Ruth Smeets
Ruth Smeets Kinderen vandaag
Leestijd: 6 minuten

Hoogleraar: onderzoek rekent af met hardnekkig vooroordeel over enig kinderen

‘Wanneer komt de tweede?’, ‘Ach, eentje is ook zo alleen’ en ‘Dan wordt ze vast verwend.’ Een gezin met twee kinderen geldt nog altijd als het standaardplaatje. Wie het bij één houdt, krijgt al snel vragen en soms ook ongevraagd advies. Maar wat weten we eigenlijk over enig kinderen?

 ‘Ik zag altijd twee kinderen voor me’, vertelt Tara Stokdijk over het beeld dat zij en haar partner hadden van een gezin. ‘Of drie. Maar nooit één.’ Toch veranderde dat na de pittige babytijd van haar dochter.  ‘We beseffen: als we nu weer voor een baby gaan, beginnen we weer van voor af aan. Wéér al die slapeloze nachten. Wéér al het gedoe dat bij een baby komt kijken, zoals bevallen en borstvoeding. Langzaamaan gingen we beiden denken: het hóéft niet. We kunnen het ook hierbij laten.’

‘Eentje is ook zo alleen’: kloppen de vooroordelen over enig kinderen?
‘Eentje is ook zo alleen’: kloppen de vooroordelen over enig kinderen? Eigen beeld

Waarom twee kinderen nog steeds de norm is

Dat een gezin met twee kinderen zo vanzelfsprekend voelt, gaat verder dan alleen persoonlijke voorkeur, aldus socioloog Gert Stulp, hoogleraar familiesociologie. Onze kinderwens wordt mede gevormd door het gezin waarin we zelf opgroeien. ‘Mensen met meer broers en zussen wensen en krijgen gemiddeld meer kinderen dan mensen die zijn opgegroeid met minder broers en zussen.’ Mogelijk vormt ons eigen gezin dus een eerste schets van hoe een gezin eruit hoort te zien.

Ook wat we zien bij anderen draagt bij aan het optimale aantal dat we voor ogen hebben. Dat zien we terug in de cijfers van het CBS*. Van de vrouwen die in 1970 zijn geboren kreeg ongeveer 18 procent geen kinderen, 19 procent één kind, ruim 42 procent twee kinderen en 21 procent drie of meer. Slechts één op de vijf vrouwen uit deze generatie hield het dus bij één kind. De groep met twee kinderen is duidelijk het grootst.

Waarom mensen het bij één kind houden

Eén kind is lang niet altijd het oorspronkelijke plan, zo blijkt ook uit cijfers over de voorkeuren van vrouwen rond 2018. De wens voor twee kinderen was met iets meer dan 40 procent het populairst. Ruim 30 procent wilde meer dan twee kinderen, terwijl ongeveer 5 procent één kind wenste.

Verschillende factoren leiden er volgens Stulp toe dat mensen het uiteindelijk toch bij één houden. Een scheiding bijvoorbeeld, het ontbreken van een partner, gezondheidsproblemen, geldzorgen of een ongeschikt huis. Ook de ervaring met het eerste kind speelt mee. Een zware zwangerschap, traumatische bevalling of langdurig slaaptekort kunnen de stap naar een tweede een stuk groter maken. Omgekeerd kunnen positieve ervaringen en hulp van een groot sociaal netwerk met familie, vrienden of buren die stap juist verkleinen.

Daarnaast beginnen mensen steeds later aan kinderen. In 2024 was een vrouw gemiddeld 30,4 jaar bij de geboorte van haar eerste kind en 32,5 jaar bij de geboorte van haar tweede. Wie later begint, heeft biologisch gezien minder tijd om een eerder bedachte gezinsgrootte te verwezenlijken.

Verwachtingen van de buitenwereld

Voor Tara voelt de keuze inmiddels logisch, maar de buitenwereld denkt daar niet altijd zo over. ‘Als een stel ‘maar’ één kind heeft, denken mensen vaak dat er sprake is van vruchtbaarheids- of relatieproblemen, of een andere ernstige reden. Maar ik voel gewoon best sterk: die babytijd en alles wat daarbij komt kijken, dat wil ik niet meer. Zoals mensen zonder kinderwens voelen dat ze geen kind willen, zo voel ik het nu over een tweede.’

