Waarom jongeren liever met AI praten dan met hun ouders: volgens socioloog verdwijnt een onmisbare veilige plek
Steeds meer jongeren bespreken persoonlijke gevoelens, stress en onzekerheden met AI. Niet omdat een chatbot een mens kan vervangen, maar omdat een algoritme veilig voelt: het kijkt niet teleurgesteld, oordeelt niet en verwacht niets terug. Socioloog en moeder Suzanne Mau-Asam (47) vertelt aan J/M Ouders dat zij daarin een groter probleem ziet: jongeren hebben steeds minder plekken waar ze gewoon zichzelf kunnen zijn.
“Jongeren hebben tegenwoordig met veel meer lagen tegelijk te maken. Vroeger speelde je sociale leven zich vooral af op school, met vrienden en thuis. Nu zijn daar allerlei digitale werelden bij gekomen, met allemaal hun eigen regels en verwachtingen. Likes, views, reacties en volgers maken populariteit zichtbaar en meetbaar. Jongeren zijn voortdurend bezig met vragen als: hoe kom ik over, wie heeft mijn bericht gezien, waarom reageert iemand niet, voldoe ik aan het beeld dat anderen laten zien? Dat voortdurende aanvoelen en aanpassen kost enorm veel energie. Het is topsport voor het zenuwstelsel.
De norm
De socioloog Erving Goffman beschreef dat sociale leven ooit als een theater. Op de ‘front stage’ speel je een rol: je past je aan, je let op je gedrag en op hoe anderen jou zien. Maar daar tegenover staat de ‘backstage’, de plek waar je die rol even mag loslaten. Daar mag je fouten maken, mopperen en herstellen. Die backstage is geen luxe, maar noodzakelijk. Niemand kan een voorstelling volhouden die nooit stopt. En precies die backstage is voor jongeren steeds kleiner geworden.
De slaapkamer was vroeger een plek waar niemand keek, maar nu ligt daar een telefoon met een camera. Zelfs een vriendengroep stopt niet wanneer je naar huis gaat, want gesprekken gaan door in groepsapps. Er zijn steeds minder momenten waarop een jongere gewoon mag bestaan zonder bezig te zijn met hoe hij of zij overkomt.
AI voegt daar nog een nieuwe laag aan toe. Nu alle kennis binnen handbereik lijkt te zijn, verandert ook de norm. Iets niet weten was vroeger normaal. Nu ontstaat snel de gedachte: waarom weet je dat niet, je had het toch kunnen opzoeken? Een AI-antwoord komt bovendien vaak snel, compleet en zelfverzekerd. Daardoor wordt het ongemerkt een nieuwe meetlat waar jongeren hun eigen prestaties naast leggen. De technologie die zou moeten ontlasten, kan dus ook extra druk geven.
Opgetrokken wenkbrauw
Dat verklaart ook waarom een gesprek met een algoritme soms veiliger voelt dan een gesprek met een ouder, vriend of docent. Ons zenuwstelsel is namelijk voortdurend bezig met de vraag: ben ik veilig? Daarbij letten we sterk op gezichten. Een zucht, een blik van teleurstelling of een opgetrokken wenkbrauw registreren we razendsnel. Het beroemde Still Face-experiment laat zien hoe diep dat mechanisme gaat: wanneer een ouder plots emotieloos reageert, raakt een baby vrijwel direct van slag.
Een chatbot heeft geen gezicht. Geen wenkbrauwen, geen zucht, geen teleurstelling. Je hoeft dus niets te managen. Je kunt dezelfde vraag drie keer stellen zonder dat iemand geïrriteerd raakt. Voor jongeren die gewend zijn om anderen aan te voelen en tevreden te houden, kan dat een enorme opluchting zijn.
