‘Weet niet, meester’: wat deze 18-jarige leerling laat zien over jongeren zonder richting
Met drie man sterk komen ze mijn lokaal in lopen. Amir (18), zijn vader en zijn broer. Het is het laatste rapportgesprek van het jaar. Amir zit in de vijfde klas en gaat over een paar weken van school. Hij is lang, mager, slungelig en praat in staccato zinnen. Hij lacht veel. Vrienden heeft hij niet op school, maar hij staat in de pauze wel altijd in de voetbalkooi een balletje te trappen. Meestal met jongere leerlingen.
In de appgesprekken is de letterlijke tekst gebruikt. Daarom kunnen er hier en daar wat fouten in staan.
Een gesprek dat anders loopt dan verwacht
De vader van Amir geeft me een hand. “Goedemiddag meester.” Hij heeft net zo’n vrolijke lach als zijn zoon. Hij schuift zijn pet iets naar achteren en gaat zitten. “Ha meester.” Amir geeft me een boks, legt zijn petje op tafel en gaat naast zijn vader zitten. Zijn broer schuift een stoel bij en gaat ook zitten. Hij is de eerste die begint te praten. “Amir gaat naar het ROC”, zegt hij.
Ik ben verbaasd en kijk Amir aan. “Ja meester”, zegt hij. “Mijn broer zegt dat ik dat kan.” Hij kijkt me lachend aan. Zijn vader zegt niets. “En welke richting wil je doen, Amir?” vraag ik hem. “Autotechniek”, antwoordt zijn broer. “Hij gaat in een garage werken, daar kan je geld mee verdienen.”
De stage die alles zou veranderen
Aan het begin van dit schooljaar was Amir naar me toe gekomen. Hij had zelf een stage geregeld bij een garage en kon direct beginnen. De volgende dag in mijn auto, op weg naar het kennismakingsgesprek in de garage, vertelde Amir me dat de garagehouder een vriend van zijn vader is. Zijn vader had het geregeld, omdat zijn broer vond dat hij in een garage moest gaan werken. “Goed beroep meester, zegt mijn broer.” Hij vertelde dat zijn vader lasser is en zijn broer taxichauffeur. “En jij wilt automonteur worden?” Amir lacht en haalt zijn schouders op. “Weet niet meester.”
Een kans die geen kans bleek
De garage was op een industrieterrein aan de rand van de wijk waar Amir woont. Buiten was de straat vol met geparkeerde auto’s. Binnen stond er een auto op de brug. De garagehouder was in zijn eentje aan het werk. Hij vertelde ons dat Amir mocht komen, maar hij moest op tijd zijn ’s ochtends, om 7.30 en inzet tonen. Amir lachte. Hij wordt altijd vroeg wakker en is op tijd op school.
Dus op tijd op stage komen zou geen probleem worden. Toen ik hem vroeg of hij wist wat ‘inzet tonen’ betekende, antwoordde hij “Weet niet meester.” Ik legde hem uit dat hij gemotiveerd moest zijn, hard moest werken en laten zien dat hij er zin in had. “Geen probleem meester”, antwoordde Amir lachend.
We tekenden het stagecontract en spraken af dat Amir maandag zou gaan beginnen. Op zijn eerste dag, ’s avonds, stuurde ik hem een berichtje. “Hoe was je stage vandaag?” “Ging goed meester” Een dag later, op dinsdagochtend stuurt hij me om 10 uur een berichtje. “Meester.” “Hij heeft me weggehaald kan ik naar school komen?” “Weg gehaald? Wat bedoel je?” “Ik ben klaar met stage.”
Ik antwoordde hem dat hij naar school kon komen en belde vervolgens de garagehouder. “Hij kan helemaal niets. Ik kan hem niets laten doen. Hij loopt in de weg. Hij kan alleen de garage aanvegen. Ik vind het erg voor hem en zijn vader, maar ik heb geen tijd om hem de hele dag te vertellen wat hij moet doen. Hij kan niet meer terugkomen.”
“Weet niet meester”: als motivatie ontbreekt
Op school vertelde Amir me dat het heel goed was gegaan. “Maar weet je waarom hij je dan heeft weggestuurd?” Hij lachte en haalde zijn schouders op. “Weet niet meester.” Stage lopen in een andere garage wilde hij niet, voorlopig wilde hij gewoon aan het werk gaan in de supermarkt, waar hij al een bijbaantje had. Dan kon hij meteen geld verdienen.
Ik belde de bedrijfsleider van de supermarkt en hij vond het een goed plan. “Ja hoor, we hebben genoeg voor hem te doen. Hij is een prima jongen. Altijd vrolijk.” ’s Avonds belde Amirs broer me. “Meester, hij moet geen stage lopen bij een supermarkt. Daar verdient hij niets. Hij kan automonteur worden.” Ik legde hem uit dat Amir was weggestuurd door de vriend van zijn vader. En dat hij nu bij de supermarkt was, geld verdiende en dat zelf graag wilde.