Nu haar dochter drie is, merkt ze dat de verwachtingen toenemen. ‘Toen ik laatst ergens geen alcohol dronk, dachten mensen dat ik weer zwanger was, zegt ze. Als ze dan uitlegt dat ze het hierbij houden, volgen er soms oordelende reacties. ‘Hoewel veel mensen gelukkig heel goed en normaal reageren, hoor ik ook weleens dat het ongezellig zou zijn voor mijn dochter om enig kind te blijven. En dat ik er daarom ‘gewoon nog eentje bij moet nemen’.’

Vooroordelen over gezinsgroottes

Daarmee wordt een eventuele tweede niet alleen voorgesteld als wens van de ouders, maar bijna als iets wat zij hun eerste kind verschuldigd zijn. Een broertje of zusje wordt gezien als vast gezelschap, oefenmateriaal om te leren delen en als garantie tegen een eenzame jeugd.

Volgens Stulp bestaan zulke normen aan alle kanten. ‘Nog niet zo lang geleden werd vrijwillige kinderloosheid door het merendeel van de bevolking afgekeurd. Op dezelfde manier wordt ook weleens afkeurend gesproken over grote gezinnen, bijvoorbeeld omdat ouders dan nooit de goede hoeveelheid aandacht aan alle kinderen zouden kunnen geven. Of omdat kinderen niet bepaald helpen bij het tegengaan van klimaatverandering. Maatschappelijke verwachtingen over het krijgen van kinderen fluctueren gedurende de tijd. Vooral vrouwen krijgen daarover vragen.’

Wat zegt onderzoek over enig kinderen?

De gedachtegang klinkt zo eenvoudig: een kind zonder broertjes of zusjes hoeft thuis minder te delen, krijgt alle aandacht en wordt daardoor verwender of egoïstischer dan kinderen met broertjes of zusjes. Alleen is daarvoor nauwelijks wetenschappelijk bewijs.

In een Amerikaanse studie werden 115 onderzoeken naar enig kinderen samengevoegd. Daarin werd gekeken naar onder meer aanpassing, karakter, intelligentie, prestaties en sociale vaardigheden. Wat blijkt? Kinderen zonder broers of zussen passen zich niet slechter aan en zijn ook niet minder sociaal. Op het gebied van schoolprestaties en cognitieve vaardigheden deden sommigen het in vergelijking zelfs beter, vooral ten opzichte van kinderen uit grote gezinnen. Dat laat wel zien dat het negatieve stereotype over enig kinderen lang niet altijd opgaat.

Sociale ontwikkeling

Ook belangrijk: eenzaamheid is iets anders dan alleen zijn. Hoe eenzaam een kind zich voelt, heeft niet alleen te maken met het aantal gezinsleden, maar veel meer met hoe verbonden en gesteund een kind zich voelt.

Dat geldt ook op het gebied van zelfstandigheid, assertiviteit en stabiliteit. Taiwanees onderzoek toont hierin geen duidelijke verschillen tussen enig kinderen en kinderen met broers en zussen. Wél bleek ervaring met leeftijdsgenoten voor enig kinderen extra belangrijk voor de sociale ontwikkeling. Broers en zussen zijn daarvoor echter geen vereiste. Spelen kan ook met buurkinderen, neefjes, nichtjes en kinderen op de opvang of sportclub.

Conclusie

Natuurlijk mist een enig kind de specifieke ervaring van opgroeien naast een ander kind in hetzelfde gezin. Maar dat verschil is volgens studies nog geen karaktervoorspelling. Een kind wordt niet alleen sociaal omdat er nog een kind aan de eettafel zit. En het wordt ook niet meteen verwend als die stoel leeg blijft. Uiteindelijk is opvoeding het belangrijkst.

Tara vat het nuchter samen: ‘Er zijn voor mij als ouder andere manieren om ervoor te zorgen dat mijn dochter geen egoïstisch, verwend rotkind wordt dan alleen het verwekken van een broertje of zusje.’

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ruth Smeets
Geschreven door Ruth Smeets

Ruth Smeets is freelance journalist met een voorliefde voor verhalen over gezond eten en mentale gezondheid. Ze schrijft onder meer over over voedingstrends en het ontwikkelen van een positieve relatie met eten. Voor J/M Ouders maakt ze de rubriek ‘Het eetdagboek van…’, waarin ze ouders bevraagt over eetgewoontes en tafelrituelen. Ruth woont in Frankrijk, waar ze haar dagen vult met schrijven, wandelen en (hoe kan het ook anders?) koken en bakken voor geliefden, het liefst tot het hele huis ruikt naar zelfgebakken bananenbrood of een zacht pruttelende stoof.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met onze mooiste verhalen.