Cannabis – Blowen en het brein

redactie 19 jun 2018 Opvoeden

Hoewel wiet bekend staat als redelijk onschuldig, komen er steeds meer aanwijzingen dat cannabis het leervermogen van jongeren aantast. Onderzoek onder jongeren die blowen moet uitwijzen of dit inderdaad het geval is.

'We krijgen de laatste jaren steeds vaker noodsignalen van hulpverleningsinstanties,’ zegt Gerry Jager, neuropsycholoog en onderzoeker aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU). ‘Zij zien dat meer jongeren onder de 20 hulp zoeken voor hun verslaving aan cannabis. Het aantal mensen dat hulp zoekt voor hun verslaving is al jaren stabiel, maar het percentage jongeren onder de twintig stijgt. Op dit moment maken zij 10 procent van het aantal hulpzoekenden uit. Dit baart de hulpverleners zorgen.’

Volgens Jager beginnen pubers op steeds jongere leeftijd met blowen. ‘Hulpverleners krijgen soms al jongeren van 12 binnen. Cannabis is natuurlijk eenvoudig verkrijgbaar en jongeren hebben tegenwoordig veel geld te besteden. Verder speelt mee dat de cannabis die zij gebruiken, de afgelopen jaren veel sterker is geworden.’

Een keertje proberen

Opvallend is dat het aantal jongeren dat blowt, de afgelopen jaren redelijk stabiel is gebleven. Wel worden de gebruikers steeds jonger. Zo heeft 7 procent van de dertienjarigen wel eens hasj of wiet geprobeerd. Bij achttienjarigen is dat zelfs 44 procent. Bij de meesten blijft het bij een keertje proberen, maar ongeveer 3 procent gaat na verloop van tijd dagelijks gebruiken. Er zijn meer jongens dan meisjes die regelmatig blowen, maar meisjes zijn ook op dit gebied bezig met een inhaalslag.

Veel jongeren die veel blowen, hebben problemen. Ze presteren slecht op school, hebben problemen thuis of psychische problemen. Jager: ‘We weten echter niet zeker wat oorzaak en gevolg is. Gaan jongeren die slecht presteren op school, eerder blowen dan andere jongeren of gaan ze door het blowen slechter presteren? En gaan jongeren met psychische problemen blowen als een vorm van zelfmedicatie of kunnen ze juist depressies en angsten krijgen door het blowen? Voor hulpverleningsinstanties is dit zeer belangrijke informatie, want dan kunnen ze jongeren gerichter helpen.’

Geheugentesten

Zowel in Nederland als in het buitenland is er nog niet zo onderzoek gedaan naar het effect dat cannabis heeft op de hersenen van jongeren. Jager: ‘Wel hebben we geheugentesten gedaan onder volwassenen. Zij moesten vijftien woorden net zo lang oefenen tot ze de hele lijst konden reproduceren. Mensen die regelmatig blowen, bleken meer herhalingen nodig te hebben om de hele lijst te kunnen onthouden dan iemand die niet blowt. Dat geldt overigens niet voor iemand die af en toe eens blowt. Maar als je week in, week uit blowt, heeft dat effect op je geheugen.’

Jager denkt dat het effect van cannabis op de hersenen bij jongeren nog veel groter is, dat het gebruik zelfs blijvende schade kan aanrichten. ‘We denken dat THC, de werkzame stof in cannabis, van invloed is op de ontwikkeling van verschillende hersenfuncties. Het brein in de puberteit is volop in ontwikkeling. Het voorste gedeelte rijpt zelfs nog tot aan het twintigste jaar. Dit gedeelte is verantwoordelijk voor complexe mentale functies, zoals impulsregulatie, het concentratievermogen en het geheugen. Als daar blijvend iets verandert, dan heeft dat consequenties voor de rest van je leven. Het zou kunnen dat THC een cognitieve stoornis veroorzaakt met als resultaat dat jongeren niet meer goed kunnen leren. Dat is natuurlijk een dramatisch vooruitzicht. We weten het nog niet zeker, maar we hebben het ernstig vermoeden dat deze jongeren een achterstand oplopen die ze nooit meer kunnen inhalen.’

Risicogroepen

Moet je je als ouder nu direct zorgen maken als je puber blowt? Jager: ‘Als je ouder bent van een kwetsbare puber die niet lekker in zijn vel zit vanwege problemen thuis of op school en waarbij ook nog bepaalde ziektes in de familie voorkomen zoals schizofrenie, dan is het gebruik van cannabis af te raden. Maar als je kind goed functioneert, hoef je je om één of twee jointjes in het weekend geen zorgen te maken. Je moet het wel in de gaten blijven houden. Zodra je merkt dat de school begint te klagen over tegenvallende prestaties, je kind verandert en niets meer wil, moet je ingrijpen.’ Volgens Jager onderschatten veel ouders het probleem. ‘Vooral ouders die vroeger ook wel eens hebben geblowd, denken te weten wat het inhoudt. Maar vroeger ging een jointje de hele kring rond. Je kreeg dus hooguit één of twee trekjes binnen. Nu roken de jongeren een hele joint, die bovendien nog eens veel sterker is. Ook merk ik nogal eens dat ouders vinden dat jongeren zelf verantwoordelijk zijn voor keuzes. Natuurlijk is de puberteit een periode van verkennen en moet je niet direct alles verbieden. Maar pubers hebben nog wel steeds begeleiding nodig.’

Onderzoek

Het antwoord op de vraag hoe een ouder zich het beste kan opstellen als zijn kind blowt, kan eigenlijk pas goed beantwoord worden als duidelijk is of cannabis schadelijk is of niet.

