J/M goede voornemens challenge: minder ‘Nee’ zeggen in de praktijk

‘Nee’, ‘Niet doen’, ‘Stop daarmee’. De hele dag zijn we als ouders bezig om onze kinderen te corrigeren door middel van negatief taalgebruik. Toch is dit volgens sommigen niet de beste manier van corrigeren. Daarom nemen we voor J/M ouders de proef op de som. Lukt het om minder ‘Nee’ te zeggen? En wat is het effect ervan? Volg mijn ervaring op J/M ouders.

Vorige week vertelde ik waarom ik eigenlijk minder ‘Nee’ wil zeggen thuis. Daarna begon het experiment pas echt. Minder ‘Nee’ zeggen tegen een zoon van negen, dochter van zes en een dochtertje van één. Zou het me lukken?

Geef dat maar aan mama

Als mijn oudste twee op school zitten en ik ben niet aan het werk, breng ik gezellig de dag door met mijn jongste telg. Een echte kleine onderzoeker. Ze klimt overal op, stopt alles in haar mond en is sneller dan het licht. Eigenlijk kan ik haar geen moment alleen laten.

Haar lievelingsactiviteit? De batterijen uit de afstandsbediening slaan. Ze slaat de afstandsbediening net zo lang op de grond tot de batterijen eruit vallen. Inmiddels is het klepje kapot dus gaan ze er vaak met één goede mep al uit. Zodra ze die twee batterijen in handen heeft loopt ze er triomfantelijk mee door het huis. Om ze vervolgens even te proeven.

Natuurlijk leg ik de afstandsbediening elke keer uit het zicht of op een plek waar ze niet bij kan (zoals ook een tip was in mijn vorige artikel). Maar op de een of andere weet ze hem altijd te vinden. Om het haar af te leren zei ik altijd ‘Nee, dat mat niet.’ en schudde dan demonstratief mijn hoofd. Terwijl zij me alleen maar ondeugend aan bleef kijken.

Sinds deze week heb ik dat vervangen. Ik steek mijn hand uit en te zeg: ‘Geef dat maar aan mama.’ Negen van de tien keer draait ze zich om en hobbelt ze gewoon de andere kant op. Waardoor ik alsnog achter haar aan moet. Maar een enkele keer overhandigd ze me toch de batterijen. Dat gaat alvast de goede kant op.

Oeverloze discussies

Waar mijn jongste nog geen weerwoord kan geven, kunnen mijn oudere kinderen dat duidelijk wel. Mijn zoon zit bijvoorbeeld het liefst de hele dag te gamen. Als hij dat niet mag probeer ik nu geen ‘Nee, je mag niet.’ Meer te zeggen. In plaats daarvan zeg ik: ‘Je kan ook even buiten gaan spelen/tekenen/met de LEGO.’ of ‘Je mag om vijf uur gamen.’

Soms werkt het maar vaak ook niet. Sterker nog, soms begint het dan pas. De discussie. Kinderen van die leeftijd zijn er bedreven in, overal hebben ze een antwoord op. En als het niet over gamen gaat, dan gaat het wel over iets anders. Ik train mijn engelen geduld, maar het woordje ‘Nee’ ligt heel vaak op het puntje van mijn tong.

Uiteindelijk lukt het me wel om het niet te zeggen, omdat ik er bewust mee bezig ben. Maar als ik het ook maar even vergeet, heb ik alweer drie keer ‘Nee’ gezegd in één zin. Ik ben heel benieuwd of dat makkelijker gaat worden. Je leest het volgende week.

Lees ook:

Reageer op artikel:
J/M goede voornemens challenge: minder ‘Nee’ zeggen in de praktijk
Sluiten