Bonje? Gewoon een beetje dimmen

redactie 19 jun 2018 Ouders

Knallende ruzie komt in de beste families voor. En een flinke schreeuwpartij kan lekker opluchten. Maar wat is de impact van ruziënde ouders op kinderen?

Elke ouder die ruzie heeft waar de kinderen bij zijn, vraagt zich achteraf wel eens af hoeveel schade een kind daar nou echt van oploopt. Het servies is eraan, de ongenoegens zijn geventileerd. Maar heb je nu de basis gelegd voor een levenslang trauma?

‘Een ruzie kan gebeuren,’ zegt Maria Ernst, kinder- en jeugdpsycholoog in Leiden. ‘Maar hoe slecht dat is voor je kind, hangt erg af van het type ruzie.’ Maria Ernst, die in haar eerste lijns-maatschap vastgelopen kinderen en jongeren behandelt, registreert dat sommige ruzies vrijwel gegarandeerd sporen zullen nalaten. ‘Veruit het schadelijkste is natuurlijk ruzie die destructief is. Als er thuis lichamelijk geweld is, wordt gedreigd of geïntimideerd. Verbaal geweld, als ouders elkaar verwijten maken, vernederen en grove taal gebruiken, is net zo ernstig als fysiek geweld. Ruzie op dat niveau is voor kinderen zeer schadelijk. Dat kan zelfs een trauma veroorzaken als het maar één keer is voorgekomen. Een gebeurtenis waar het kind iets mee moet. Ook al is dat veel later, als hij of zij allang volwassen is en dan hulp nodig kan hebben om zoiets een plaats te geven.’

Stille strijd

Minder zichtbaar, maar ook schadelijk, zijn sluimerende conflicten die ouders niet met elkaar weten op te lossen of zelfs niet eens zien. Een onderliggend relatieprobleem bijvoorbeeld, waarover een stille strijd wordt gevoerd. De ouders kunnen hun onvrede dan op hun kind projecteren. Volgens Ernst komt dat veel voor. ‘Het kind wordt het zwarte schaap, de onvrede en spanningen worden op hem afgewenteld. Wat je dan vaak ziet is dat het kind bij een arts wordt ingeleverd met bepaalde problemen. Noem ze maar op: eetproblemen, druk gedrag, angst, depressie. Dat is psychosomatiek. Het kind is de vertaler geworden van de spanningen, maar heeft zelf eigenlijk geen probleem.’

Ouders bewijzen hun kinderen verder geen dienst met structurele meningsverschillen. Bijvoorbeeld over de opvoeding, als de één autoritair is en de ander veel zachter. Een kind komt dan tussen die twee stijlen te zitten en gaat zich er onveilig door voelen. Als laatste hoofdlijn geeft Ernst het loyaliteitsconflict aan dat bij kinderen ontstaat als hun ouders strijden en scheiden. Het kind denkt dat het partij moet trekken voor de een of voor de ander. Dat wekt verwarring en kan klachten veroorzaken.

Impact

‘Hoe structureler of schokkender het voorval, hoe meer impact. Het kind zit dan in een onveilige opvoedsituatie en voelt angst. Dat is geen klimaat waarin het zelfvertrouwen en eigenwaarde kan opbouwen. Kinderen voelen zich snel schuldig en kunnen zichzelf van alles gaan verwijten, waardoor ze een laag zelfbeeld krijgen met alle gevolgen vandien. Maar opvoeding gaat toch vooral over het opbouwen van zelfvertrouwen, zodat je kind het leven aan kan. Als het dus te weinig structuur wordt geboden, kun je schade verwachten.’

En hoe jonger het kind, hoe dieper ingeworteld het probleem kan raken. Als een kind wat groter is, is er meer flexibiliteit, dan kun je met hem praten. Ernst: ‘Maar als zulke dingen vroeg in het kinderleven gebeuren, voordat een kind 5 is, dan is dat heel zorgelijk. Een ouder moet dat echt weten. Want als dáár al iets misgaat, zal dat blijven achtervolgen. Dat kan dan op diverse manieren zijn uitweg vinden. Bijvoorbeeld dat het kind faalangst krijgt, of als volwassene bindingsangst en dan moeilijk een relatie aan zal kunnen gaan.’

Niet zo’n vrolijke boodschap dus voor ouders die in die prille periode in de fout zijn gegaan. Zo’n vroeg veroorzaakt onveilig gevoel kun je niet makkelijk ongedaan maken. Toch biedt de psycholoog een sprankje hoop. ‘Geen kind is hetzelfde en externe factoren tellen mee. Een belangrijke derde in het leven van een kind kan al veel goed maken. En het kan zeker helpen als ouders proberen het béter te doen. Dan zie je al dat een kind anders kan gaan reageren.’

Oplossing vinden

Het is regelrecht funest als ouders twee verschillende dingen blíjven doen en daar geen oplossing voor vinden. ‘Het wordt anders als ouders met elkaar gaan praten, samen gaan zoeken naar een grote lijn, samen afspraken maken, knelpunten bespreken en oog krijgen voor de valkuilen in hun relatie. Hoe eenduidiger de ouders, hoe minder gedoe je zult hebben met de opvoeding. Hoe meer verschillen, hoe moeilijker het wordt.’