Jager: ‘Nu buitelen voor- en tegenstanders van cannabis over elkaar heen, maar niemand weet echt wat de gevaren zijn. We kunnen pas goed adviseren als we over duidelijke informatie beschikken. En die is er nu nog niet. Het is hoog tijd dat we meer kennis vergaren over het effect van cannabis op de hersenen.’

Om die reden begint Jager dit jaar op het Universitair Medisch Centrum in Utrecht met een onderzoek onder jongeren. ‘Ik ben zowel op zoek naar jongeren die regelmatig blowen, als naar jongeren die nooit wiet of cannabis gebruiken. Beide groepen moeten enkele geheugentestjes doen, terwijl ze in de MRI-scanner liggen.

Zo kunnen we zien of er verschillen tussen de twee groepen jongeren zijn, zowel in testresultaten als in de gebieden in de hersenen die actief zijn bij de oplossing van testjes. Ik hoop dat veel jongeren mee willen doen. Want mocht cannabis inderdaad de hersenen aantasten, dan moeten zowel de overheid als ouders en hulpverleningsinstanties ingrijpen. Wel of niet gebruiken kan immers consequenties hebben voor de rest van je leven.’

De hulpverlening

‘We krijgen steeds vaker jongeren van 12, 13 jaar binnen in onze kliniek,’ zegt Edy Eland, oprichtster van Cascade International, een particuliere instelling voor verslavingszorg. ‘Jongeren blowen op die leeftijd vaak stiekem en ouders herkennen dat meestal niet. Ze vinden wel dat hun kind lastig is, maar ze denken dat het gedrag bij de puberteit hoort. Wat het meest opvalt aan jongeren die drugs gebruiken, is dat ze een heel kort lontje hebben. Als je als ouder dan tegengas geeft, worden ze niet alleen verbaal agressief, maar trappen bijvoorbeeld ook een deur in. Terwijl ze vroeger zo zachtaardig waren. Verder sluiten ze zich af, niet alleen van de ouders, maar ook van hun broertjes en zusjes en van vrienden die niet blowen. Ze zijn rusteloos, kunnen niet meer logisch nadenken, komen afspraken niet na, verwaarlozen school en zijn ’s morgens hun bed niet uit te krijgen.’

In veel gevallen komen ze er pas na jaren achter dat cannabisgebruik de oorzaak is van de gedrags- en leerproblemen van hun puber. ‘Ouders zijn vaak radeloos als ze hier aankloppen. Hun kind is dan al van school verwisseld of loopt bij een psycholoog vanwege psychische klachten of adhd. Maar geen enkele therapie helpt als een jongere blowt. Therapeuten zijn daar meestal onvoldoende alert op. Die vragen wel of ze drugs gebruiken, maar krijgen dan als antwoord: af en toe. Verslaafden liegen echter altijd over hun gebruik. Zo blijf je met z’n allen doormodderen. Terwijl cannabisgebruik heel eenvoudig vastgesteld kan worden aan de hand van een urinetest.

Ook ontkennen veel scholen dat er door hun leerlingen wordt gebruikt. Ze zijn bang voor hun imago. Dat is jammer, want cannabis beïnvloedt de leerprestaties. Een groot deel van de leerproblemen kan teruggebracht worden als het cannabisgebruik aangepakt wordt. Daar zou je als school toch goed mee kunnen scoren.’

Als Cascade een jonge cliënt binnen krijgt, worden ook de ouders en zijn vriendenkring bij de behandeling betrokken. ‘Ouders moeten weten wat ze voortaan anders moeten doen. En vrienden nodigen we vaak uit voor een voorlichtingsbijeenkomst. Dan sommen we de nadelen op van cannabisgebruik, zoals dat blowen de kwaliteit van de zaadcellen vermindert en dat jongens zelfs impotent of definitief onvruchtbaar kunnen worden. Ook vertellen we ze dat blowen een groot nadelig effect op hun geheugen en analytische vermogens heeft en dat ze vaak veel lager op een IQ-test scoren dan voordat ze gingen gebruiken. Dan schrikken ze zich lam. Dat cannabis zo’n gemene drug is, weten de meeste mensen niet.’

Cascade International organiseert regelmatig voorlichtingsavonden voor ouders. Voor meer informatie, ook over de behandeling: Tel. 030- 225 5630 of www.cascadeverslavingszorg.com

Wat doet cannabis?

De werkzame stof in cannabis is tetrahydrocannabinol (THC). THC werkt op bepaalde receptoren in het brein, waardoor je je lekker en ontspannen voelt. Ook heeft THC effect op de kleine hersenen. Dat is het deel dat de bewegingen coördineert. Verder heeft THC effect op je slaapkwabben, die belangrijk zijn voor het geheugen, het concentratievermogen en het reguleren van stemming. Van THC kun je giechelig worden en lachaanvallen krijgen. Maar omdat deze stof de stemming versterkt, kan het mensen ook angstig en paranoïde maken. Het probleem met THC is, dat het in het brein de plaats inneemt van lichaamseigen versies van THC, waarvan anandamide de meest bekende is. Deze stof werkt hetzelfde als THC, maar komt in veel lagere concentraties voor in het lichaam. Als er regelmatig veel THC aanwezig is, maken de hersenen langzamerhand minder lichaamseigen THC-achtige stofjes aan, waardoor het eigen systeem minder gevoelig kan worden. Dit stimuleert de gebruiker om opnieuw cannabis te gebruiken. Of iemand verslaafd raakt aan cannabis heeft echter te maken met meerdere factoren, zoals erfelijkheid en omgevingsomstandigheden.

Reageer op artikel:
Cannabis – Blowen en het brein
Sluiten