Lisette Gerbrands
Lisette Gerbrands Opvoedadviezen Vandaag
Leestijd: 5 minuten

Ruzie tussen je kinderen? Dit zegt het volgens opvoeddeskundige vaak over jou als ouder

Bijna elke ouder kent het: het geluid uit de andere kamer, de toon die net te scherp wordt, en nog vóór je goed en wel begrijpt waar het over gaat, voel je de spanning al in je lijf. Ruzie. Wéér ruzie. En ineens ben je zelf ook geïrriteerd, boos of machteloos. Waarom raken ruzies tussen broers en zussen ons als ouders eigenlijk zo diep?

“Dat komt omdat het zelden alleen over die ene ruzie gaat,” legt opvoedkundige Anne-Marie Stevens uit. “Voor ouders raakt zo’n conflict vaak aan veel grotere thema’s: rechtvaardigheid, schuld, verantwoordelijkheid, en niet zelden ook aan je eigen jeugd. De angst om het verkeerd te doen, één kind tekort te doen of blijvende schade aan te richten in de onderlinge band, maakt dat het snel persoonlijk voelt.”

Sleutelvraag

Daar komt bij dat ruzies vaak ontstaan op momenten waarop ouders zelf al moe zijn of onder druk staan. “Dan komt zo’n conflict niet als een los incident binnen, maar als de druppel. Je stresssysteem schiet aan en voor je het weet reageer je op de automatische piloot: ‘Hou nou eens op!’ of ‘Laat elkaar met rust!’ Begrijpelijk, maar meestal helpt het niet.” Volgens Anne-Marie zegt die heftige ouderreactie vaak meer over wat de ruzie bij jou raakt dan over de ernst van het conflict zelf. “Die gaat vaak over iets kleins en simpels.”

Een vraag die veel ouders bezighoudt: wanneer laat je kinderen hun ruzie zelf uitvechten en wanneer grijp je in? “De sleutelvraag is niet wat ze zeggen, maar of ze nog kunnen luisteren,” zegt Anne-Marie. “Zolang kinderen aanspreekbaar zijn, woorden gebruiken en er geen sprake is van fysiek of emotioneel grensoverschrijdend gedrag, is ruimte geven juist waardevol. Dan oefenen ze met onderhandelen, grenzen aangeven en herstellen.”

“Belangrijk om te weten,” benadrukt ze, “ingrijpen betekent niet dat je het meteen moet oplossen. Emoties en conflicten mogen er even zijn. Dat zijn juist belangrijke leermomenten. Als je alles gladstrijkt, haal je dat leerproces weg.”

Neutraal maar niet afwezig

Moet je als ouder altijd neutraal blijven? “Neutraal betekent niet dat je niets zegt,” zegt Anne-Marie. “Wat vaak misgaat, is dat ouders denken dat neutraliteit afstand nemen is. Terwijl kinderen juist behoefte hebben aan een ouder die ziet wat er gebeurt en dat benoemt.” Je hoeft geen rechter te zijn, maar wel een begeleider. “Je mag gedrag begrenzen, ‘wat je nu doet is niet oké’, zonder een kind te veroordelen. Het verschil zit in gedrag benoemen versus een kind bestempelen. Zodra een kind het gevoel krijgt dat jij vóór of tegen hém bent, verdwijnt het leervermogen. Maar als het voelt dat jij vóór veiligheid en eerlijkheid bent, blijft dat vermogen intact.”

Zinnen als ‘Ik snap dat dit voor jou niet fijn is’ of ‘Ik zie dat jij het anders bedoelde’ helpen daarbij. “Je ondertitelt emoties zonder partij te kiezen. Dat geeft kinderen het gevoel dat ze gezien worden.”

Leren van ruzie maken

Meer dan we vaak denken. “Ruzie maken is oefenen,” zegt Anne-Marie. “In grenzen voelen en aangeven, omgaan met frustratie, perspectief nemen, herstellen na conflict. Ook leren ze wat een oprecht excuus is, en hoe je weer verder kunt zonder te blijven hangen.” Maar dat lukt alleen met begeleiding. “Zonder die begeleiding leren kinderen vooral machtsstrijd, vermijden of willen winnen. Met begeleiding leren ze verdragen, samenwerken en herstellen. Ruzies zijn dus geen teken dat het misgaat in een gezin, maar dat er geoefend wordt.”

Hoe help je zonder het conflict over te nemen? “Door te vertragen,” zegt Anne-Marie. “We willen vaak te snel oplossen. We komen met oplossingen of lastige vragen, terwijl kinderen in conflict eerst iets anders nodig hebben: regulatie.” Dat betekent: benoemen wat je ziet, emoties erkennen zonder ze groter te maken, duidelijke kaders stellen (‘je mag boos zijn, maar ik wil niet dat je het bouwwerk van je broer kapot maakt’), en pas daarna samen kijken wat nodig is. “Dat vraagt van ouders dat ze hun eigen ongemak kunnen verdragen. En juist daar zit vaak de grootste winst.”

Als ruzies blijven terugkomen

Steeds dezelfde ruzies? “Dat is meestal geen onwil, maar onvermogen,” legt Anne-Marie uit. “Kinderen missen dan nog vaardigheden die we wel van ze verwachten.” In plaats van roepen vanuit de keuken, helpt het om uit de incident-modus te stappen en naar het patroon te kijken: wanneer gebeurt het, tussen wie, op welk moment van de dag? Soms betekent dat dat je tijdelijk kiest voor minder samen spelen, of kortere momenten mét jouw nabijheid. “Vijf minuten waarin je erbij bent, is vaak waardevoller dan een half uur dat eindigt in ruzie.”

Helder vooraf benoemen wat de afspraak is, niet als dreigement, maar als voorspelbaar kader, kan ook helpen. En soms zit de rust juist in het scheiden van verantwoordelijkheden: niet samen opruimen, niet samen beslissen, niet samen hetzelfde spel. “Niet omdat ze het nooit moeten leren, maar omdat ze het nú nog niet kunnen zonder ondersteuning.”

Afstemmen

De kern, zegt Anne-Marie, is afstemmen. “Stop met hopen dat kinderen zich aanpassen aan jouw draagkracht of vaardigheden hebben die ze nog moeten leren. Stem je opvoeding af op wat zij én jij op dat moment aankunnen. Dáár ontstaat rust. En vanuit die rust kan gedrag veranderen.” Niet harder ingrijpen, maar slimmer begeleiden, dat maakt uiteindelijk het verschil.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Ieder weekend het beste van J/M Ouders in je mailbox 👪

Start je weekend goed met onze mooiste verhalen.