Mijn eigen vrijheid om te kiezen
Toen ik klaar was met de middelbare school, wilde ik student worden in de grote stad. Wat ik precies wilde gaan studeren wist ik nog niet. Bij gebrek aan een beter idee, schreef ik me in voor de studie Psychologie. Mijn familie vroeg me niets over mijn keuze. Mijn broer was gaan studeren in een stad in het zuiden. Hij bemoeide zich niet met mij.
Hij had inmiddels zijn eigen leven opgebouwd. Of hij had geen interesse in mijn studiekeuze. Mijn zus was gaan studeren in een stad in het midden van het land. We spraken nooit over onze keuzes voor de toekomst. En mijn jongste zusje vertrok wat later naar een stad in het noorden van het land. Ik kan me niet herinneren dat we in ons gezin ooit met elkaar gesprekken voerden over onze toekomstdromen.
Waar Amir wél op zijn plek is
De afgelopen maanden ben ik een aantal keer langs geweest bij de supermarkt. Amir weet precies wat hij moet doen. Hij kent iedereen en voelt zich thuis in de winkel. Over de garage heeft hij niet meer gepraat. En nu, tijdens het laatste rapportgesprek, komt opeens de opleiding tot automonteur weer ter sprake.
“Als je iets wilt, dan kan het”, zegt zijn broer. Zijn vader zwijgt. Amir lacht. “Sommige dingen zijn wel moeilijk hoor”, antwoord ik zijn broer. “Dan kan je het wel willen, maar lukt het misschien toch niet.” Ik pak de toetsen van het afgelopen schooljaar erbij. Veel vragen heeft Amir niet beantwoord, of er staat ‘weet niet’. Of hij heeft een vraagteken ingevuld.
“Als je iets wilt, dan kan het”
De broer van Amir is er niet door van zijn stuk gebracht. “Hij heeft geen zin meer in school. Ik ben zelf ook een paar keer van school veranderd. Omdat ik niets meer leerde. Slechte scholen. Amir gaat gewoon een opleiding tot automonteur volgen. Als je iets echt wilt, Amir, dan kan het.” “En wat wil je echt, Amir?” vraag ik. Amir lacht en haalt zijn schouders op. “Weet niet meester.”
Zijn vader staat op. Zet zijn pet recht en geeft me een hand. “Bedankt voor alles meester.” “Tot morgen meester”, zegt Amir, pakt zijn petje en geeft me een boks. Zijn broer knikt en loopt de klas uit. “Komt goed hoor meester”, zegt zijn vader. Hij slaat Amir op zijn schouder en ze lopen achter de oudste zoon aan naar buiten.
Favoriete speelgoed van de redactie
Onze redactie is altijd op zoek naar speelgoed dat meer doet dan alleen vermaken. Wij selecteren de mooiste en hipste producten voor ons kroost en die delen we graag met onze lezers. Speelgoed dat niet alleen kwalitatief en duurzaam is, maar ook bijdraagt aan de ontwikkeling en aansluit bij de principes van Montessori. Zelf ontdekken, leren door te doen en spelen met aandacht. In dit overzicht delen we onze favoriete vondsten.
Stapelstein
Redacteur Vera: “Die kleurrijke stapelstenen van Stapelstein zijn in ieder gezin een groot succes. Je kunt ze gebruiken om het evenwicht van je kind te trainen, ze kunnen erop zitten/tollen of ze kunnen ze op kleur sorteren. Alles is mogelijk en dat maakt het extra leuk.”
Magneettegels
Redacteur Lisette: “Het lijkt zo simpel: gekleurde magnetische tegels die je aan elkaar klikt. Maar mijn twee jongens (6 en 3) bouwen er de meest fantasierijke creaties mee, van kastelen tot metershoge knikkerbanen en autogarages. Ondertussen zijn ze ongemerkt bezig met ruimtelijk inzicht, creativiteit en probleemoplossend denken. En dat maakt het, tussen alle dino’s door, misschien wel het leukste speelgoed in huis.”
Kapla
Kapla
Hoofdredacteur Sofie: “Simpeler kan het niet: blankhouten latjes, Mijn kinderen (4 en 6) zijn er gek op en maken er de mooiste bouwwerken van. Van hekjes voor de boerderij tot de Eiffeltoren. En het stimuleert ook nog hun creativiteit en bouwkundig inzicht.“
Houten regenboog
Redacteur Amarins: “De houten regenboog lijkt op het eerste gezicht simpel, maar blijkt hier in huis een echte alleskunner. Mijn zoon (2) gebruikt de bogen voor van alles: als brug, tunnel, huisje voor poppetjes of zelfs als wieg voor zijn knuffels. Het nodigt uit tot vrij spel en hij oefent er ongemerkt zijn motoriek, ruimtelijk inzicht en creativiteit mee.”
Lichtgewicht fiets
Redacteur Sofie:“Op deze lichtgewicht kinderfiets hebben mijn beide kinderen heel snel leren fietsen.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F09%2Flocas-westerbeek-1.jpg)