Creatief omgaan met gevoelens

redactie 19 jun 2018 Emoties

Vindt je kind het moeilijk om zijn gevoelens te uiten en loopt hij rond met gevoelens waar hij geen woorden aan kan geven? Ga samen eens creatief aan de slag. Dat helpt om verstopte emoties te luchten én versterkt jullie contact.

Je kind zit niet lekker in zijn vel. Hij is snel van slag, huilerig en vaker boos dan anders. Maar hoe vaak je het ook vraagt, je krijgt geen duidelijkheid. Is er iets op school gebeurd? Heeft het met jou te maken? Heeft hij ruzie met een vriendje? Je wilt hem zo graag helpen, maar hoe? Soms vertelt je kind wél wat hem dwarszit, maar jij weet niet wat je kunt doen om hem die gevoelens te helpen verwerken. Ook al is (leren) praten over zijn innerlijke wereld belangrijk voor een kind, er zijn meer manieren om daar uiting aan te geven. Alles eruit schreeuwen bijvoorbeeld. Zingen, dansen, luisteren naar muziek die past bij je gemoed, schrijven. Of: tekenen en knutselen wat je voelt.

Controle loslaten

“Natuurlijk kun je vragen wat er in je kind omgaat, maar het gevaar met praten is dat je hem – met de beste bedoelingen – woorden in de mond legt”, legt creatief therapeute Lotte van Kouwen uit. “Volwassenen ervaren de wereld bovendien anders dan een kind. Op een begrafenis voelen wij vooral het verdriet, terwijl een kind meer onder de indruk kan zijn van de ballonnen die opgelaten worden. Door hem te laten verbeelden hoe hij iets beleeft, laat je zijn ervaring puur. Bovendien laat hij dan makkelijker de controle in zijn hoofd los. Al tekenend maak je rechtstreeks contact met gevoelens, beelden, herinneringen. Daarnaast komt een gesprek makkelijker op gang als je bezig bent en je vragen kunt stellen over een tekening.”

Aandacht is waardevol

Samen knutselen verbindt, en dat versterkt je kracht als gezin. Toch voelt het misschien gek om je kind aan een knutselopdracht te zetten; wat als het niet van de grond komt? “Vertrouw erop dat je kind die drempel niet voelt. Er ontstaat altijd iets. Al tekent je kind alleen een stip op een wit vel: jij hebt even aandacht voor hem doordat jullie samen iets ondernemen. Je zíet hem, en dat is op zich al waardevol.”

Zó pak je het aan

In Van Kouwens boek Samen sterk op eigen kracht – Creatieve werkvormen ter ondersteuning van het rouwproces, beschrijft ze verschillende werkvormen om thuis met je kind uit te voeren. Met enkele ideeën hieruit kun je direct aan de slag. Ze zijn met simpele knutselmaterialen te maken: behangrollen, grote vellen papier, plakband/dubbelzijdig tape, lijm, potloden, verf, stiften en post-its.

1. Troostboom

Aan een troostboom kun je alles hangen: tekeningen, gedichten, briefjes met hartenkreten, gedachten en zelfs krachttermen. Wie anoniem iets wil ophangen, kan een envelopje gebruiken. De troostboom is geschikt voor alle leeftijden en emoties. Je hoeft niets rechtstreeks te bespreken en kunt toch iets duidelijk maken. Gebruik de boom ook vooral zelf als uitlaatklep.

✽ Hang een stuk behang op een plek in huis waar iedereen bij kan, maar waar je ook afstand van kunt nemen. Bijvoorbeeld in de gang.
✽ Teken samen een grote boom met veel takken. Versier ’m eventueel met verf, echte bladeren, veertjes, glitters. Leg pennen, papier of post-its klaar.
✽ Geef het voorbeeld door als eerste iets op te hangen: een wens, een kreet of gedachte. Je kunt ook invulbriefjes neerleggen als afsluitritueel van de dag. Voor het slapengaan vult je kind zo’n briefje in: ‘Vandaag werd ik blij/verdrietig) van…’ of ‘Ik ben trots op…’ et cetera.

