Lisa van den Akker
Lisa van den Akker Mentale gezondheid 1 feb 2022
Leestijd: 5 minuten

ADD of gewoon dromerig? Zo kun je het herkennen

Kan je kind zich niet goed concentreren en is hij vaak afgeleid en dromerig? Je zou je kunnen afvragen of je kind ADD heeft. Maar hoe kom je daar achter en hoe kun je je kind thuis en op school helpen?

Wat is ADD

ADD (Attention Deficit Disorder) is een concentratiestoornis. Het belangrijkste verschil met ADHD is dat er geen sprake is van hyperactieve gedrag. Kinderen met ADD komen juist rustig en dromerig over. Toch zit hun hoofd wel vol met gedachten. Dat ze moeite hebben zich te concentreren zou mogelijk komen door een gebrek aan dopamine in de hersenen.

Hyperfocus

Hyperfocus is een bekend verschijnsel bij kinderen met ADD. Als een kind met ADD iets echt leuk vindt, komt de dopamine toevoer op gang en kan hij zich wel concentreren. Zo erg zelfs dat hij moeite heeft het onderwerp los te laten.

ADD kenmerken

  • dromerig of erg afwezig zijn
  • passief lijken
  • teruggetrokken zijn
  • ongeorganiseerd en vergeetachtig zijn
  • niet lijken te luisteren
  • vaak dingen kwijt zijn
  • gemakkelijk afgeleid worden

Hoe weet je of het ADD is?

Als je het vermoeden hebt dat je kind ADD heeft kun je naar de huisarts gaan. Die zal je mogelijk doorverwijzen naar een psychologenpraktijk. Daar wordt vaak een afspraak gemaakt voor een intake en aan de hand daarvan wordt er een plan gemaakt. Een onderzoek naar ADD bestaat meestal uit een uitgebreide anamnese. Hierbij wordt de voorgeschiedenis besproken; hoelang de klachten er al zijn, waar deze zich voordoen, wat er thuis als is ondernomen etc.  Ook zal er worden bekeken of er geen sprake is van sociaal-emotionele problemen. Bijvoorbeeld of er sprake is van onrust thuis of een scheiding. Ook dat kan zorgen voor verhoogde afleidbaarheid.

Daarnaast zal er soms een intelligentieonderzoek worden gedaan om uit te sluiten of er sprake is van onder- of overvraging (dit kan ook leiden tot ADD symptomen). Verder zullen zogenaamde neuropsychologische testjes worden afgenomen die kijken in hoeverre een kind in staat is de aandacht vast te houden, de aandacht te verdelen etc. Soms vindt er ook aanvullend een schoolobservatie plaats. Alle resultaten van het onderzoek worden vervolgens besproken en op basis daarvan wordt er een diagnose gesteld.

Thuis

  • Probeer de vaste dingen thuis altijd te laten plaatsvinden op een vast tijdstip en in een vaste volgorde. Als er bijvoorbeeld iedere dag om 18.00 wordt gegeten, dan kan je kind zich op een gegeven moment zelf aanwennen om bijvoorbeeld een spel tijdig af te maken, zodat hij/zij daarin niet onverwacht onderbroken hoeft te worden.
  • Probeer het dagritme duidelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een planbord of een agenda.
  • Probeer activiteiten die je kind moeilijk vindt om te stoppen, of waar hij/zij helemaal in ‘op’ kan gaan in tijd te kaderen en beperken. Dit doe je door je kind tijdig aan te geven wanneer hij moet stoppen met een activiteit. Je kunt hiervoor bijvoorbeeld een eierwekker gebruiken. Wees consequent als het gaat om de gemaakte afspraken.
  • Geef je kind duidelijke taken en instructies en maar een per keer.
  • Maak gebruik van humor als je kind weer eens iets vergeet. Boos worden heeft geen zin. Realiseer je: het is vervelend dat je kind vaak dingen vergeet, maar we hebben allemaal wel iets waar we niet zo goed in zijn.
  • Stel je verwachtingen bij. Als je weet dat concentreren lastig is voor je kind, verzin dan andere activiteiten waar je kind wel goed in is. Dit kan bijvoorbeeld iets zijn waar veel bij bewogen wordt, zoals dansen of sporten.

Tips voor de juf of meester

  • Breng eens goed in kaart hoe lang een kind zich maximaal achter elkaar kan concentreren. Als je weet wat hij/zij kan, kun je deze tijd langzaam proberen uit te bouwen, bijvoorbeeld van 6 naar 7 minuten.
  • Spreek concreet uit welke verwachtingen je hebt van de te werken tijd (bijvoorbeeld 7 minuten) en maak dit visueel met bijvoorbeeld een klokje, timer, of zandloper.
  • Betrek het kind in klassikale instructies door hem vragen te stellen of hem dingen te laten doen
  • Laat hem het weten als je iets gaat uitleggen (noem zijn/haar naam, controleer of hij/zij luistert en vertel expliciet dat er belangrijke informatie volgt). Geef na de instructie een korte samenvatting en vraag het kind na te vertellen wat je gezegd hebt.
  • Zorg voor bondige instructies met waar nodig (tussentijdse) herhaling.
  • Geef positieve bekrachtiging als je het idee hebt dat het kind goed geluisterd heeft.
  •  Zorg voor een prikkelarme werkplek. Help het kind bij het verzamelen van de juiste spullen en ook alleen díe spullen die hij/zij op dat moment nodig heeft.
  • Deel complexere taken op in deeltaken. Dat geeft het kind meer overzicht en ‘lucht’ (anders ziet hij er reeds bij voorbaat als een berg tegenop).
  • Houd met taken rekening met het tijdstip van de dag. Doe de moeilijke taken aan het begin van de dag. Aan het eind is de rek er waarschijnlijk grotendeels uit.
  • Let op de plaats van het kind in de klas. Als een kind zich gemakkelijk afleiden door met name visuele prikkels zou een rustig uitzicht zou hem kunnen helpen meer taakgericht te zijn.
  • Bied heel veel voorspelbaarheid, duidelijkheid en structuur (in ruimte, tijd, activiteit en begeleidingsstijl). Zorg er in de klas bijvoorbeeld voor dat bepaalde handelingen steeds op dezelfde vaste plek worden uitgevoerd, zodat het kind weet waar hij werkt, waar hij speelt, etc. Ook een vaste plek in de klas en vaste plekken voor materiaal zijn aan te raden. Bereid het kind voor wanneer er een verandering, of iets nieuws te gebeuren staat;

Medicatie

Soms zijn bovenstaande punten niet voldoende om je kind te helpen en blijft hij veel last houden van concentratieproblemen en andere ADD gerelateerde problemen. Je zou dan kunnen overwegen je kind (tijdelijk) medicatie te geven die hem kunnen helpen. Bespreek dit om te beginnen met de huisarts. Hij kan je kind eventueel doorverwijzen voor onderzoek. Liever geen Ritalin of andere medicatie? Deze 7 alternatieven kun je proberen

Marielle Beckers (40) is orthopedagoog. Ze is samen met psycholoog Sonja Borgsteede eigenaar van Buro Bloei en heeft 4 dochters en 3 zonen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar. Ze schrijft voor JMOuders.nl over onderwerpen die ze tegenkomt in haar adviespraktijk voor kinderen.

Lees ook:

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met de mooiste verhalen van J/M Ouders.