5x dingen die je nóóit meer moet zeggen tegen de ouders van een hoogbegaafd kind

Vooroordelen, we hebben ze over alles en iedereen. Hoewel die aannames lang niet altijd kloppen. Neem bijvoorbeeld hoogbegaafdheid. Veel mensen weten hier vrij weinig over en hebben daarom een vertekend beeld van hoogbegaafde kinderen (en volwassenen). Daarom zetten wij vijf dingen op een rij die je nooit meer moet zeggen tegen de ouders van een hoogbegaafd kind.

De opmerkingen komen ongetwijfeld uit een goed hart en zijn vast niet verkeerd bedoeld. Toch kun je deze dingen beter voor je houden als je praat met een ouder van een hoogbegaafd kind.

Dit willen we niet meer horen over hoogbegaafde kinderen

Deze dingen kun je dus beter niet meer zeggen…

1. ‘Mijn kind is ook slim’

Slim zijn en hoogbegaafd zijn, zijn twee hele verschillende dingen. Dus natuurlijk kan het zo zijn dat je eigen kind behoorlijk slim is, maar hoogbegaafdheid is écht andere koek. En daar weten de ouders van een hoogbegaafd kind alles van.

2. ‘Ik zie niets anders aan jouw kind’

Hoogbegaafde kinderen hebben de neiging om zich aan te passen aan hun leeftijdgenoten omdat ze niet op willen vallen. Daarom valt het leraren en andere ouders soms niet op dat een kind hoogbegaafd is. Dat terwijl het kind wél hoogbegaafd is en thuis soms heel ander gedrag vertoont.

3. ‘Kan hij dat niet?! Maar hij is toch hoogbegaafd?’

Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich vaak asynchroon. Het kan zo zijn dat ze als kleuter bijvoorbeeld wel kunnen lezen en rekenen, maar nog niet hun veters kunnen strikken of kunnen fietsen. Ze zijn dus niet op alle vlakken even ver ontwikkeld’

4. ‘Fijn toch dat je kind zo slim is?’

Zoals hierboven al gezegd is hoogbegaafdheid iets totaal anders dan ‘slim zijn’. Veel ouders van hoogbegaafde kinderen weten hoe lastig het kan zijn om de juiste scholing en hulp te krijgen voor hun hoogbegaafde kind. Dus fijn is het hebben van een hoogbegaafd kind écht niet altijd.

5. ‘Het is toch beter als hij bij zijn leeftijdsgenoten blijft?’

Het wordt door anderen soms raar of zielig gevonden als een hoogbegaafd kind in een hogere groep wordt geplaatst met oudere kinderen. Feit is echter dat hoogbegaafde kinderen vaak doodongelukkig worden als ze in hun eigen klas zouden blijven waar ze niet voldoende uitdaging krijgen.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Margretha du Carmo Krabbe.

Maarten en Marleen hebben 3 hoogbegaafde kinderen: ‘Hij ervoer school als een gevangenis.’

Reageer op artikel:
5x dingen die je nóóit meer moet zeggen tegen de ouders van een hoogbegaafd kind
Sluiten