‘Hóren we nog wat?’

redactie 19 jun 2018 Brugklas

'In het begin maakte ik me best zorgen toen de oudste naar de middelbare school ging,’ vertelt Marga Winnubst, moeder van Wim (15), Bert (14) en Thijs Maas (12). Haar zoons zitten alle drie op het Sintermeertencollege in Heerlen. ‘Op de basisschool ging Wim na schooltijd naar de buitenschoolse opvang op de dagen dat ik werkte. Dat was nu natuurlijk afgelopen. Ik vond het echter geen prettig idee dat hij na school in een leeg huis terecht zou komen en zijn verhaal niet kwijt zou kunnen. Bovendien had ik er dan ook geen zicht op of hij aan zijn huiswerk zou gaan. Ik heb daarom mijn werktijden aangepast.’

Ook Jolanda Stroosnijder, moeder van Casper (13) en Thomas (15), vindt het belangrijk dat er iemand thuis is als haar kinderen uit school komen. ‘Misschien is het niet echt nodig, maar ik wil toch graag in de gaten houden wat ze doen, of ze aan hun huiswerk gaan en of ze niet de hele dag achter de computer zitten. Een beetje richting geven, dus. Ook probeer ik erachter te komen wat ze op school hebben gedaan en meegemaakt.’ Haar man Evert vult aan: ‘Niet dat onze oudste daar behoefte aan heeft, hoor. Via hem krijg je absoluut geen idee wat er speelt op school. Maar gelukkig praat de jongste honderduit.’

Rare vragen stellen

Een van de grootste verschillen tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs is de hoeveelheid informatie die je als ouder krijgt. Op de basisschool gaan veel ouders mee met excursies of zijn ze actief als leesmoeder of luizen­vader. Zo vang je veel op van wat er speelt op school. Dat is voorbij als je kind naar de middelbare school gaat. Marga Winnubst hoort veel via haar kinderen: ‘Na schooltijd drinken we altijd een kopje koffie. Dan hoor ik hoe de dag is geweest. Ik probeer ze altijd te laten vertellen, bijvoorbeeld door rare vragen te stellen. Vaak komt er dan van alles. Vooral als ze elkáár dingen beginnen te vertellen.’

Maar via je kind aan informatie komen is niet altijd gemakkelijk. Evert van der Tuin: ‘Vaak krijgen we informatiebrieven van school pas weken later. Die hebben dan al die tijd in hun rugzak gezeten. Ook weten we meestal niet of onze oudste zoon huiswerk heeft of wanneer hij een schoolexamen heeft. Ze werken op zijn school met planners. Daarop moeten de leerlingen invullen wanneer ze wat gaan doen. Maar dat vindt Thomas, net als de meeste andere leerlingen in zijn klas, allemaal maar flauwekul. Het gevolg is dat hij vaak geen zicht meer heeft op wat hij moet doen en wij al helemaal niet. Ook weten we vaak niet wat voor cijfers hij haalt.’

Jos de Waal, leraar Nederlands en mentor op het Van der Meij College, een nieuwe, beroepsgerichte vmbo-school in Alkmaar, herkent dit probleem. ‘Leerlingen vertellen meestal wel hun goede cijfers, maar slechte cijfers verbergen ze liever. En als je ernaar vraagt, krijg je vaak geen antwoord of ze worden boos. Om dit probleem op te lossen kunnen ouders op onze school vanaf volgend jaar via het internet in het leerlingvolgsysteem kijken. Dan komt de aap snel uit de mouw.’

Dit systeem wordt overigens steeds meer toegepast door scholengemeenschappen. Ouders krijgen hiervoor een persoonlijke toegangscode.

Zelf achter informatie aan

Maar hoe kom je als ouder aan andere informatie, bijvoorbeeld over de sfeer in de klas? Marga Winnubst: ‘Ik ga altijd naar alle ouderavonden en rapport­besprekingen. Ook als het rapport daar geen aanleiding toe geeft. Ik vind het gewoon prettig om even te horen hoe het met mijn kinderen in de klas gaat. Maar je kunt pech hebben. Zo had een van de jongens een mentor die wel veel praatte, maar eigenlijk niets zei.’

Ook Jolanda en Evert zijn trouwe bezoekers van de tienminutengesprekken. Vinden zij dat ze daar voldoende informatie krijgen? Jolanda: ‘Dat hangt heel erg van de persoon af. De ene leraar of mentor is beter dan de andere. In het eerste jaar had mijn zoon twee vrouwen als mentor. Behalve dat ze het samen soms niet eens waren over wat er wel en niet mocht op school, vertelden ze ons niets over de nare sfeer die er in de klas van mijn zoon hing. Er zat een groot aantal druktemakers in die klas met als gevolg dat het er een enorme rotzooi was. Veel leerlingen kwamen niet of nauwelijks aan bod en er is in dat jaar bijzonder weinig geleerd. Daar hebben de mentoren heel weinig aan gedaan en wat er precies speelde, hoorden we allemaal via andere ouders. Pas na afloop van het schooljaar werden er maatregelen getroffen: toen werd de klas opgesplitst.’