2. Monsters

Iedereen heeft monsters in zich. Hoe zien de jouwe eruit? Deze werkvorm is vooral geschikt voor kinderen tussen 8 en 12 jaar. Van deze metafoor kunnen ze oppikken dat je er vanbuiten anders uit kunt zien dan je je vanbinnen voelt. Wie altijd lacht kan evengoed verdrietig zijn, als je huilt kan dat ook van geluk zijn. Door over zijn monster te praten kan een kind indirect – en daardoor veilig – iets vertellen over zichzelf. Pas wel op dat je het niet te letterlijk neemt: niet alles wat een kind vertelt hoeft over hemzelf te gaan.

✽ Teken allemaal blije, verdrietige, bange, gemene en boze monsters. Dat kan apart of samen op één groot vel. Je kunt ze ook uitknippen en op een vel bij elkaar plakken of in de troostboom hangen. Of maak driedimensionale monsters van bijvoorbeeld (eier)dozen of wc-rollen. Laat je kind met kleur werken, geen zwart. Kleintjes kunnen van hun eigen monster bang worden.
✽ Als je ziet dat het monster van je kind wel erg duister is, kun je opperen dat jouw monster en het zijne vriendjes worden. Misschien kan zijn monster wat vriendelijkheid van het jouwe overnemen en leert die van jou wat beter van zich af te bijten als hij met het assertieve monster speelt. Je kunt ook vragen of je misschien een hartje bij zijn monster mag tekenen.
✽ Je kunt vragen stellen tijdens het knutselen. Zoals: ‘Ben je ook wel eens heel verdrietig, terwijl je je boos gedraagt?’

3. Vlieger

Een vlieger is mooie metafoor voor loslaten. Geef je boosheid of verdriet mee aan de wind. Lelijke of angstige gedachten over jezelf, een ander, de toekomst, een situatie: je kunt ze met een vlieger de lucht in sturen. Maar ook mooie wensen vervoert een vlieger graag.

✽ Je kunt een vlieger maken die echt de lucht in kan. Op internet zijn verschillende werkbeschrijvingen te vinden. Of maak een symbolische vlieger. Hang ’m bijvoorbeeld aan het plafond of in de top van de troostboom. Op de vlieger kun je schrijven, er een brief voor iemand of voor jezelf aanhangen of er tekeningen opplakken.
✽ Vraag tijdens het knutselen wat je kind maakt, voor wie hij het maakt en waarom.

4. Fantasiewereld

In een getekende fantasiewereld is alles mogelijk. Er kunnen mensen in voorkomen die in het echte leven vaak afwezig zijn of er helemaal niet meer zijn. Je kunt wensen en verlangens verbeelden, spoken verjagen en vijanden onschadelijk maken. En in een wereld vol vlinders en bloemen is het fijn schuilen.

✽ Help je kind op weg door te vragen hoe zijn fantasiewereld eruitziet. Wie woont daar? Zijn er dieren? Gewone of fabeldieren? Leven er mensen of fantasiewezens? Is het er warm, koud, groen of kaal? Hoe zien de huizen eruit? Zijn er bergen, bossen? Wie ben jij in die wereld? Kinderen boven de 8 hoef je meestal minder op weg te helpen. Onder de 8 kun je ze eventueel meer sturen met vragen als: is er een koning? Zijn er monsters? Ridders? Elfjes?
✽ Praat samen over de tekening. Benoem wat je ziet zonder erover te oordelen. Dus niet zeggen: ‘Je boom is rood, dat kan toch niet!’ Maar: ‘Ik zie een rode boom.’ Dan kan je kind uit zichzelf iets vertellen. Of vraag wat door. Bedenk dat wat je kind tekent, niet per se iets over hemzelf hoeft te zeggen. Complete slagvelden zijn bijvoorbeeld vrij normaal voor 8-jarige jongetjes en betekenen niet dat er een agressieprobleem is.

Reageer op artikel:
Creatief omgaan met gevoelens
Sluiten