Masha: ‘Ik slaap altijd bij mijn zoon in bed’

 

Het klinkt misschien raar, maar ik slaap niet bij mijn man in bed. Elke nacht kruip ik op de matras naast mijn zoon. Hij is nu 4 jaar oud en we doen dit al zo ongeveer sinds zijn geboorte zo. Wat anderen er ook van vinden: het werkt geweldig voor ons gezin.

Mijn zoon en ik slapen altijd samen

Mijn oudste dochter is altijd een makkelijk kind geweest: in haar gedrag, met slapen, met eten en drinken. Alles verliep volgens het boekje, dus als kersverse moeder was het leven een roze wolk voor mij toen zij een baby was.

Totaal anders

Toen onze jongste twee jaar later geboren werd, verwachtte ik eigenlijk dat het weer zo zou gaan. Ook al zei iedereen tegen mij dat een tweede kind totaal anders kan zijn dan het eerste, ik had er toch mee gerekend dat hij een variant zou zijn van onze oudste.

Ik kwam al snel van een koude kermis thuis. In de eerste weken ging het slapen moeizaam, maar dat vond ik aanvankelijk niet vreemd. Mijn zoon moest een ritme krijgen en wennen aan het leven buiten de baarmoeder.

In zijn wiegje

In die eerste weken sliep hij alleen als ik hem de borst gaf of als hij tegen me aan of bovenop me lag. Overdag deed hij slechts hazenslaapjes. Ik merkte dat hij veel bewoog en zichzelf uit de slaap hield als hij alleen in zijn wiegje lag.

Soms legden we hem bij ons in bed, maar dat vond ik eng: wat als er een kussen op zijn gezicht zou komen? Dus bleef ik wakker tot hij in slaap was gevallen. Als ik dacht dat hij diep genoeg sliep, legde ik hem voorzichtig in het wiegje naast ons bed. Na een half uur werd hij meestal weer wakker, helaas. Dan begon hij geluidjes te maken en te zwaaien met zijn armpjes of te huilen.

Dikke wallen

Op het consultatiebureau zeiden ze alleen: ‘Sommige kinderen hebben nu eenmaal minder slaap nodig.’ Wij kregen het advies om bij te slapen zodra we konden. Maar wanneer moesten we dat in vredesnaam doen? Als een van ons met de kinderen thuis was, was er altijd een wakker. In het weekend kon het vaak wel even, maar daar kun je het ook geen hele week op volhouden.

Na een paar weken hadden we allebei dikke wallen onder onze ogen. We hadden van alles geprobeerd: ‘s avonds laat met hem in de kinderwagen een rondje gaan lopen door de wijk (zodra de kinderwagen stil stond, was hij ook weer wakker), ‘s nachts met hem een stukje gaan rijden in de auto (zelfde verhaal). Ik vroeg me steeds vaker af of er iets mis was met hem.

Draagdoek

Overdag liep ik rond met hem in een draagdoek, want als ik hem in de wieg of in de box legde, begon mijn zoon vrijwel meteen te huilen. Op een dag kwam er een vriendin, die al drie kinderen had, bij me op bezoek. Zij keek een tijdje naar me toen ik met hem rond liep en hoe vredig hij tegen me aan lag, en zei toen: ‘Hij heeft gewoon behoefte aan nabijheid.’

Het klinkt achteraf als een heel voor de hand liggende conclusie, maar op dat moment was het een openbaring voor mij. Ik was er zo op gefocust geraakt dat er misschien iets mis zou kunnen zijn met hem dat ik helemaal niet aan het meest voor de hand liggende had gedacht: hij wilde dicht bij mij zijn.

Rustiger

Hij was toen al een paar maanden oud, maar we besloten om er meteen mee aan de slag te gaan. We hebben een ledikantje gekocht dat kon worden gebruikt als co-sleeper: een bedje met tralies aan drie kanten en één open kant. Deze kon aan ons bed worden vastgemaakt. Op die manier kon hij dicht bij me liggen, terwijl we allebei wel onze eigen matras hadden. Het werkte goed: hij sliep veel rustiger en ook wij konden eindelijk weer een paar uur achter elkaar slapen.

Het was me inmiddels al duidelijk dat mensen allerlei meningen hebben als het gaat over je kinderen. Dat bleek ook nu wel weer. Als ik vertelde hoe we dit probleem oplosten, zeiden mensen al snel dat ik dat niet moest doen. Ze hadden zelf uiteraard allerlei ideeën over hoe het wél moest. Die gingen van slaaptraining – ‘want hij moet uiteindelijk toch leren om alleen te slapen’ – tot: ‘Je moet hem gewoon laten huilen.’

Wegsluipen

Maar ik was – en ben – ervan overtuigd dat de manier die wij gekozen hebben voor hem het beste werkt. Mijn zoon heeft nabijheid nodig, waarom zou ik die hem als ouder dan ontzeggen? Toen hij te groot werd voor het ledikantje en het tijd werd voor een groter bed, hebben we geprobeerd om hem voor het eerst in zijn eigen kamer te laten slapen. We hadden daar een hele training voor bedacht: de eerste paar weken steeds een poos bij hem liggen en dan stilletjes wegsluipen, dan een paar weken een poos bij hem liggen en dan bewust afscheid nemen, en dan steeds korter bij hem liggen.

Maar ook dat werkte niet. Hij bleef steeds zijn bed uit komen of ging huilen zodra wij weg gingen. En dat bleef hij net zolang doen totdat een van ons naast hem kwam liggen. Als je dan probeerde weg te sluipen, merkte hij het meteen.

Werkt perfect

Er ligt nu een tweepersoonsmatras naast zijn bed in zijn kamer, en daarop slapen hij en ik samen. Een van ons brengt hem naar bed, blijft even bij hem liggen en belooft dan: mama komt straks bij je slapen. Daarna gaat hij rustig liggen en kunnen we de kamerdeur voor een poosje achter ons dichttrekken – mijn man en ik hebben dus ook genoeg tijd voor ons samen.

Als ik ga slapen, ga ik alleen naar de kamer van mijn zoon en mijn man naar ‘onze’ slaapkamer. Hij moet veel eerder op dan ik en de kinderen, dus het bijkomende voordeel is ook dat hij me zo niet wakker maakt. Mensen kunnen het gek vinden, maar dat maakt mij niet uit. In andere culturen is het samen slapen met de kinderen veel natuurlijker, waarom doen wij daar in het westen zo spastisch over? Voor ons werkt dit perfect.”

Reageer op artikel:
Masha: ‘Ik slaap altijd bij mijn zoon in bed’
Sluiten