Evert: ‘Bovendien hebben verschillende mentoren ons en Thomas twee jaar lang voorgehouden dat hij keurig op havo-niveau zat. En ook de decaan vertelde hem op zeker moment dat hij maar het beste havo kon gaan doen als hij toch nog geen beroepskeuze had gemaakt. Maar hij stond toen voor zijn schoolexamens gemiddeld een 5, dus dat kon helemaal niet. Op dat punt zijn zowel hij als wij op het verkeerde been gezet.’

De rol van de mentor

Wat kunnen ouders eigenlijk verwachten van een mentor? Jos de Waal: ‘Mentoren zijn er voor de leerlingen, maar óók voor de ouders. Op onze school zijn wij voor de ouders het eerste aanspreekpunt. Ik geef ook mijn privénummer aan ouders. Als er iets speelt, hoeven ze niet eerst school te bellen en het hele verhaal aan de conciërge te vertellen, maar krijgen ze via mij de informatie uit de eerste hand. Mijn ervaring is overigens dat ouders daar nooit misbruik van maken, ze bellen me nooit met wissewasjes. Het wordt trouwens ook steeds gewoner dat ouders en mentoren elkaar mailen.’

Ouders bellen hem vaak met persoonlijke problemen, zoals een scheiding, gezondheidsproblemen of als ze het gevoel hebben dat hun kind niet lekker in zijn vel zit op school.

De Waal neemt zelf ook regelmatig contact op met ouders, meestal over spijbelen. ‘Daar zit de school bovenop. Als leerlingen niet op school zijn, wordt er direct naar huis gebeld. En ik neem dan later ook nog even contact op.’

Daarnaast onderneemt De Waal actie als hij bijvoorbeeld ziet dat een leerling blowt. ‘Als ik dat merk, bespreek ik het eerst met de leerling. Verandert er niets, dan licht ik de ouders in. Ik heb weliswaar een vertrouwensfunctie, maar als ik vind dat er iets niet door de beugel kan of als er echt iets vervelends speelt op school zoals pesten, dan bel ik hun ouders. Dat weten de leerlingen ook.

En als het echt uit de hand loopt, ga ik op huisbezoek. Zo’n bezoekje kan echt veel effect hebben. Mijn ervaring is: als je een goede band met de ouders hebt, heb je het kind ook in je zak.’

Toch is niet elke mentor zo doortastend, is de ervaring van Marga Winnubst. ‘Ik werd op een gegeven moment gebeld door een moeder van een klasgenoot. Ze vertelde dat mijn zoon haar kind pestte. Ze had de mentor daarover gebeld en die had met de jongens gepraat. Maar toen dat niet hielp, deed hij verder niets. En wij wisten van niets. Ik was heel blij dat die moeder me belde. Gelukkig was één ernstig gesprek met mijn zoon genoeg om het op te lossen. Maar de mentor had steviger moeten ingrijpen én ons moeten informeren.’

Nieuwe fase

Vinden de ouders het zwaarder nu hun kind op het voortgezet onderwijs zit? Jolanda Stroosnijder: ‘Nee, niet zwaarder, maar het is wel anders. Je kinderen krijgen meer hun eigen leven. Ik weet niet of dat erg is. Het is weer een nieuwe fase.’

Ook Marga Winnubst vindt deze periode niet zwaarder dan daarvoor. ‘Het kost me wel meer tijd, want ik overhoor ze vaak met Frans, Duits en Latijn. Maar dat vind ik juist heel leuk, dan kan ik zelf ook weer een beetje mijn talen ophalen. Achteraf gezien maakte ik me misschien wel zorgen om niets.’

Zo houd je contact

  • Ga naar elke ouderavond, een tien­minutengesprek of ouderworkshop. Probeer gerichte vragen te stellen.
  • Probeer zoveel mogelijk met je kind te praten en mee te denken.
  • Spreek met je kind af dat hij vertelt ?wat voor huiswerk hij heeft en wanneer hij dat gaat doen. Zorg ook dat je zijn rooster krijgt.
  • Vraag meteen de naam van de mentor, zijn e-mailadres en (privé)telefoonnummer.
  • Vraag aan school aan welke informatie ?je via het internet kunt komen, zoals roosters, rapportcijfers en ?proefwerkdata. Je kunt ook inloggen onder de naam van je kind!
  • Neem eventueel plaats in de ouderraad of de medezeggenschapsraad.

Helpen met huiswerk?

De meeste pubers zijn niet erg happig op een al te intensieve belangstelling van ouders. Toch kunnen die wel een aantal dingen doen om hun kind te helpen:

  • Zorg voor een fijne, geordende werkplek. De meeste kinderen maken hun huiswerk het liefst aan de eettafel. Niks mis mee, zolang er geen gillende broertjes en zusjes rondrennen of een tv staat te schetteren op de achtergrond.
  • Structuur helpt. Zorg voor rust en regelmaat.
  • Maak samen met je kind per vak een (huis)werkplanning: wanneer heeft hij overhoringen en proefwerken?
  • Dring niet jouw manier van leren op.
  • Help ze met overhoren of controleren van de grammatica als ze erom vragen.
  • Vier successen, zoals een goed cijfer.
Reageer op artikel:
‘Hóren we nog wat?’
Sluiten