Natuurlijk heeft iedereen zijn eigen bagage. Dat hoeft ook geen struikelblok te zijn. ‘Als je je daar maar wèl bewust van bent,’ zegt Ernst. Dus kan zij zich vinden in het verhaal van twee ouders die ieder uit een heel ander milieu kwamen en ruzie kregen over tafelmanieren. Moeder kwam uit Den Haag waar ze aan tafel met bestek in twee handen had leren eten, vader uit Londen, waar het gewoon was om met een bord op de knieën bij de buis te zitten, met één vork harkend door zijn prak. Toen zijn vrouw hem na veel gevit uiteindelijk aan tafel had weten te krijgen, schreeuwde haar man telkens met volle mond tegen hun dochtertje, omdat ze morste. Het paar vond een oplossing door de situatie onder ogen te zien en aan hun kind uit te leggen: hoe anders het bij hen vroeger thuis toe ging en dat dat ook kwam door de andere cultuur. De angel is er nu uit en aan tafel is het een stuk gezelliger.

Communicatieregels

Maria Ernst: ‘Het is cruciaal om in actie te komen als er ruzie is geweest. Wat heel slecht is, is de zaak te laten voor wat het is, níets te doen na een escalatie. Vraag je dus af nadat de boel is geëscaleerd, of telkens opnieuw uit de hand loopt: wat doen we hiermee? Opvoeden betekent dat je als ouder blijft kijken naar wat er gebeurt. Dáár ligt de kracht. Om de zaak dan op te pakken en samen een oplossing te vinden. Als je kind niet al te klein meer is, kun je hem ook gaan vragen hoe híj het zou willen. Ouders moeten hun kind zien in zijn of haar eigenheid. Kinderen moeten weten dat ze worden gerespecteerd. Als een ruzie zo’n uitkomst heeft, kan een kind er zelfs iets van leren. Als er wordt onderhandeld volgens de goede communicatieregels: dat er naar elkaar wordt geluisterd en er dan een compromis wordt gezocht. Samen iets oplossen is een goed voorbeeld.’

Heb je dus ruzie waar je kind bij is, zegt Ernst, zorg er dan voor om er achteraf nog eens op terug te komen. ‘Check hoe die ruzie voor het kind is geweest. Zeg dat je je kunt voorstellen dat je kind geschrokken is. Vraag: hoe was dat eigenlijk voor jou? Probeer je kind uit te lokken tot een reactie en haak in op zijn antwoord. Natuurlijk ook als hij zelf al komt met een vraag. Probeer antwoord en uitleg te geven op kindniveau. Laat hem niet met zijn vragen zitten. Het is erg belangrijk om je kind duidelijk te laten weten dat het niet aan hem ligt. Als je merkt dat je hem bang hebt gemaakt, zeg dan: “Dat spijt me, dat had ik me niet gerealiseerd” en praat vèrder. Ik denk dat je sommige dingen niet kunt voorkomen. Maar besef dat je kind gevoel heeft. Maak dus ruimte voor gesprek.’

Probeer dan ook echt te horen wát een kind zegt. Maria Ernst kreeg een meisje van 10 in haar behandelkamer, dat zich na de scheiding van haar ouders erg terugtrok en geen aansluiting meer zocht op school, hoewel ze goed kon leren. De scheiding was gepaard gegaan met veel heftige emoties. De dochter, die altijd meer gericht was op haar vader maar nu bij haar moeder woonde, zei tegen de psycholoog dat ze het gevoel had dat haar vader ‘niet meer naar haar luisterde’. Ernst: ‘De sfeer thuis was nog steeds beladen en het meisje zag haar vader minder. En als ze hem zag, dan gingen ze vaak samen naar oma, zodat ze zijn aandacht steeds moest delen. Het bleek dat ze bang was dat haar vader boos zou worden als ze dat zou zeggen. Zij kon het hem niet vertellen, dus dacht ze dat haar vader niet luisterde. De ouders zagen in dat het belangrijk was dat hun dochter eerder met haar verhaal kon komen en dat dat werd gerespecteerd. Ze draait nu weer lekker mee op school.’

Doen?

– Respecteer je kind. Zeg dat je je kunt voorstellen dat je kind van de ruzie geschrokken is. Vraag: ‘Hoe was dat eigenlijk voor jou?’
– Luister zo goed mogelijk naar wat je kind zegt, vraagt of doet. Probeer antwoord en uitleg te geven op kindniveau. Laat hem niet met zijn vragen zitten.
– Laat je kind heel duidelijk weten dat de ruzie niet aan hem ligt, maar een probleem is tussen jou en je partner. Een kind voelt zich snel schuldig; dat kan leiden tot een laag zelfbeeld.
– Ga na een ruzie aan de slag. Vraag je af: ‘Wat doen we hiermee?’ Zoek met je partner naar een grote lijn, probeer samen afspraken te maken, bespreek knelpunten.
– Onderhandel na een ruzie volgens goede communicatieregels: luister naar elkaar en zoek een compromis. Samen iets oplossen is een goed voorbeeld.

Niet doen?

– Verlaag je nooit tot lichamelijk of verbaal geweld. Zelfs één zo’n ruzie kan een kind een trauma bezorgen.
– Laat onderliggende relatieconflicten niet sluimeren. Voer geen doorlopende ‘stillere’ strijd vol verwijten.
– Projecteer onvrede en spanningen niet op je kind.
– Laat een kind geen partij trekken tegen zijn andere ouder. Loyaliteitsconflicten verwarren en kunnen klachten bij een kind veroorzaken.

Reageer op artikel:
Bonje? Gewoon een beetje dimmen
Sluiten