestal minder over wat een kind écht bedoelt, en veel meer over wat er vanbinnen speelt.
“Peuters en kleuters beleven emoties intens. Boosheid, verdriet, teleurstelling of frustratie kunnen hen volledig overspoelen. Tegelijkertijd is hun taalontwikkeling nog volop in beweging. Hun begrip van taal (receptieve taal) loopt voor op wat ze zelf kunnen zeggen (expressieve taal). Ze voelen dus vaak meer dan ze onder woorden kunnen brengen.”
Grote gevoelens, weinig woorden
“Daarom grijpen jonge kinderen naar woorden die “groot” klinken. Woorden waarvan ze hebben gemerkt dat ze krachtig zijn en een sterke reactie oproepen. De omgeving speelt hierin een belangrijke rol. Kinderen nemen taal over, voelen de lading, maar begrijpen de betekenis nog niet. Abstracte begrippen als haat en dood kunnen ze simpelweg nog niet overzien. Die woorden passen voor hen bij de intensiteit van het gevoel, niet bij de inhoud. Je hoeft zulke woorden niet letterlijk te nemen.”
Ook de impulscontrole van jonge kinderen is nog in ontwikkeling. Ze denken niet eerst na en kiezen dan hun woorden; ze voelen en de woorden floepen eruit. Dat hoort bij deze leeftijd. Wanneer volwassenen hier erg geschrokken of fel op reageren, kan dat het gebruik van zulke woorden onbedoeld versterken. Het wordt dan niet alleen een manier om gevoelens te uiten, maar ook om een reactie uit te lokken.”
Waarom verbieden niet helpt
“Het verbieden of afkeuren van zulke uitspraken werkt meestal averechts. Voor het kind voelt het alsof zijn gevoel er niet mag zijn. Terwijl die uitspraak juist een noodkreet is: ‘ik voel iets groots en ik weet niet hoe ik dit anders moet zeggen.’ Wat wél helpt, is focussen op de emotie achter de woorden. Benoem wat je ziet: ‘Je bent heel boos nu.’ Of: ‘Dit is echt moeilijk voor je.’ Schrok je zelf en reageerde je toch afwijzend? Dan kun je dat later herstellen: ‘Ik schrok van wat je zei. Maar volgens mij was je toen heel verdrietig.’ Zo blijft de emotionele verbinding intact.”
Samen reguleren
“Peuters en kleuters kunnen zichzelf nog niet goed kalmeren bij intense emoties. Hun zelfregulatie is nog in opbouw. Ze hebben jou nodig om weer tot rust te komen. Dat noemen we co-regulatie. Door zelf rustig te blijven en woorden te geven aan wat je kind voelt, help je zijn emoties te ordenen.
Lukt rustig blijven niet meteen? Ook herstellen is waardevol. Jij bent de veilige haven waar het kind mag ervaren dat zelfs grote boosheid of verdriet weer zakt. Dat geeft vertrouwen en bouwt aan een stevig fundament voor later.”
Wanneer extra alert zijn?
“Meestal gaat het om onschuldig experimenteren met taal. Zeker als het gedrag reactie-gericht is, snel wegebt en het kind daarna weer verbinding zoekt. Extra alertheid is wel verstandig als een kind langdurig extreem boos blijft, nauwelijks tot rust komt, moeite heeft met contact herstellen of als het gedrag het dagelijks functioneren belemmert. In combinatie met andere signalen, zoals slecht slapen of terugval in ontwikkeling, is het goed om dit te bespreken met een professional.
Heftige woorden kunnen schrikken, maar ze vertellen vooral iets over wat er vanbinnen speelt. Met rust, nabijheid en begeleiding leren kinderen stap voor stap hun gevoelens begrijpen en verwoorden. Zo leren ze niet alleen omgaan met emoties, maar ook iets essentieels: mijn gevoelens mogen er zijn, en dus mag ik er zijn.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)