Gezien worden
Daarnaast geeft AI volledige controle. Je bepaalt zelf wanneer het gesprek begint, waar het over gaat en wanneer het stopt. Een echt menselijk gesprek is onvoorspelbaar en daar zit juist de waarde in. In echte relaties leer je omgaan met verschil, spanning en de mogelijkheid dat iemand je misschien niet begrijpt of afwijst. Een chatbot kan je gevoelens spiegelen, maar hij oefent niet met jou wat het spannendste onderdeel van verbinding is: gezien worden door iemand die ook echt iets van jou kan vinden. Ik las onlangs dat iemand AI omschreef als ‘een soort terugpratend dagboek’. Dat vond ik veelzeggend. Vooral dat stukje ‘zonder anderen tot last te zijn’. Dat raakt precies aan pleasegedrag.
Ik wil iets rechtzetten: pleasen is geen zwakte. Het is een hele slimme overlevingsstrategie van een kind. Ieder mens wil erbij horen, zich veilig voelen en verbinding ervaren. Kinderen ontwikkelen daar manieren voor. Het ene kind gaat pleasen, het andere wordt perfectionistisch, maakt zichzelf onzichtbaar of probeert juist uit te blinken. Waarom het ene kind een pleaser wordt en het andere niet, heeft te maken met drie dingen: biologie, biografie en context.
De behoefte om erbij te horen zit biologisch in ons allemaal. De biografie gaat over wat een kind thuis leert. Daar hoeft niets groots of ernstigs voor te gebeuren. Een kind kan bijvoorbeeld merken dat een ouder blijer wordt wanneer het vrolijk en makkelijk doet. Dan leert het zenuwstelsel: aanpassen zorgt voor verbinding.
Zenuwstelsel
Ook de omgeving speelt een grote rol. Ik weet nog dat ik vroeger op school een pluim kreeg wanneer mijn werk foutloos was. Die pluim was zichtbaar voor iedereen. Je kreeg hem niet omdat je iets moeilijks probeerde of een fout durfde maken, maar omdat er niets mis was. Dat systeem bestaat nog steeds, alleen is het groter geworden. Tegenwoordig zijn likes en reacties eigenlijk de pluimen van deze tijd.
Mijn eigen ervaring speelt hierin ook mee. Ik werd op de middelbare school gepest en mijn reactie was mezelf onzichtbaar maken en heel hard werken. Als niemand je ziet, kan niemand je afwijzen. En als je werk perfect is, valt er niets op je aan te merken. Later begreep ik dat pleasen en perfectionisme bij mij uit dezelfde angst kwamen: de angst om er misschien niet bij te horen.
Ik kon deze patronen als socioloog goed analyseren, maar mijn eigen patroon veranderde pas toen ik ook naar het lichaam ging kijken. Een patroon zit niet alleen in je gedachten, maar ook in je zenuwstelsel. Sindsdien kijk ik anders naar mensen. Wat iemand zegt, is maar een deel van het verhaal. Het lichaam vertelt vaak al veel eerder wat er speelt.
Rust
Als moeder zie ik dat ook. Mijn dochter leert niet alleen van wat ik haar vertel, maar vooral van wat ik voordoe. Kinderen nemen niet alleen onze woorden over, maar ook onze spanning en onze manier van omgaan met emoties. Daarom begint verandering altijd bij de volwassene. Co-regulatie komt vóór zelfregulatie. Een kind leert rust doordat het rust ervaart bij een ander, maar een kind moet ook ervaren dat fouten, boosheid en verdriet niet betekenen dat de verbinding verdwijnt.
Dat betekent ook dat je na een botsing terugkomt. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik snauwde net, dat lag niet aan jou. Het spijt me.’ Zo leert een kind dat relaties niet stukgaan van moeilijke momenten. Je hoeft niet perfect te zijn om erbij te horen. En misschien is het belangrijkste: wees de backstage van je kind. De plek waar de voorstelling even niet hoeft door te gaan. Een plek waar niets hoeft, niets bewezen hoeft te worden en waar een kind gewoon mag bestaan.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2FSchermafbeelding-2023-07-03-om-10.03.07.png)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F07%2FDSC4492-1-e1784747316764.jpg)