Pedagoog waarschuwt voor viral truc bij driftbuien: ‘Dit lijkt te werken, maar is geen oplossing’
Driftbuien komen altijd ongelegen: in de supermarkt, aan tafel of vlak voor bedtijd. Om nog maar niet te spreken over de duur ervan. Wat je ook probeert, niets helpt. Of toch wel? Op sociale media gaat een trend rond waarbij peuters ineens stoppen met huilen zodra je als ouder een willekeurige naam roept.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F04%2FEsther-Jongerius.png)
Ouders proberen van alles om hysterisch gekrijs te stoppen: sussen, afleiden, streng worden. Niets helpt, tot ze ineens ‘Jessica!’ roepen. In talloze video’s is te zien hoe peuters stoppen met huilen en verbaasd om zich heen kijken. Je hóórt ze gewoon denken: wie is Jessica?
Deze techniek zou zorgen voor ademruimte en afleiding. En terwijl de emotionele escalatie even wordt onderbroken, kun jij de aandacht verleggen naar andere dingen. Het klinkt als dé oplossing, maar werkt het echt zo?
Waarom hebben peuters driftbuien?
Esther Jongerius: “Het brein van peuters is nog volop in ontwikkeling. Dagelijks worden er enorm veel nieuwe verbindingen aangemaakt. Hun emotionele ontwikkeling staat echt nog in de kinderschoenen. Jonge kinderen kunnen hun emoties zelf nog niet reguleren. Die vaardigheid ontwikkelt zich pas geleidelijk en is vaak pas rond het zevende jaar beter aanwezig.
Tijdens een driftbui wordt een kind overspoeld door emotie. Normaal werken twee ‘delen’ van het brein samen: het deel dat gaat over emoties en het deel dat gaat over logica en taal. Tijdens zo’n bui neemt de emotie het volledig over, waardoor het deel voor taal en logisch nadenken minder goed bereikbaar is.
Daardoor komen woorden simpelweg niet binnen. Je kind negeert je niet opzettelijk, maar is op dat moment simpelweg minder goed bereikbaar. Pas als de emotie is gezakt, ontstaat er weer ruimte voor contact en uitleg.
Een willekeurige naam roepen tijdens een driftbui
Door tijdens een driftbui een willekeurige naam te roepen, leid je je kind af van de emotie. Hoewel dit soms lijkt te werken, is het vanuit pedagogisch oogpunt niet wenselijk om dit structureel te doen. Emoties hebben namelijk een functie: ze willen gevoeld en geuit worden.
Vergelijk dit met een bal die je onder water duwt. Hoe vaker en harder je de bal onderdrukt, hoe krachtiger hij uiteindelijk weer omhoogkomt. Als kinderen hun emoties niet echt kunnen uiten, kunnen ze deze juist vaker of heftiger gaan tonen.
Ook de gevoelens van het kind spelen mee. Hoe zou jij je voelen als iemand zomaar namen begint te roepen terwijl je overstuur bent? Waarschijnlijk zou je voelen dat je niet echt wordt gezien en niet serieus wordt genomen. Voor kinderen is dat niet anders.
Ruimte voor gevoelens
Dat betekent niet dat afleiden nooit helpend kan zijn. Soms zit een kind echt ‘vast’ in emoties. Een zachte onderbreking kan dan helpen. Maar als standaard aanpak werkt zo’n truc minder goed.
Het risico bestaat zelfs dat, wanneer emoties regelmatig worden afgeleid of onderbroken, een kind het gevoel krijgt dat er geen ruimte is voor wat het voelt. Op de lange termijn kan dat twee kanten opgaan. Sommige kinderen laten hun emoties hierdoor juist vaker en heftiger zien, omdat deze zich blijven opstapelen. Anderen lijken juist ‘rustiger’, maar hebben geleerd om hun gevoelens weg te stoppen.
In beide gevallen zijn de emoties er nog steeds. Alleen de uiting hiervan verschilt. Juist daarom is het zo waardevol om kinderen te laten ervaren dat hun gevoelens er mogen zijn, ook al zijn deze groot en overweldigend.
Het belang van jouw reactie als ouder
Jouw reactie als ouder maakt het verschil. Jonge kinderen kunnen hun emoties zelf nog niet reguleren, dus hebben ze ons nodig voor co-regulatie. Met je stem, aanwezigheid en soms een knuffel help je je kind om weer tot rust te komen.
Een kalme, rustige houding helpt een kind dus om weer te zakken in de emotie. Dat effect is vaak groter dan welke ‘techniek’ dan ook. Ook leren kinderen van wat ze zien. Hoe jij met hun emoties omgaat, nemen zij mee in hoe ze zelf later reageren op anderen, maar ook op zichzelf.
Vraag jezelf daarom af: hoe zou ik willen dat mijn kind met een ander omgaat op zo’n moment? Dat bepaalt hoe jij er nu voor je kind bent.
Duidelijkheid én begrip
Tijdens een driftbui hebben kinderen vooral iemand nodig die helpt om de emotie te dragen. Dat begint bij erkenning. Benoem wat je ziet, bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Ik zie dat je heel boos bent’ of ‘Dit is ook moeilijk, hè?’ Alleen al dat gevoel van gezien en begrepen worden, kan helpen om de intensiteit te laten zakken.
Tegelijkertijd mogen grenzen er gewoon zijn. Een kind mag boos en verdrietig zijn dat iets niet mag, maar jij hoeft je standpunt hierover niet te veranderen. Heel helpend is de combinatie van duidelijkheid én begrip.
Zó kun je omgaan met een driftbui van een peuter
Een driftbui is vaak een ontlading van opgebouwde spanning. Het gaat zelden alleen om het moment zelf, maar om alles wat daarvoor al speelde. Het kan helpen om die emotie er even te laten zijn.
Afleiding is soms oké, maar niet als eerste reactie. Pas als je merkt dat een kind er echt in blijft hangen of als de situatie erom vraagt, kun je zachtjes de verbinding opzoeken en samen iets doen. Ga bijvoorbeeld samen ergens naartoe of betrek je kind bij iets wat het leuk vindt. Zo blijf je verbonden en help je je kind weer tot rust te komen.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F10%2Fruth.jpg)